Open brief aan Bush miskent de werkelijkheid

Dear President Bush. Dat is de aanhef van Letter to America, de open brief die drie vooraanstaande Europeanen in november naar het Witte Huis verstuurden. In die brief (te lezen via www.nrc.nl/opinie) doen Giuliano Amato, Ralf Dahrendorf en Valéry Giscard d'Estaing een Voorstel voor een Nieuw Transatlantisch Akkoord. Giscard, voormalig president van Frankrijk, zat de conventie voor die het ontwerp voor een Europees Grondwetverdrag opstelde, Amato is een voormalige Italiaanse premier, Dahrendorf, van oorsprong een Duitse wetenschapper en politicus, zette zijn wetenschappelijke carrière voort in Engeland.

De brief is een kruising tussen een smeekbede en een bundel eisen waaraan de Amerikaanse president moet voldoen, willen de transatlantische betrekkingen nog een toekomst hebben. Een beslissende opmerking hebben de schrijvers voor het einde bewaard: ,,Zoals U kunt zien, Mr. President, geloven wij dat het traditionele Atlanticisme tot het verleden behoort, toch zijn we er diep van overtuigd dat een nieuw transatlantisch akkoord deel moet uitmaken van de toekomst.'' En inderdaad, in de brief is niets terug te vinden van het gebruikelijke beroep op de historische en culturele banden die beide oevers van de Atlantische Oceaan met elkaar zouden verbinden. De kloof die is ontstaan, speciaal in de openbare mening, maakt het gebruikelijke appèl aan gemeenschappelijke waarden onmogelijk, meent het driemanschap.

Realistisch, zou het oordeel over de brief kunnen zijn, maar wat ontbreekt is een diepgaande analyse van de oorzaken van de breuk die halverwege de Oceaan is ontstaan. In vijf hoofdstukken worden verschillende thema's aangesneden en daarbij komen de schrijvers soms in de buurt van een kritisch commentaar, maar de toon die overheerst is er toch een van: ach, beste president Bush, u hebt intussen toch ook wel gemerkt dat u niet zonder partners door het leven kunt. Wees verstandig en grijp bij het begin van uw nieuwe termijn de uitgestoken hand van ons Europeanen. ,,Elk voorstelbaar alternatief voor een sterk bondgenootschap met Europa is een slechtere optie, en slechts een solide Europees-Amerikaanse kern kan internationale instellingen meer doelmatig maken.''

De drie auteurs prijzen de Europeanen op de volgende wijze bij Bush aan: ,,Uw beste potentiële partners blijven de Europeanen. Ondanks al onze tegenwoordige tekortkomingen delen wij fundamentele waarden, we zijn verplicht aan democratie en aan de economie van de markt en wij geloven in sterke internationale instellingen.'' Maar het tegenwoordige Amerika deelt dat geloof nu juist niet.

Met het oog op de opkomst van India, China en ook Rusland wordt Bush het multilateralisme aanbevolen. In ruil voor een Amerikaanse erkenning van de verdiensten van multilateralisme moeten de Europeanen, ,,gegeven het karakter van nieuwe bedreigingen, accepteren dat oude regels die het gebruik van geweld regelen, aangepast dienen te worden.'' Een onheilspellende formulering gezien het Amerikaanse gebruik van geweld onder het Bush-regime.

Op de Atlantische politieke markt valt intussen meer te ruilen. Bush zou de Europeanen kunnen beloven dat, als zij van hun kant hun beloften nakomen, Amerika zijn protectionisme zal verminderen bij de transfer van militaire technologie. Bush zou zelfs technologieën voor `network-centric warfare' kunnen vrijgeven, waardoor het voor Europeanen eenvoudiger zou worden om samen met de Amerikaanse strijdkrachten op te trekken. Bovendien zouden meer hoge commandoposten binnen de NAVO aan Europeanen kunnen worden vergeven en er zouden ook meer inlichtingen met Amerika's voornaamste bondgenoten kunnen worden gedeeld.

De drie schrijvers stellen vervolgens een arbeidsverdeling voor waarbij de Europese Unie de voornaamste garantie is voor veiligheid en stabiliteit in en rondom Europa. Vooral dat `rondom' maakt nieuwsgierig.

Het Midden-Oosten heeft in de brief een eigen hoofdstuk. Ook hier wordt Bush een ruil aangeboden. Wanneer de Europeanen gemeenschappelijke inspanningen in Irak ondersteunen, moet Amerika zijn belofte nakomen en zich inzetten voor het stichten van een Palestijnse staat in 2006. Het is een voorstel dat in beginsel teruggaat tot de zogeheten Eerste Golfoorlog – die van Bush sr. – en het kwam uit de mond van de toenmalige Franse president, Mitterrand. Frankrijk nam deel aan de herovering van Koeweit en pleitte vervolgens voor nieuwe initiatieven voor het oplossen van het Palestijns-Israëlische conflict. Het is een riskant voorstel, omdat het nooit tot een gelijk oversteken komt. Europa zal zijn goede wil in Irak nog dit jaar moeten tonen en krijgt daarvoor op zijn best de al toegezegde ontruiming van de Gazastrook terug zonder garanties dat Israël daar niet willekeurig en gewapenderhand orde op zaken zal blijven stellen, als het dat om welke reden dan ook noodzakelijk acht.

Over dit aspect van het Midden-Oosten-vraagstuk slaan de drie briefschrijvers zelfs een enigszins brutale toon aan. ,,U moet nog altijd aantonen dat de VS het ernstig menen, met daden niet met woorden, bij het zoeken naar een twee staten-oplossing.'' Het driemanschap denkt de Amerikaanse regering te kunnen binden met de suggestie dat Europeanen zullen assisteren bij het verzekeren van de veiligheid van de Palestijnse bevolking en dat de NAVO daarbij een rol zou kunnen spelen – mits een wapenstilstand van kracht is.

Een apart hoofdstuk ook krijgt de economie. Misschien was het onhandigheid om voor dit hoofdstuk een titel te bedenken die rechtstreeks verwijst naar de slogan waarmee Clinton in 1992 Bush père versloeg. Maar belangrijker is dat de voorstellen ook hier langs de problemen heenlopen. Eerst wordt Bush gewezen op wat wordt genoemd ,,de instabiliteit van het internationale financiële systeem''. Het Amerikaanse begrotingstekort van ruim 400 miljard dollar in het afgelopen jaar wordt daarvoor medeverantwoordelijk geacht. In ruil voor `fiscale consolidatie' aan Amerikaanse kant zal Europa de hervorming van zijn economieën versnellen. (Alsof Europa hier een keus heeft.)

Maar dan komt het: ook China zal een aandeel moeten leveren door zijn munt niet langer uitsluitend aan de dollar, maar aan een mandje valuta te koppelen waarin de euro naast de dollar een rol speelt. Het driemanschap heeft daarvoor een beloning in petto. ,,Wij moeten'', schrijven zij, ,,de betrekkingen tussen de G7 en China bevorderen.'' Met andere woorden, China toelaten tot de tafel van de machtigen. Maar aan die tafel neemt Europa zelf een steeds bescheidener plaats in. Over de ontwikkeling van de Amerikaans-Chinese betrekkingen zal niet daar worden beslist.

J.H. Sampiemon is oud-redacteur van NRC Handelsblad.