De revolte smeult in me

Léon van der Sanden wil in zijn regies de wereld van het kleinburgerlijke uitbeelden. ,,Ik houd van mensen die in een kleine ruimte tot elkaar veroordeeld zijn.''

k heb geen verdriet en geen pijn. Dus is het God'', zegt actrice Marleen Scholten in het stuk met de felle titel Messen in kippen (Knives in Hens, 1995) van de Schotse schrijver David Harrower. Regisseur Léon van der Sanden van het Maastrichtse gezelschap Het Vervolg vindt in dit stuk, over een jonge vrouw, haar boerse echtgenoot en een molenaar, de kern van zijn verlangen om theater te maken: het gaat om het conflict tussen goed en kwaad, tussen rede en emotie, natuur en cultuur. ,,Ik geef het toe'', relativeert Van der Sanden meteen, ,,het zijn grote woorden en eigenlijk heb ik de neiging om het meteen te ontkennen. Maar zover wil ik niet gaan. Want dan doe ik mezelf en mijn regies tekort.''

Van der Sanden heeft sinds 1979 meer dan vijftig regies op zijn naam staan en talloze vertalingen van voornamelijk Duitse en Engelstalige toneelstukken. Maar ook ensceneerde hij Nora of het Poppenhuis van Ibsen, De Meid van Heijermans en Thuis van Hugo Claus. Met instemming citeert hij een uitspraak van de Duitse schrijver Herbert Achternbusch: `Wat iemand begrijpt is altijd veel minder dan wat je niet begrijpt.' Het kon zijn motto zijn.

Léon van der Sanden (1953) heeft een aarzelende en tegelijk koppige wijze van spreken. Hij zegt: ,,Ik maak theater om een eigen wereld te scheppen. Het acteren vormt het hart van die wereld; de spelers laten dat hart kloppen.'' De tekst en ruimte zijn voor hem altijd het begin. Hij verwijst naar de eerste zinnen uit Messen in kippen: ,,Je zegt dat ik net een veld ben. Maar ik ben geen veld. Als je zegt dat de maan net een kaas is, dan kan dat niet. Want een kaas is een kaas en de maan is de maan.'' Het uitspelen van die verwarring tussen schijn en werkelijkheid, tussen poëzie en alledaagsheid zorgt ervoor dat de regies van Van der Sanden altijd boeiend en spannend zijn, want ze zitten vol conflicten. Zowel tussen de personages als binnen in die personages.

De regisseur en ik reizen met de trein naar Maastricht, waar vlak aan de Maas in een voormalige bordenwasserij het Derlon Theater is gevestigd. Hij woont in Maarssen en is de vader van vier kinderen. Dit seizoen regisseerde hij bij het Nationale Toneel in Den Haag een `extreem heftige' versie van Het Eind van de Paring van de Duitse toneelschrijver Franz Xaver Kroetz. De toeschouwers kijken naar een volgestouwd decor vol smoezelige spullen, een uitdragerij van binnenhuiselijke treurigheid, zoals een morsig keukenblok, een onfrisse wc, een pannetje oudbakken soep en een bed opgemaakt met lakens die zich hun laatste wasbeurt niet herinneren.

Kroetz is niet de enige Duitse toneelschrijver voor wie Van der Sanden een passie heeft. Georg Büchner, Heiner Müller, Fassbinder en Thomas Bernhard behoren eveneens tot zijn favorieten. En van Alfred Döblin bewerkte hij de beroemde roman Berlin Alexanderplatz tot een toneelvoorstelling.

