Argentinië: economisch voordeel telt

In Argentinië is geen discussie over mogelijk schadelijke gevolgen van het eten van gengewassen, er is hoogstens wat kritiek over schade aan het landschap. Gentechnologie betekent geld in het laatje.

In Nederland zou het gelden als een gemene provocatie aan het adres van radicale vernielzuchtige actiegroepen, maar in het Argentijnse landschap is het heel gewoon. Op de velden langs het eindeloze Argentijnse grasland stikt het van de vrolijke borden die aangeven welke fabrikant hier met welk soort genetisch gemodificeerde zaadjes aan de slag is.

Argentinië mag dan gelden als het land waar de lekkerste en grootste biefstukken worden geboren, de landbouwindustrie is de laatste jaren oneindig veel belangrijker geworden. Vooral door het op steeds grotere schaal verbouwen van gengewassen is het aandeel van agrarische producten in de totale export van Argentinië al bijna 60 procent. In 2003 werd zo'n 8 miljard dollar (6 miljard euro) aan landbouwproducten uitgevoerd. Ter vergelijking: met de uitvoer van vlees werd 700 miljoen dollar verdiend. Na de Verenigde Staten is Argentinië het land waar de meeste genetisch bewerkte gewassen worden geteeld.

Na de economische crisis die Argentinië in 2002 letterlijk ineen deed storten, geniet het land de afgelopen jaren dankzij de landbouw een enorme economische groei. In 2003 en 2004 nam de economie met jaarlijks ruim 8 procent toe. Vooral in het binnenland voel je die economische boom. Er worden nieuwe grote opslagloodsen gebouwd. En in de hoofdstraatweg van de kleine landbouwnederzettingen domineren de showrooms waar grote glimmende landbouwmachines te koop worden aangeboden.

Zo'n veertien miljoen hectare is in Argentinië bestemd voor de teelt van gengewassen. Het verreweg grootste deel daarvan is soja en de rest is maïs en katoen. Soja wordt in Argentinië pas sinds een jaar of dertig verbouwd en sindsdien worden ieder jaar recordoogsten geboekt. Dit jaar verwacht Argentinië 39 miljoen ton aan soja te produceren.

De prijs van soja op de beurs van Chicago is in de Argentijnse kranten bijna even prominent aanwezig als het weerbericht. Argentijnse ondernemers speculeerden de laatste maanden bijvoorbeeld over wat de aangehaalde economische banden met China kunnen betekenen voor de export van soja. De verwachting is dat de export naar China van voedsel binnen een paar jaar toeneemt naar 12 miljard dollar, zes keer zo veel als nu.

Een debat zoals in Nederland populair is over de mogelijke schadelijke gevolgen die het eten van gemanipuleerde gewassen zou kunnen opleveren voor de consument, is in Argentinië vrijwel geheel afwezig. ,,De discussie gaat hier net zoals in de Verenigde Staten alleen maar over de economische voordelen die het telen van gengewassen heeft. Van een al dan niet terechte vrees van de consument merk je niets'', zegt de Nederlandse landbouwattaché Menno van Genne op de ambassade in Buenos Aires.

Een discussie is er wel over de schade die de verbouw van soja oplevert voor het Argentijnse landschap. Een vrolijke wei met koeien oogt beter dan een saaie lap grond met soja. De milieuorganisatie Greenpeace heeft het afgelopen jaar een nadrukkelijke campagne gevoerd om te protesteren tegen de vernietiging van beschermde natuurgebieden in het noorden van Argentinië. Bossen moeten wijken voor de sojaboer.

,,De opmars van het sojafront betekent niet alleen het vernietigen van onze bossen die nog zo'n 30 procent van het grondgebied bedragen maar beschadigt ook ecosystemen. Het kan leiden tot hele schadelijke klimaatveranderingen. Bovendien moeten oorspronkelijke inheemse bewoners vaak wijken voor grote landbouwbedrijven '', aldus een woordvoerder van Greenpeace.

Maar, zoals gezegd, dergelijke kanttekeningen krijgen in Zuid-Amerika weinig aandacht. Gentechnologie betekent geld in het laatje. Argentinië exporteerde bijvoorbeeld het afgelopen jaar zo'n 450 miljoen dollar aan soja naar Nederland. Die wordt daar voor een deel verwerkt in varkens- en kippenvoeder en belandt zo uiteindelijk ook in de Nederlandse voedselketen.