Armoede voor het eerst oplosbaar

Voor een doorbraak in de bestrijding van armoede in de wereld is minder geld nodig dan de rijke landen herhaaldelijk hebben beloofd, maar wel veel meer dan ze daadwerkelijk geven. Dat staat in het laatste concept-rapport van het Millennium Project, een onafhankelijk adviesorgaan dat door de Verenigde Naties is ingesteld.

Volgens het rapport Investing in Development: A practical Plan to Achieve the Millennium Development Goals, dat maandag wordt aangeboden aan secretaris-generaal Kofi Annan, zijn de komende tien jaar bedragen nodig van 121 miljard dollar in 2006 tot 189 miljard dollar in 2015. Dat is maximaal 0,54 procent van het bruto nationaal product (bnp) van de rijke landen. De landen hebben beloofd 0,7 procent van het bnp aan ontwikkelingshulp te besteden, maar in de praktijk halen ze samen slechts 0,25 procent.

Het rapport is het meest ambitieuze en gedetailleerde actieplan voor ontwikkeling dat ooit is gepresenteerd. Volgens de VN is de huidige wereldbevolking ,,de eerste generatie die in staat is om een eind te maken aan extreme armoe in de wereld''.

Als het actieplan wordt gerealiseerd, kunnen meer dan 500 miljoen mensen zich ontworstelen aan extreme armoede, hoeven ruim 400 miljoen mensen niet langer honger te lijden, en zullen circa dertig miljoen kinderen zijn gered die anders vrijwel zeker gestorven zouden zijn. Met het halen van de doelen redt de wereld ,,elk jaar meer levens dan het terrorisme in de hele geschiedenis van de mensheid heeft gekost'', schrijven de samenstellers in het laatste concept-rapport dat volgens betrokkenen niet wezenlijk afwijkt van het eindverslag.

Al in 1970 hebben de rijke landen in de Algemene Vergadering van de VN beloofd dat ze 0,7 procent van hun bnp zouden bestemmen voor ontwikkelingshulp. Die afspraak hebben ze drie jaar geleden in Monterrey bevestigd. Toch was hun gemiddelde bijdrage aan ontwikkelingshulp in 2003 maar 0,25 procent van het gezamenlijk bruto nationaal product.

Nederland behoort tot de weinige landen die zich aan de norm houden. De rijke landen gaven in 2002 in totaal ruim 68 miljard dollar (51,9 miljard euro), 120 miljard dollar minder dan ze volgens de norm zijn verschuldigd. Vier landen die in gebreke bleven – de Verenigde Staten, Japan, Duitsland en Italië – waren verantwoordelijk voor 85 procent van het tekort.

ARMOEDEVAL: pagina 4

    • Dick Wittenberg