Stel de verkiezingen in Irak uit

International Herald Tribune

Toen de Verenigde Staten overwogen Irak binnen te vallen, was er één uitkomst die volgens iedereen tot elke prijs moest worden vermeden: een burgeroorlog tussen soennitische en sjiitische moslims, die in het hele Midden-Oosten tot instabiliteit zou leiden en terroristen een nieuw, onbestuurd gebied zou geven dat zij als operatiebasis zouden kunnen gebruiken. De aanstaande verkiezingen – langdurig aangeprezen als het begin van een nieuw, democratisch Irak – krijgen steeds meer weg van dat worst case scenario. Het wordt tijd om over uitstel van de verkiezingen te praten.

Wil Irak als natie overleven, dan moet het een bestuur in het leven roepen waarbij de meerderheid regeert – dat betekent in dit geval de sjiieten – maar waarbij de minderheden hun grondrechten gewaarborgd zien en voldoende stem krijgen om belangrijke besluiten te beïnvloeden. De Koerden, de niet-Arabische soennieten die in het noordoosten van het land wonen, lijken te geloven dat de verkiezingen hun zullen brengen wat ze het liefst willen: relatieve autonomie om als onderdeel van een Iraakse federatie hun eigen zaken te regelen. Maar de soennitische Arabieren, die zo'n 20 procent van de bevolking vormen, zijn steeds meer vervreemd geraakt. De grootste soennitische partij heeft zich teruggetrokken uit de huidige interim-regering en vrijwel alle vooraanstaande soennitische Arabische politici in het land roepen nu op tot een uitstel of een boycot van de verkiezingen. Gelet op het geweld in de soennitische gebieden aarzelen misschien zelfs kiezers die wel zouden willen gaan stemmen.

Een uitstel – dat zou moeten gelden voor een vastgestelde periode van hoogstens twee of drie maanden – zou [...] een signaal aan de soennitische Arabieren zijn dat er met hun zorgen rekening wordt gehouden. Dat zou op zichzelf al heel veel kunnen helpen om hen gerust te stellen dat de sjiitische meerderheid niet van plan is om hun rechten met voeten te treden. [...]

Zorg omtrent de vraag of de soennieten in de regering worden opgenomen betekent nog geen sympathie voor hun rancunes.

Onder Saddam Hussein plukte de soennitische minderheid vrijwel alle vruchten die Irak te bieden had en werden de rechten van de sjiieten en Koerden met voeten getreden. Die tijd is voorbij en de soennieten moeten gewoon aanvaarden dat ze hun enorme stuk van de taart nooit meer terug zullen krijgen. Maar als Irak zijn lange geschiedenis van vijandigheid tussen bevolkingsgroepen te boven wil komen, zullen de sjiieten moeten laten zien dat ze de soennieten niet zo zullen behandelen als andersom is gebeurd.

Om te begrijpen wat er in Irak gebeurt, moeten we ons verplaatsen in de gemoedstoestand van de soennieten – niet de verachtelijke terroristen die verkiezingsmedewerkers doodschieten en met autobommen en mijnen burgers vermoorden, maar de gemiddelde mensen, mannen en vrouwen wier leven is verwoest.

De Verenigde Staten en hun bondgenoten hebben een groot aantal fouten gemaakt bij de aanpak van de soennieten. Bovenaan de lijst staat het vroege besluit om het Iraakse leger te ontbinden en een later weer ingetrokken decreet dat tienduizenden leraren, artsen en andere beroepsbeoefenaren die tot de Ba'ath-partij van Saddam Hussein hadden behoord uit te sluiten van overheidsdienst – onder wie velen die plichtmatig lid waren geworden om geen last te krijgen.

Sindsdien hebben de soennieten ontdekt dat het Amerikaanse leger – dat door velen als almachtig werd beschouwd – hen niet heeft beschermd tegen de misdadigers en terroristen die sinds de omverwerping van het bewind van Hussein overal in hun gebied actief zijn. Noodgedwongen weggekropen in hun huizen om te ontkomen aan ontvoerders of zelfmoordaanslagen, hebben ze tijd te over gehad om te bedenken dat de Amerikanen ook hun belofte niet zijn nagekomen om de infrastructuur te verbeteren en een betrouwbare energie- en watervoorziening te leveren. En de laatste tijd hebben de soennitische burgers ook nog eens de Amerikaanse acties tegen rebellen als in Falluja te verduren gekregen, waarbij hele woonwijken zijn verwoest en duizenden dakloos zijn geworden.

[...] Een democratisch gekozen regering zou misschien een doelmatige Iraakse veiligheidsdienst kunnen opbouwen en de oorlog tegen de guerrillastrijders kunnen winnen, omdat hun aanvallen het dagelijks leven in de soennitische provincies onmogelijk maken. Maar dat zou wel een regering moeten zijn die alle partijen omvat. Een breed scala van soennitische leiders, onder wie ook een aantal zeer gematigde en pro-westerse, pleit voor uitstel van de verkiezingen. Ze hebben goede redenen om bang te zijn dat bij de huidige stand van zaken veel van hun mensen niet zullen willen of kunnen deelnemen. Afgelopen week zei de hoogste Amerikaanse bevelhebber in Irak dat grote delen van vier grotendeels soennitische provincies, waaronder Bagdad, op het ogenblik te onveilig zijn voor mensen om te stemmen. Premier Ayad Allawi gaf dinsdag toe dat er zeker delen van het land zijn waar het te gevaarlijk is om naar de stembus te gaan.

Als de verkiezingen toch plaatsvinden onder de huidige omstandigheden, zouden in de nieuwe regering bij de voorbereiding de nieuwe grondwet wel eens weinig soennieten vertegenwoordigd kunnen zijn. Natuurlijk zouden de winnaars van de verkiezingen, wat onvermijdelijk de sjiieten zullen zijn, ook soennitische vertegenwoordigers kunnen benoemen. Maar de komende Iraakse grondwet zal onherroepelijk bepalingen bevatten waarmee de soennieten niet gelukkig zijn, en de mensen die met dergelijke afspraken akkoord gaan, moeten de legitimiteit bezitten die uit een verkiezing voortvloeit.

[...] Veel Amerikanen – en veel Irakezen – maken zich ongerust dat uitstel van de verkiezingen de terroristen zal sterken in hun gevoel dat ze gewonnen hebben. Dat zou de komende paar maanden inderdaad het geval kunnen zijn. Maar die uitkomst weegt ruimschoots op tegen het gevaar van een burgeroorlog waarbij het soennitische grondgebied een niemandsland zou worden waar de terroristen vrij spel hebben. Volgens anderen is een burgeroorlog hoe dan ook waarschijnlijk onvermijdelijk en kunnen we die verkiezingen maar beter achter de rug hebben.

[...] Gelet op de afschrikwekkende mogelijkheden moeten we er alles aan doen om te voorkomen dat het hierop uitdraait. Uitstel van de verkiezingen lijkt in elk geval een sprankje hoop te bieden, en het drijft Irak in de richting waarin het zo hoognodig dient te gaan: naar een democratie waarin alle godsdienstige en etnische groeperingen hun plaats hebben.