Zijn blik op Duitsland heeft een reden: vlak na de oorlog werd zijn vader verliefd op een Duits meisje. De geschiedenis van hun liefde noemt hij `puur theater' en ging als volgt: ,,In de oorlog werd mijn vader voor de Arbeitseinsatz te werk gesteld in een fabriek vlak bij Hannover. Nadat de Engelsen de stad hadden gebombardeerd en de oorlog ten einde was, ging hij een dag terug naar zijn ouderlijk huis in Gouda. Meteen daarop ging hij voor de Intelligence Service werken en ondervroeg hij Duitse officieren. In Dortmund was hij aanwezig bij de heroprichting van de CDU, waar hij een man tegenkwam die hem uitnodigde voor een kerstdiner. Daar ontmoette hij een jonge vrouw, mijn latere moeder. Kort na de oorlog reed ze met de trein naar de grens. Daar stapte ze uit. Langs soldaten en herdershonden vluchtte ze de grens over, ze klopte bij een pastorie aan en vroeg geld voor de trein naar Gouda. De eerste weken gaf ze zich uit voor een Engelse vrouw, kennelijk sprak ze vlekkeloos Engels. Als dat geen theater is...''

Duitse medailles

Van der Sanden speelde op de middelbare school zijn eerste rol in een stuk van Bertolt Brecht, Der brave Schweyk im Zweiten Weltkrieg. ,,Ik droeg de Duitse medailles op mijn revers die mijn vader had buitgemaakt in de oorlog. Mijn vader heeft eens een week in een Duits café moeten bivakkeren omdat Hitler daar was gesignaleerd. Misschien zou hij terugkomen. Op die manier komt Hitler heel dichtbij. Mijn Duitse grootvader was fel antifascistisch. Toen mijn moeder na de Kristallnacht op straat sieraden en kralen vond en mee naar huis nam, moest ze die van haar vader meteen terugbrengen. Haar broer is gesneuveld bij Stalingrad. Na zijn dood kwam een partijlid naar het huis van mijn grootvader, hij riep onder aan de trap: `Gefeliciteerd, uw zoon is gestorven voor het vaderland!'''

Zijn fascinatie voor Duitsland bracht hem in de jaren zeventig naar Oost-Berlijn, waar de wereldberoemde Volksbühne was gevestigd, het theater van Bertolt Brecht en in die tijd de thuishaven van dichters en schrijvers als Müller, Wolf Biermann en de regisseurs Manfred Karge en Matthias Langhoff. Van der Sanden werd door actrice Gabriele Gysi binnengehaald als aankomend regisseur – sowieso was elke aandacht uit het westen meer dan welkom.

Er volgden toneelavonden en doorwaakte nachten met Müller. Van der Sande herinnert zich dat er een vreemde, jonge regisseur rondliep, Frank Castorf, die na de eenwording een van de grootste Duitse regisseurs werd. In deze kringen herkende Van der Sanden de rebellie die hij eigenlijk aldoor had gezocht. ,,Mede door de Duitse afkomst van mijn moeder heb ik altijd met de blik van een vreemdeling naar de wereld gekeken. Hoewel zij helemaal is geassimileerd en perfect Nederlands spreekt, voelde ik me nooit echt thuis in Nederland. Berlijn betekende voor mij het theaterparadijs. In de voorstellingen van de Berliner Volksbühne vond ik terug wat ik heimelijk zocht, een heftige botsing tussen emotionaliteit en verstilde speelscènes. In Het Eind van de Paring en nu ook in Messen in kippen zoek ik naar de archetypen van de toneelkunst. In Het Eind... stonden de voormalige RAF-terroriste Petra Kelly en haar man, de ex-generaal Gert Bastian, voor twee aspecten van Duitsland, twee oertypen zou je kunnen zeggen. Kelly staat model voor de Duitse romantische ziel die zodanig lijdt aan de wereld dat ze die alleen maar te lijf kan gaan door haar te willen verbeteren. Bastian is de exponent van de rede, de beheersing en ook het Pruisisch-militaire. In die benauwde slaapkamer annex huiskamer en keuken dromen ze van grootse politieke veranderingen, maar ze doen niks.''

