Koud-knappe `Last Train' van German jr.

Je kunt bewondering hebben voor de keuzes die de jonge Russische regisseur Aleksej German jr. (1976) maakt in zijn debuut The Last Train, gesitueerd aan het Russische front in de winter van 1943. Hoe hij filmt in zwart-wit en toch voor de hand liggende contrasten met sneeuw en mist vermijdt. Hoe hij vrijwel elke oorlogshandeling buiten beeld houdt. Hoe hij op de geluidsband hoestende en rochelende mensen laat horen, waarbij hij de irritatiegraad soms flink overschrijdt. En hoe hij heel af en toe een personage rechtstreeks de camera in laat acteren als om te zeggen: vergeet het niet, dit gebeurt nog elke dag.

Maar die bewondering is tamelijk academisch. Op sommige momenten doet de film zozeer denken aan een absurde sketch voor twee heren – een legerarts en een Duitse soldaat die verloren door het vijandige Russische landschap zwerven – dat elke emotie verdampt. De surrealistische dialogen creëren door hun overbodigheid voornamelijk afstand. En dat oorlog zinloos is, dat wisten we al, hoe bijzonder het ook is dat een Russische filmer de geschiedenis van de oorlog toont door de ogen van een Duitser, de legerarts. Iets dergelijks had vader Aleksej German sr. trouwens al gedaan in drie films die in het Amsterdamse Filmmuseum worden vertoond als aanvulling op The Last Train.

The Last Train (Poslednii Pojezd). Regie: Aleksej German jr. Met: Pavel Romanov, Petr Merkuriev, Irina Raksjina. Voorafgegaan door Birth of the Western van Maarten Treurniet. In: Filmmuseum, Amsterdam; 't Hoogt Utrecht.