Burgers en bedrijven verdienen `boter bij de vis'

Herstel van vertrouwen in de economie is belangrijker dan vasthouden aan het tijdpad voor terugdringing van het overheidstekort. De hoogste ambtenaar van Economische Zaken wil lastenverlichting.

Vertrouwen. Om dit woord draait het in de economie en onder Nederlandse beleidsmakers begint het besef door te dringen dat het daar de afgelopen tijd danig aan heeft ontbroken. Het is geen gecördineerde actie, maar wel opmerkelijk dat kort achter elkaar hoge functionarissen een pleidooi voor herstel van vertrouwen hebben gehouden.

Het Centraal Planbureau waarschuwde vorig jaar al voor het vertrouwenondermijnende effect van het kabinetsbeleid. Rond de jaarwisseling zei president Wellink van De Nederlandsche Bank dat consumenten niet op hun spaargeld moeten blijven zitten. Nu schrijft de secretaris-generaal van het ministerie van Economische Zaken in zijn traditionele nieuwjaarsartikel voor het economenblad ESB over herstel van vertrouwen. Weliswaar geeft hij geen navolging aan Wellinks pleidooi voor hogere consumptieve uitgaven, maar zijn artikel bevat wel een drieslag met een hoog-explosieve politieke lading.

De fixatie op de terugdringing van het overheidstekort in 2007 moet worden losgelaten. Daarmee staan de onderhandelingen over de begroting voor volgend jaar op scherp. De hypotheekrenteaftrek en de toekomst van de AOW moeten uit de politieke taboesfeer worden gehaald. Hierover heeft het kabinet tot nu toe iedere discussie in de kiem gesmoord. En de baten van structurele hervormingen die het kabinet doorvoert – in de sociale zekerheid, de pensioenen en de zorg – moeten in de vorm van lastenverlichting aan burgers en bedrijven ten goede komen. `Boter bij de vis' noemt Oosterwijk dat.

Met dit artikel wil Oosterwijk, onder de politieke paraplu van minister Brinkhorst (D66), de financieel-economische agenda voor de laatste twee jaar van het kabinet beïnvloeden. Hoewel lastenverlichting als een `typisch EZ-thema' wordt beschouwd, kan hij zeker op steun in de hoogste ambtelijke financieel-economische kringen rekenen.

Uitgangspunt voor het betoog van Oosterwijk is dat de Nederlandse economie nu al vijf jaar achtereen ondermaats presteert en achterblijft bij het Europese gemiddelde. Het kabinet Balkenende-II werd geconfronteerd met een stuwmeer aan noodzakelijke sociaal-economische hervormingen dat Paars-II had laten ontstaan. De overheidsfinanciën waren uit het lood geslagen door het bestedingsfestival van het tweede kabinet-Kok. Terloops merkt Oosterwijk op dat Balkenende-II zo ongeveer bezuinigt wat Paars-II in zijn nadagen extra heeft uitgegeven.

Bij het aantreden van Balkenende-II dreigde `Brussel' met maatregelen in verband met de ontspoorde overheidsfinanciën, terwijl de toekomstige betaalbaarheid van de verzorgingsstaat aanpassingen vereiste van de bestaande arrangementen in de sociale zekerheid en de gezondheidszorg. Gegeven deze uitgangssituatie was het begrijpelijk dat het kabinet inzette op harde bezuinigingen en ingrijpende hervormingen, waarbij het kabinet de baten van de hervormingen heeft gebruikt om het overheidstekort te verminderen. Deze combinatie van bezuinigingen en hervormingen heeft het vertrouwen in de economie ondermijnd, want burgers en bedrijven ervaren de hervormingen als lastenverzwaringen. Oosterwijk vreest dat hierdoor het maatschappelijke en politieke draagvlak voor verdere hervormingen in gevaar komt.

Oosterwijk, die in Brussel voorzitter is van het invloedrijke Economische Beleidscomité, weet dat het Stabiliteitspact uitgehold is door de weigering van grote landen om zich aan de begrotingsdiscipline te houden. Nu het Nederlandse tekort uit de directe gevarenzone van het Europese Stabiliteitspact is, moet het kabinet volgens hem een nieuwe afweging maken tussen verdere terugdringing van het tekort, zoals in het regeerakkoord is vastgelegd, en ruimte voor lastenverlichting. Herstel van vertrouwen is gebaat bij minder ombuigingen en bij lastenverlichting. Daarnaast is hij van mening dat het kabinet zich moet durven uitspreken over onderwerpen waarvan iedereen weet dat ze vroeg of laat aan de orde zullen komen: de aanpak van de hypotheekrenteaftrek en de financiering van de AOW. Hiermee schaart Oosterwijk zich in een groeiend koor van deskundigen die menen dat aanpassingen met lange overgangstermijnen van de hypotheekrente en AOW wenselijke zijn. En ook hier geldt: duidelijkheid vergroot vertrouwen en bevordert economisch herstel.