Bij de Volksbühne deed Van der Sanden ook het idee op voor de uitbeelding van de wereld van het kleinburgerlijke: ,,Ik houd van mensen die in een kleine ruimte tot elkaar veroordeeld zijn. Je kunt gerust stellen dat in mij diezelfde dubbelheid schuilt als in Het Eind van de Paring. Enerzijds ben ik huisvader, dol op mijn kinderen, anderzijds geloof ik nog altijd dat toneel dat de wereld kan verbeteren iets zegt over de slechte toestand in de wereld. Het is revolte die in me smeult. Dat is typisch een Duitse mengeling van kleinburgerlijkheid en bevlogenheid. Ik heb geen vaste identiteit. Theater is de mooiste kunstvorm om gespletenheid tot uitdrukking te brengen.'' Eerder al werd die belangstelling voor het kleinsteedse gewekt door de veelvuldige bezoeken die zijn ouders brachten aan familie in Duitsland die, niet lang na de oorlog, klein was behuisd. Dus logeerden zij met zijn allen in de benauwde woonkamer, bovenop elkaar.

Van der Sande sprak vanaf zijn zesde vloeiend Duits. Ter afronding van zijn studie theaterwetenschappen heeft hij zich jarenlang toegelegd op de Duitse nazi-propaganda zoals die in speelfilms tot uiting komt. ,,Het nationaal-socialisme was een zogenoemde `Männerphantasie'. De film Heimkehr (1941) van G. Ucicky was mijn onderwerp. Die film gaat over een Duitse minderheid in een Poolse stad waar ook de joden deel van uitmaken. De Duitsers worden op gruwelijke wijze door de Polen mishandeld. Uiteindelijk worden ze bijna doodgeschoten, totdat het Duitse leger hen triomfantelijk komt bevrijden. Alles wat de nationaal-socialisten de joden aandeden, wordt in deze film verraderlijk omgedraaid. Hier zijn de joden en in breder verband ook de Polen de grote boosdoeners.''

Katholieke taal

Aan het eind van vorig jaar ging Van der Sandens regie van Tramlijn Begeerte (A Streetcar Named Desire) van Tennessee Williams in première bij Het Vervolg. Tien jaar eerder, bij het Ro Theater in Rotterdam, regisseerde hij een ander belangrijk toneelstuk uit de Amerikaanse literatuur, Wie is er bang voor Virginia Woolf? (Who's Afraid of Virginia Woolf?) van Edward Albee. ,,De cirkel is nu rond'', zegt Van der Sanden. ,,Beide stukken gaan over taal. Daaruit wil ik mijn verbeelding laten ontvlammen. Bij Williams is de taal lyrisch, katholiek, de taal verhult de waarheid, want de waarheid is kaal en leeg, de waarheid betekent niks voor hem. Albee gaat juist van het tegenovergestelde uit. Taal moet de waarheid onthullen. Martha in Wie is er bang... werd in mijn stuk gespeeld door Geert de Jong. Haar personage probeert het verlangen naar een kind achter een omhaal van woorden te verbergen. Haar tegenspeler George dwingt haar tot bekentenissen. De taal moet dus ontmaskeren bij Albee.''

Tramlijn Begeerte speelt zich af in een voor Van der Sanden kenmerkend decor. Veel kleinere ruimtes op de bühne, realistisch en krap. In de slotscène neemt Blanche een douche om al het vuil, haar aangedaan door de mannen, van zich af te spoelen. Door ziekte van zijn eerste hoofdrolspeelster, Marie-Christine de Both, moest zij vlak na de première vervangen worden door Harriet Stroet. De Both, een wat oudere actrice, ging in ondergoed onder de douche staan. Dat werd een aangrijpend slotbeeld. De jongere Harriet Stroet wilde per se bloot. Ik leg Van der Sanden voor dat er van zijn stuk hierdoor twee verschillende versies zijn ontstaan: ,,Ja, dat klopt. Maar inhoudelijk is het ook in orde. Marie-Christine de Both speelt Blanche als een incasseerder, zij ontvangt de klappen zonder terug te slaan. Daarom klopt het dat ze in ondergoed onder de douche staat. Dat beeld is pure verstilling. De Blanche van Harriet is een uitdeler, zij zet fel in en daarom moet zij aan het eind meer boete doen. Dus schikt haar de naaktheid.'' Na een korte stilte: ,,Dat ik ben gaan regisseren heeft te maken met een verlangen naar groteske scènes en speelstijlen die altijd zijn geworteld in de alledaagse realiteit. Dat het banale betekenis heeft, leerde ik ook in de voormalige DDR. Als je daar een simpele banaan op het toneel legde, was dat al een reusachtige provocatie. Want in de DDR waren geen bananen.''

