Collaboratie

We zaten er in allerlei onhandige posities bij, hangend aan de bar of beklemd op een trap, want het Amsterdamse café P'96 was eigenlijk te klein voor zoveel bezoekers, maar toch wilde niemand voortijdig weg. Daarvoor was de discussie te interessant. En waar ging het nou helemaal over? Niet eens over de multiculturele samenleving.

Het ging over het Nederland van zestig jaar geleden, het Nederland van de Tweede Wereldoorlog. Hoe was het toen precies gesteld met de economische collaboratie door bedrijven en ambtenaren? Was Nederland slap, laf of gewoon praktisch geweest?

Op initiatief van het Historisch Platform, een gezelschap van historici, debatteerden deze week over dit thema twee prominente deskundigen: de historicus Hein Klemann (Universiteit van Utrecht) en de jurist Joggli Meihuizen (Universiteit van Amsterdam).

Twee mannen met standaardwerken op hun naam over economische collaboratie en de vervolging ervan. Twee mannen dus met ongeveer dezelfde kennis op hetzelfde gebied en toch verschillen ze fundamenteel van mening over de (morele) essentie. Dat maakte het debat juist zo fascinerend.

Meihuizen vindt dat Nederland zich slap heeft gedragen, Klemann betwist dat.

Klemann: ,,Had de ondernemer een vrije keuze? Die keus was: ten onder gaan met je bedrijf.''

Meihuizen: ,,De Nederlandse rechter heeft later vastgesteld: er was vrijwilligheid, geen overmacht.''

Is collaboratie niet een verkeerd begrip, probeerde iemand in de zaal de kemphanen te helpen.

,,Voor economische collaboratie gebruik ik het ook nooit, behalve als ik discussieer met iemand die het wel gebruikt'', zei Klemann. ,,Politieke collaboratie is iets anders. Bij economische collaboratie gaat het in dit geval om het voortzetten van het economische leven in een periode waarin de oorlog totaal verloren leek. Het alternatief was tenondergang. Mag je dat van mensen vragen?''

,,Klemann maakt zich tot tolk van het bedrijfsleven'', zei Meihuizen. ,,Je mag verwachten dat bedrijven gesaboteerd en getraineerd hadden, maar dat viel erg tegen, in België is dat meer gebeurd. In Nederland handelde men tegen de richtlijnen van het kabinet-Colijn uit 1937, zo werd er aan vliegveldbouw en troepenvervoer gedaan.''

Alleen over de vervolging van economische collaborateurs na de oorlog verschilden de heren niet, of minder, van mening. Meihuizen, bij uitstek deskundig op dit gebied, was vernietigend in zijn oordeel. ,,Er zijn ergerlijkere vormen van rechtsongelijkheid geweest'', zei hij. ,,Het groenteboertje is aanzienlijk zwaarder gestraft dan de industrieel. De grote collaborateurs zijn zelden gearresteerd en veroordeeld. Het wij-circuit heeft gefunctioneerd. Nederland was een klassensamenleving en dat werd weerspiegeld in de rechtspleging.''

Daarmee konden we het doen.

Zal die oorlog ons ooit met rust laten?

Er zaten veel jonge mensen in de zaal. We gaan dus nog een poosje door.

    • Frits Abrahams