Het nieuws van 14 januari 2005

De laatste trein

,,Morgen lass etwas Sonne sein, lieber Gott.'' Zo luidt de slotzin van Irmgard Keuns roman Nach Mitternacht (1937), waarin het zestienjarige meisje Susanne Moder haar belevenissen in het Frankfurt van midden jaren dertig beschrijft. De nazi's zitten stevig in het zadel en `Sanna' woont bij haar partijverslaafde en antisemitische tante Adelheid, met als enige aanspreekpunt Adelheids zoon Franz, een introverte leeftijdgenoot met een geheim. Toen Wolf Gremm in 1980 aan de verfilming begon, zorgde hij meteen voor media-ophef door toenmalig tieneridool Désirée Nosbusch in de hoofdrol te casten. De dochter van een Luxemburgse vrachtwagenchauffeur was al opgevallen als vlotgebekte radio- en tv-presentatrice die een handvol vreemde talen beheerste. Alom bekend was dat de in 1965 geboren Désirée een relatie had met haar vijfendertig jaar oudere manager; om haar persoon verzon de Duitse boulevardpers het ene sensatieverhaal na het andere. Met haar acteerdebuut bewees Nosbusch dat ze ook talent had voor de cinema (ze zou onder meer opduiken in Good morning Babilonia van de gebroeders Taviani). Bijna een kwart eeuw later is Nach Mitternacht niettemin een vergeten film – hoogst zelden op tv en niet als dvd verkrijgbaar. Spijtig, in meerdere opzichten. Tegen de omineuze achtergrond van Keuns verhaal werkt Nosbusch' onbevangen spel als het spreekwoordelijke zonnestraaltje, treft goed de paradoxale toon van het boek. Wanneer Sanna's broer zich als brodeloos schrijver aan de Kulturkammer-dictatuur wil conformeren en diens joodse vrienden zich opmaken om Duitsland te verlaten met de laatste trein na middernacht, zien we hun bedroefdheid en wanhoop door Sanna's ogen. Ook ontroerende bijrollen en de indringende slotakte zorgen ervoor dat ondanks Gremms dramaturgische indikking er weinig van de oorspronkelijke zeggingskracht van de roman verloren gaat. En wanneer halverwege de film de Führer en zijn trawanten door de straten van Frankfurt rijden, zien we in een café iedereen de Hitlergroet brengen, terwijl één vrouw weigert op te staan. Het is, in een cameo, de bejaarde romanschrijfster Irmgard Keun zelf. Ze stierf, 72 jaar oud, zes maanden na de bioscooppremière van Nach Mitternacht.

Het leven van een boek

Dit verhaal gaat over het leven van een boek.

Ik moest op school een werkstuk maken. Ik deed het over boekdrukkunst. En dit was het hoofdstuk `het leven van een boek'.

Ik begon als een papiertje. Het werd steeds meer toen de auteur maar door bleef schrijven totdat ik zo'n 100 pagina's lang was. Ik werd naar de uitgever gestuurd, die las mij helemaal door. Toen de auteur op gesprek kwam bij de uitgever vond de uitgever mij prachtig en keurde me goed. Hij zei dat hij mij wel wilde uitgeven. Toen ging ik naar de redactie, waar zij me ook helemaal weer doorlazen. Ze stuurde me door naar de illustrator en hij bedacht prachtige plaatjes die ontzettend goed bij mij paste. Toen ging ik naar de productie-man die besloot wie wanneer klaar moest zijn met zijn/haar deel van mij. De productieman stuurde mij naar de vormgever, die zorgde dat ik er prachtig uit kwam te zien. Daarna ging ik langs de lithograaf, die van mijn plaatjes beelden met (verschillende kleuren en afstanden) puntjes maakte, zodat ook mijn plaatjes er mooi uit kwamen te zien. Daarna ging ik naar de drukker, hij drukte mij af. Toen de binder, een vreselijke man, ik kreeg een hechting. Toen kwam de distributie-man. Die vervoerde mij naar de boekhandel waar ik een paar dagen stond. Op een mooie maandagmiddag kwam er een meisje de winkel binnen die mij kocht. Ik werd een paar keer gelezen en doorgebladerd. Ik heb zelfs een paar jaar in de boekenkast gestaan, maar uiteindelijk werd ik in een doos op zolder gestopt. Ik heb geluk gehad, want daarna kwam ik op de markt terecht en ik sta nu in de boekenkast van Heleen Nanninga, die mij nu al zo'n vier keer heeft gelezen en ik hoop dat ze dat ook nog wel vaker zal doen. Weet u ook toevallig wie ik ben?

Eigen boekennieuws van Heleen

Nanninga, 11 jaar, uit Amsterdam