Soedan heeft meer nodig dan handtekeningen

De ondertekening van het alomvattende vredesakkoord door de regering van Soedan en de Soedanese volksbevrijdingsbeweging (op 9 januari in Nairobi) is een mijlpaal voor het land. Het geeft reële hoop op een mogelijk definitief einde van een langdurig en wreed conflict in het zuiden van Soedan, waarbij in ruim twintig jaar meer dan twee miljoen mensen zijn omgekomen, nog eens vier miljoen mensen zijn ontworteld en zo'n 600.000 noodgedwongen naar buurlanden zijn gevlucht.

Behalve een regeling voor het conflict in het zuiden bieden het akkoord en de voorafgaande `protocollen van Naivasha' een blauwdruk voor de regeling van conflicten in andere verscheurde gebieden in Soedan, zoals Darfur in het westen, waar de situatie nog altijd gruwelijk is. De vrede in Soedan is ondeelbaar; de partijen in het conflict in Darfur zouden inspiratie moeten putten uit de overeenkomst voor het zuiden en zo spoedig mogelijk moeten streven naar een breed opgezette politieke oplossing van hun eigen conflict.

Er is nog altijd geen licht aan het einde van de tunnel voor de bevolking van Darfur. De partijen hebben veelvuldig alle afspraken geschonden die ze bij de vredesbesprekingen in het Nigeriaanse Abuja hadden gemaakt, en ze lijken moeite te hebben met de feitelijke stap om via onderhandelingen tot een politieke regeling van het conflict in Darfur te komen. En het leed van de bevolking duurt onverminderd voort.

De verworvenheden van Naivasha moeten behouden blijven en geconsolideerd worden. Laat daarover geen misverstand bestaan, want deze resultaten zijn nog te broos om ze als vanzelfsprekend te beschouwen. Duurzame vrede vergt meer dan alleen handtekeningen. Er liggen nog veel uitdagingen in het verschiet voordat de vrede onomkeerbaar zal zijn. De komende dagen en maanden zijn er ten minste zeven taken te voorzien die voorrang hebben. Ten eerste zullen in het zuiden besprekingen moeten plaatsvinden met de bewegingen die in Naivasha niet van de partij waren, om te zorgen dat ook zij zich aan het vredesakkoord houden. Ten tweede dient het conflict in Darfur snel te worden opgelost, anders komen de resultaten van Naivasha ernstig in gevaar. Ten derde zullen ook de conflicten in Oost- en Noord-Soedan moeten worden opgelost. De nieuwe regering moet allereerst een nationale conferentie houden waaraan alle Soedanese partijen op voet van gelijkheid kunnen deelnemen. Ten vierde moeten de 6 miljoen ontheemden en vluchtelingen, een reusachtig aantal, terugkeren naar hun plaats van herkomst en opnieuw gehuisvest worden. Ten vijfde moeten tal van strijders worden ontwapend, gedemobiliseerd en gereïntegreerd in de maatschappij. Ze dienen hulp te krijgen om zich weer aan het burgerleven aan te passen en daarbij zullen ze banen nodig hebben. De ervaring leert dat ontwapenings- en reïntegratieprogramma's mislukken en dat oud-strijders de wapens weer opnemen als hun geen middelen van bestaan worden geboden. Ten zesde blijft, wanneer een oorlog ophoudt, de burgerbevolking lijden, door de wijdverbreide aanwezigheid van mijnen overal op de voormalige slagvelden. Soedan is geen uitzondering. Het land wemelt van de mijnen, die nog veel meer levens zullen bedreigen als ze niet worden opgeruimd voordat de grote volksverhuizing in het land begint. Tot slot leiden de vooruitzichten op vrede tot hoge ontwikkelingsverwachtingen. Deze verwachtingen zullen moeten worden ingelost. Donors zullen Soedan in zijn ontwikkeling moeten bijstaan. Maar belangrijker nog: de rijkdommen en middelen van het land moeten worden aangewend voor het opzetten van duurzame ontwikkelingsprogramma's die een hoofdoorzaak van conflicten wegnemen: armoede en onderontwikkeling.

Soedan staat voor een keerpunt in zijn geschiedenis. Alle Soedanezen moeten zich nu inzetten om een eind te maken aan het leed en hun land naar vrede, stabiliteit en welvaart te voeren. Dat zijn ze verschuldigd aan zichzelf, aan alle mensen die in de oorlog het leven hebben gelaten, aan de miljoenen die alle middelen hebben verloren om een fatsoenlijk leven te leiden en aan miljoenen ontheemden en vluchtelingen die over het land zijn uitgezwermd.

Jan Pronk is speciaal gezant voor de VN in Soedan.

    • Jan Pronk