Een historisch hoenderhok

De Leidse historicus Peter Klein is een van die hoogleraren die, wat publiceren betreft, pas na hun emeritaat goed op stoom zijn gekomen. Hoewel hij ook tijdens zijn academische periode niet stil zat, schreef hij de laatste jaren het ene boek na het andere: over de Stichting Blindenhulp, Kaddiesj voor Isaäc Roet en een boek over het Philips-Kommando in Kamp Vught. Als tegenwicht voor deze gespecialiseerde boeken heeft hij aan zijn lijst van publicaties een nieuwe titel toegevoegd waarin de vleugels heel wijd worden uitgeslagen. Maar de titel 1000 Jaar vaderlandse geschiedenis dekt geenszins de lading.

Zo gooit Klein al meteen in de inleiding de knuppel in het hoenderhok door te beweren dat `de vaderlandse geschiedenis niet bestaat'. Omdat hij zich geroepen voelde om een streng halt toe te roepen aan al degenen die van de vaderlandse geschiedenis verwachten dat zij de natie verenigt of samenbindt, heeft hij acht bijdragen gebundeld waarin zijn ruime definitie van vaderlandse geschiedenis de rode draad vormt. Voor een deel zijn het bewerkingen van eerder gepubliceerde artikelen en voor een ander deel zijn ze speciaal voor dit doel geschreven of hebben ze – als we afgaan op de luchtige toon of het provocerende karakter – een lezing als basis.

Klein verkondigt graag tegendraadse opvattingen. Als lezer word je voortdurend gedwongen zelf een standpunt te bepalen: ben ik het met Klein eens of niet? Het hoofdstuk met de fraaie titel `Het hemd, de rok en de mantel van Sint-Maarten', waarin de steun aan de behoeftigen gedurende het voorbije millennium in nog geen veertig pagina's helder en overzichtelijk is beschreven, is overtuigend. Datzelfde kan gezegd worden van het hoofdstuk `Het konijn van Holland', waarin Klein tot een regelrechte rehabilitatie van de verguisde koning Lodewijk Napoleon komt. Terwijl vorige generaties historici geen goed woord voor Lodewijk Napoleon over hadden, was hij volgens Klein van cruciale betekenis voor de eenwording van Nederland. Op beleidsterreinen als de waterstaatszorg, de staatkundige en bestuurlijke vormgeving, het rechtswezen, de kerkelijke politiek, het onderwijs, de cultuur, de militaire inrichting en het economisch leven drukte hij een beslissend stempel of liet hij een blauwdruk na waarop later is voortgebouwd.

In andere hoofdstukken schiet Klein echter door. Zijn visie op de schoolstrijd en de onderwijspraktijk in Nederland wekt zelfs ergernis. Hierin richt hij zijn pijlen op het confessionele deel van het Nederlandse volk. Het hoofdstuk staat vol denigrerende opmerkingen en generalisaties. De in een roman beschreven situatie in `het schijnheilige Olderen' in de Peel, waar de `kerkelijke en wereldlijke overheden vier handen op één buik [waren] als het er om ging de onderdrukte armen stom en onwetend te houden' wordt zonder voorbehoud voor historische werkelijkheid gehouden. Elders wordt `rooms Brabant' als `het goedlachse vaderlandse zuiden' weggezet waar `de zwartrokken' de dienst uitmaken en wordt van de weeromstuit de grote katholieke voorman Schaepman omgedoopt tot Herman Schaeper. Voor het overige heb ik me uitstekend geamuseerd met de door Klein in de poel van de vaderlandse geschiedenis gegooide steen.

P.W. Klein: 1000 Jaar vaderlandse geschiedenis. Balans, 222 blz. €15,–

    • Cor van der Heijden