In de roman De Avonden van Gerard Reve, waarvan Van der Sande een theaterversie maakte, vond hij die obsessie voor het burgerlijke leven terug. ,,In mijn bewerking heb ik de nadruk gelegd op dat kleinsteedse, op die karige kerst. Frits van Egters zit op de rand van zijn bed en fulmineert tegen het benepen milieu waarvan hij onderdeel uitmaakt. Die woede herken ik. In mijn versie heb ik het unieke van Reve's taalgebruik ongemoeid gelaten. Daar mag je niet aankomen. Gerard Reve vond het prachtig, hij is vier keer komen kijken. Aanvankelijk dreigde het project te mislukken, want Joop Schafthuizen antwoordde toen ik Reve wilde spreken: `Meneer Reve denkt dat u dat niet ken betalen...' Maar met de bankgarantie in de hand is het allemaal goed gekomen.''

Voor de regisseur gaat theater altijd `over grote dromen die gefnuikt worden door de werkelijkheid'. Hij vult aan: ,,Het dilemma is het hartenbloed van het theater. Grote hartstocht en lage realiteit sluiten elkaar vaak uit. Daaraan gaan personages te gronde. In De Avonden kan Frits weliswaar zijn weerzin tegen zijn milieu niet verbergen, toch moet hij aan het slot erkennen dat hij van zijn ouders moet gaan houden. Ook in Thuis van Claus en De Meid van Heijermans heersen buitensporige verlangens over de personages die ze niet kunnen vervullen. Dat is de tragiek die belangrijke toneelstukken uitdrukken.''

Na aankomst in het Derlon Theater begint een repetitie van Messen in kippen. Deze voorstelling wordt gespeeld in combinatie met Lunch van Steven Berkoff. De speelvloer bestaat uit een bak van elf bij negen meter gevuld met drieduizend liter water. Tegen de achterwand worden reusachtige filmbeelden geprojecteerd over het seksuele leven van planten; we zien wuivende en met elkaar verstrengelde rietpluimen, klimopranken en hazelaars. Marleen Scholten speelt de jonge vrouw die door haar man, de ploeger van het dorp, vernederd wordt. Ze raakt verliefd op de molenaar, die de wereld betovert. Een van haar kernzinnen is: ,,Alles wordt anders als ik ernaar kijk.''

,,Zie eens'', zegt de regisseur, ,,ze verliest haar onschuld. De molenaar leert haar lezen, schrijven, hij leert haar de taal. Ze heeft de natuur de rug toegekeerd en is de weg van de cultuur ingeslagen. Uiteindelijk vermoordt ze met behulp van de molenaar haar man, die al die tijd stiekem in de stal overspel pleegde. Het stuk is zowel een sprookje over de liefde als een verhaal over een moord en doodslag. Daar heb je weer die dubbelheid.''

De tekst is, naast alle verbale hardheid, ook poëzie. Terwijl de jonge vrouw naar de door zonlicht goudbestoven rietpluimen tuurt, zingzegt ze: ,,De wind waait, de zon schijnt, het graan groeit, de vogel vliegt.'' Met harde hand stuurt zowel schrijver Harrower als regisseur Van der Sanden deze prille vrouw naar haar ondergang. Ze verliest haar onschuld en raakt haar poëtische blik op de wereld kwijt.

`Lunch/ Messen in kippen' door Het Vervolg. Regie van Lunch: Annelore Kodde. Première 15/1 Derlon Theater, Maastricht. Te zien aldaar t/m 19/2. Maaspoort, Venlo 23 t/m 26/2. Inl.: 043-3507171; www.hetvervolg.nl.

    • Kester Freriks