`Nu niet blijven steken in emoties'

De verhouding tussen Nederland en de Antillen gaat op de schop. Over de invulling zal nog veel worden gesproken, maar het doel is helder: geen ruzie meer, maar samen problemen aanpakken.

Ambities over de verhoudingen de komende jaren tussen Nederland, de Antillen en Aruba? De Nederlandse minister van Koninkrijksrelaties, Thom de Graaf (D66) heeft ze wel. Na afloop van zijn werkbezoek, afgelopen week op Curaçao en Aruba, zet hij ze uiteen: goed openbaar bestuur, een functionerend rechtshandhavingsapparaat en directe resultaten bij de armoedebestrijding op Curaçao. Maar vooral: nieuwe, werkzame verhoudingen binnen het Koninkrijk.

Bij dat laatste plaatst De Graaf wel een voorbehoud: ,,Ik ben niet de enige speler in dat spel. Er komt in april een referendum op Curaçao over hun toekomst: een Nederlandse provincie, volledige onafhankelijkheid of een status aparte. De uitkomst daarvan is ongewis, maar wel bepalend voor wat er aan Antilliaanse zijde gebeurt. Maar ik wil één ding de komende jaren bereiken: dat er aan het einde van mijn periode onomkeerbare stappen gezet zijn naar een nieuwe structuur binnen het Koninkrijk.''

Er ligt een voorstel om het landsbestuur van de Antillen af te schaffen en van Curaçao en Sint Maarten zelfstandige landen binnen het Koninkrijk te maken. Maar aan die keuze zijn wel verantwoordelijkheden verbonden, stelt De Graaf. ,,Als je de Antillen opheft, fragmentariseert het land. Dat kan niet zonder goede waarborgen voor goed bestuur, concordantie [overeenstemming, red.] van wetgeving en een onderlinge monetaire unie. Het kan dus niet zo zijn dat Curaçao of Sint Maarten zomaar zegt: wij worden een autonoom land binnen het Koninkrijk. Dat zijn processen die tijd kosten. Ze moeten de autonomie als land ook aankunnen.''

Zo zag Curaçao zich het afgelopen jaar geconfronteerd met een geweldsgolf die Nederlandse steun noodzakelijk maakte. Afgelopen week ondertekenden De Graaf en de Antilliaanse premier Etienne Ys een protocol voor een gezamenlijk optreden van Nederland en de Antillen. ,,Uitgangspunt is de eigen verantwoordelijkheid van de Antillen, met name van de Antilliaanse minister van Justitie, Ribeiro. Maar er is een werkgroep geformeerd waarbinnen ook de Nederlandse minister van Justitie, Donner, de minister van Defensie, Kamp, en ikzelf vertegenwoordigd zijn. Nederland levert 40 extra rechercheurs en nog eens 20 man expertise voor verbetering van het management van de opsporingsdiensten. En er komt een bedrag van 1,1 miljoen euro beschikbaar voor uitbreiding van het gevangeniswezen op Curaçao.''

De verhoudingen tussen Nederland en de Antillen zijn volgens De Graaf te lang blijven steken in de sfeer van `vrijheid, blijheid'. ,,Allerlei pogingen in de jaren tachtig en begin jaren negentig om hervormingen door te voeren, zijn mislukt. Dat is ook begrijpelijk, gezien de manier waarop emoties over en weer en juridische haarkloverij de boventoon voerden. Je kunt vanuit Den Haag niet denken dat je zomaar even kan ingrijpen en een aantal Caraïbische eilanden kan besturen.''

De Nederlandse regering beschikt over de mogelijkheid om – als zaken ernstig misgaan op de Antillen – direct in te grijpen in de lokale bestuurlijke verhoudingen. Dat instrument van `hoger toezicht' is volgens de Graaf ,,een zéér zwaar middel'', waarvan zo min mogelijk gebruik moet worden gemaakt. ,,Er zijn ook andere mogelijkheden, zoals samenwerkingsovereenkomsten of de invoering van vrijwillige rijkswetten. Dat gebeurt nu bij de Rijkswet voor de kustwacht. Bescherming van de territoriale wateren en bestrijding van internationaal drugstransport is niet alleen een Nederlandse, Antilliaanse of Arubaanse verantwoordelijkheid, maar een gezamenlijke. Ook daarmee kun je nieuwe verhoudingen creëren.''

    • Jos Verlaan