Met kledingmerken laat je zien de taal van de groep te spreken

Het zich eigen maken van kleding en of -merken door jongeren is van alle tijden. Het doel is ook van alle tijden: communiceren en provoceren. Klassiek voorbeeld is de jeans, het uniform van de jaren zeventig-provo maar al veel eerder vast onderdeel van wat de Rockers begin jaren zestig droegen in combinatie met een leren jack en motorlaarzen. En is er een hele rij jongeren-tribes op te noemen, van rappers tot headbangers, die elk hun eigen uniform hebben.

Met kleding kun je laten zien dat je de taal van de groep spreekt en verstaat. En in een maatschappij die geregeerd wordt door namen en labels, is het logisch dat die taal anno 2005 via merken wordt gesproken. En dat is precies wat de liefhebbers van Lonsdale en Karl Kani doen. Door het dragen van een van de merken laat je zien bij de familie te horen. Het zijn de buitenstaanders die daar aanstoot aan nemen en er het etiket links, rechts of allochtoon op plakken.

Als elke Nederlander vanaf morgen het merk Londsdale zou dragen, wat van oorsprong een heel Brits en bijna klassiek merk is, zet elke skinhead zijn bomberjack bij het oud vuil. Reden: het is niet meer van de groep. Maar er zijn een heleboel andere gerespecteerde merken waar hij vervolgens de draak mee kan steken en kan provoceren. Het groepje liefhebbers van Lonsdale veelal skinheads en liefhebbers van hardcore muziek - heeft ook een voorkeur voor andere merken: Pittbul, Burberrys, Fred Perry, Doc Martens, Ben Sherman.

De lijst merken van jongeren die een meer urban lijfstijl hebben en luisteren naar r&b en hiphop verschilt van week tot week. Momenteel zijn vooral Karl Kani en FuBu hot. Maar ook Mercedes en het peperdure champagnemerk Chrystal staan op het lijstje. De groepstaal gaat immers over meer dan kleding.

    • Jetty Ferwerda