`R' moet kwaliteit van Britse dienst MI6 garanderen

MI6, de Britse buitenlandse inlichtingendienst en bron van dubieuze informatie over Iraakse massavernietigingswapens, gaat officieel aan kwaliteitsbewaking doen. Dat blijkt uit de benoeming van `R', een nieuwe topfunctionaris, die alle inlichtingen op hun deugdelijkheid beoordeelt vóór ze ter beschikking worden gesteld aan `klanten' van MI6, zoals het ministerie van Defensie of Downing Street.

`R', wiens functie direct ressorteert onder `C', het hoofd van de dienst, moet er voor zorgen dat de scheiding intact blijft tussen de `producenten' van ruwe informatie (de spionnen en hun agenten) en de analisten, die de informatie wegen en interpreteren. Tijdens de aanloop naar de oorlog in Irak is die scheiding vervaagd, waardoor analisten op grond van kwestieuze informatie vergaande maar ongegronde conclusies trokken, die de politiek vervolgens als ,,blikvanger'' kon gebruiken bij het afschilderen van Saddam als een gevaar.

Lord Butler, die een onafhankelijk onderzoek leidde naar het functioneren van de diensten, oefende vorig jaar zeer scherpe kritiek uit op MI6 en aanpalende instellingen. Hun bronnen waren deels ,,ondeugdelijk'', zei Butler. Hij zei ook dat de diensten cruciale slagen om de arm achterwege lieten en daardoor in de praktijk inlichtingen leverden die de politiek op zijn minst goed uitkwamen.

Dat was onder meer het geval bij de zogeheten `45 minuten-claim', de niet tegengesproken bewering in een dossier van Downing Street uit september 2002 dat Irak binnen drie kwartier massavernietigingswapens kon inzetten tegen Britse troepen. MI6 heeft vorig jaar de aanwijzingen voor die bewering officieel ingetrokken, omdat ze van een onbetrouwbare bron afkomstig waren. De meeste Britten geloven echter dat zo stilzwijgend is erkend dat het wapendossier dat Downing Street publiceerde wel degelijk was `opgesekst', zoals de BBC had beweerd.

`R' moet er vooral voor zorgen dat de analyses van MI6 voortaan zo objectief mogelijk zijn. Zijn benoeming maakt deel uit van een vergaande reorganisatie van de dienst door de nieuwe chef, John Scarlett. Diens promotie was omstreden, omdat juist hij eindverantwoordelijkheid droeg voor de meest omstreden rapportage over Irak. Maar Butler spaarde hem.