Aanklachten wegens bloedbad 1968 Mexico

Mexico gaat 25 oud-militairen en oud-regeringsfunctionarissen aanklagen wegens de moord op demonstrerende studenten op 2 oktober 1968. Dat heeft de speciale aanklager belast met onderzoek naar moorden en verdwijningen tijdens de zogenoemde `vuile oorlog' gisteren gemeld.

Onder de aangeklaagden ,,zou'' oud-minister van Binnenlandse Zaken en de latere president Luis Echeverría kunnen zijn, zo zei aanklager Ignacio Carrillo Prieto.

De demonstranten werden – aan de vooravond van de Olympische Spelen –neergeschoten op het Tlatelolco-plein in Mexico-Stad. Bij het bloedbad kwamen volgens de regering 30 mensen om het leven, volgens mensenrechtenactivisten bijna 300.

Echeverría, die als minister verantwoordelijk was voor ordehandhaving, en achtereenvolgende regeringen hielden vol dat gewapende strijders vanuit de betoging het vuur openden. Maar uit in 2002 openbaar gemaakte archieven bleek dat de massamoord plaatsvond op bevel van de Mexicaanse regering. De schoonzus van Echeverría had bovendien haar appartement opengesteld voor sluipschutters, die vanaf het balkon de studenten neerschoten.

Carrillo Prieto kondigde aan de 25 te willen aanklagen wegens genocide en de komende maand nog eens 75 andere regeringsfunctionarissen en militairen aan te klagen wegens hetzelfde vergrijp. Critici vrezen dat de aanklager zich vergaloppeert door niet van moord of massamoord te spreken. Carrillo Prieto meent echter dat het hier gaat om ,,een systematische poging politieke dissidenten te elimineren'' en dat de slachtoffers geselecteerd werden als leden van een bepaalde groep.

De kans dat de 25 officieren en Echeverría worden gearresteerd, is gering. Aanklager Carrillo Prieto probeerde vorig jaar in verband met de moord op 30 studenten in 1971 de oud-president en elf militairen te laten aanklagen. Een rechtbank weigerde toen echter de arrestatiebevelen te ondertekenen omdat misdaden zijn verjaard.

In Spanje is vanochtend een rechtszaak begonnen tegen een Argentijnse oud-marineofficier. Adolfo Scilingo wordt ervan verdacht tijdens het Argentijnse militaire regime gevangenen te hebben vermoord. Hij is aangeklaagd voor de moord op 30 mensen, 93 aanklachten wegens mishandeling, 225 wegens terrorisme en 286 wegens marteling.

De 58-jarige Scilingo vertelde in 1995 een journalist zogenoemde ,,dodenvluchten'' te hebben uitgevoerd waarbij hij politieke gevangenen bedwelmde, uitkleedde en ,,één voor één'' uit een vliegtuig gooide.

Hij ontkent nu dit te hebben gezegd en zegt onschuldig te zijn. In december ging de oud-officier daarom in hongerstaking. Inmiddels weigert hij ook te drinken.

Scilingo is de eerste persoon die wegens vermeende betrokkenheid bij de Argentijnse `vuile oorlog' in het buitenland terechtstaat. Spanje nam in 1998 een wet aan die het mogelijk maakt verdachten van mensenrechtenschendingen te berechten in Spanje.