Verleid door een heldere Hollander

Er is een tijd geweest, tot een jaar of twintig geleden, dat de romans van Margaret Drabble voorspelbaar werden. Verhalen over innemende, lastige, intelligente vrouwen, dertigers met kinderen en ex-mannen en werk en verwikkelingen: een type dat romanlezers vaak uit hun eigen ervaring kenden en dat zij in deze boeken nog beter leerden begrijpen. Het enige wat er ingebracht kon worden tegen een schrijfster die zo goed wist waar zij het over had, was dat op den duur wel veel als bekend voorkwam.

Dat zal Drabble zelf ook bedacht hebben, en zij is andere soorten werk gaan schrijven: biografieën (Arnold Bennett, Angus Wilson), de vijfde editie van de Oxford Companion to English Literature en romans in vormen die zij niet eerder geprobeerd had. Een lang doorklinkende roman was The Peppered Moth in 2000, waaruit bleek dat zij niet had kunnen besluiten of zij eigenlijk een autobiografie wilde maken, en die tweeslachtigheid had wel iets aantrekkelijks.

En nu is er The Red Queen, dat op een heel andere manier twijfel kan zaaien. Er gaat een inleiding aan vooraf waarin Drabble vertelt dat zij geïnspireerd is door de memoires van een Koreaanse kroonprinses uit de tweede helft van de achttiende eeuw. Zij kon de persoonlijkheid en de levensomstandigheden van deze vrouw niet uit haar gedachten zetten, of zij wilde ze niet uit haar gedachten zetten, omdat zij zich haar bleef voorstellen als een mens van deze tijd. Zo kwam ze ertoe om dat leven uit te rekken tot tweehonderd jaar later. Niet dat wij de prinses nog levend kunnen tegenkomen. Zij overleeft als denkbeeld, en dat weet zij zelf ook in de versie van haar memoires die Drabble voor haar geschreven heeft. Zij verwijst naar gebeurtenissen die na haar dood zijn voorgevallen, en zij legt ons uit dat `I have been dead now for 200 years, but I have not been idle'.

Al is het moeilijk om zich zo'n denkbeeldig verder-leven voor te stellen, ondoenlijk is het niet. Wij kunnen overleden naasten en vrienden ook voor ons oproepen als nog bestaand, of nog levend in een denkbeeldige gedaante. Misschien als wij de eigen herinneringen van de Koreaanse prinses gelezen hadden dat wij het met haar ook zouden willen en kunnen.

Om te beginnen zouden wij daar zin in moeten hebben, en hoe onthullend en vertrouwd Margaret Drabbles stem ook klinkt, het is niet goed te begrijpen dat vooral zij daar zin in heeft gehad. In haar versie van de memoires, die de eerste helft van de roman vormt, blijft de prinses op afstand. Een killere, hardere omgeving dan het hof van Seoul in de jaren 1760 is onvoorstelbaar – alleen misschien het Kremlin tweehonderd jaar later. Al is de prinses niet zo'n ongenadige machtsfiguur als haar hoogste familieleden, zij is ook geen tegenpool. Wij lezen hoe wreed het leven ten hove was; talrijke hoofden worden afgehakt. Maar wat Drabble zo geanimeerd heeft in die memoires is hier niet te vinden.

Nee, dan de tweede helft van de roman. Die speelt zich in het tegenwoordige Seoul af op een academische conferentie, waar een Engelse deelneemster een korte grote liefde beleeft. Wordt dit oude kost voor hen die de dozijnen romans al kennen over zulke conferenties? Helemaal niet. Drabbles verbeelding functioneert even opmerkzaam en gevoelig als tussen de Londense vriendinnen dertig jaar geleden; en wat de liefdesgeschiedenis betreft, die doet zich voor alsof niemand nog ooit zoiets ondervonden heeft.

Voor een Nederlandse lezer geeft die liefde des te meer voldoening omdat de Engelse Barbara hem beleeft met een Nederlandse conferentieganger, Jan van Jost, een man van veelzijdige intelligentie met een machtig oeuvre op zijn naam en met de meest tactvolle, openhartige verleidersmanieren. Wat uitdagend van Drabble om daar een heldere Hollander voor te kiezen en niet een lepe Fransman of een Italiaan!

De hele liefde neemt maar tweëneenhalve dag in beslag, tot er een schrikbarende ontknoping volgt. Daarna reist Barbara terug naar Engeland, onthutst, zonder zich verloren te voelen want zo gaat het met moderne conferentieliefdes. Maar de kroonprinses blijft in haar gedachten. Die heeft zij ontdekt toen zij in Seoul was, en die houdt haar verbeelding bezig net zoals zij de reële Margaret Drabble bezighoudt. Zij ontmoeten elkaar dan ook, de romanschrijfster en haar personage, en hebben het over haar. Dat gebeurt in een laatste hoofdstuk, `Postmodern Times', waarin werkelijkheid en verzinsel niet langer ouderwets uit elkaar gehouden hoeven te worden.

Zo komt de roman volgens plan aan zijn eind. Wie door de kroonprinses teleurgesteld werd, zal toegeven dat bijna alles is goedgemaakt door Barbara en haar briljante Jan van Jost. En dan zal men zich ook wel willen inspannen om net als Margaret Drabble de verschillende werkelijkheden door elkaar heen te denken.

Margaret Drabble: The Red Queen. Viking, 349 blz. €16,30

    • J.J. Peereboom