India wil geen derdewereldland meer zijn

Met haar eigenzinnige aanpak van de tsunami-ramp wil de Indiase regering de wereld laten zien dat ze haar eigen boontjes kan doppen. Zonder buitenlandse hulp. Het land wil graag af van zijn imago van derdewereldland.

Toen de Indiase minister van Buitenlandse Zaken, Natwar Singh, twee dagen na de tsunami op 26 december een telefoontje kreeg van zijn Amerikaanse ambtgenoot Colin Powell, waren ze het snel eens met elkaar. Er moest een kerngroep van landen komen, die de internationale hulpverlening in de regio zou coördineren. Amerika, India, Japan en Australië zouden gezamenlijk deze omvangrijke noodoperatie in goede banen gaan leiden, zo werd er besloten.

In diezelfde week liet India ook weten geen behoefte te hebben aan internationale hulp. Wij zijn zelf in staat om voor hulpverlening te zorgen, zei de Indiase regering, tot grote verbazing van de buitenwereld. En en passant maakte de regering bekend boten met medicijnen en andere hulpgoederen richting Sri Lanka en Indonesië te sturen.

Aanvankelijk leidde de afwijzing van buitenlandse hulp door India tot verwarring. Vooral internationale hulporganisaties als het Rode Kruis en Oxfam wisten even niet waar ze aan toe waren. De opmerking bleek echter niet bedoeld voor organisaties die al in India actief waren. De Indiase regering zei eigenlijk geen prijs te stellen op bilaterale hulp. Later nuanceerde de overheid in New Delhi haar beleid: op plaatsen waar het nodig is, ,,zullen we eventueel ook buitenlandse hulp accepteren''. Vandaag maakten de Wereldbank en de Aziatische Ontwikkelingsbank nog bekend dat zij India gaan helpen, onder meer bij het herstel van de infrastructuur in de getroffen deelstaten.

,,Met haar rol in de coördinatiegroep, als donateur van hulp en met afwijzing van bilaterale hulp, heeft India twee dingen willen laten zien: wij kunnen een leidende rol spelen in de regio, en wij zijn geen arm land meer, maar eentje van middeninkomens'', zegt prof. Ashis Nandy, auteur van `The Intimate Enemy: Loss and Recovery of Self Under Colonialism' en onderzoeker van het gezaghebbende Centre for the Study of Developing Societies in New Delhi.

,,Hulp ontvangen wordt hier, met name door de snel groeiende middenklasse, toch gezien als een teken van armoede. Men heeft moeite met dat stigma'', zegt Nandy. In eigen land heeft de houding van het kabinet van premier Manmohan Singh dan ook amper tot controverse geleid. ,,Je ziet het ook weerspiegeld in de berichtgeving door de media. Iedereen is stiekem een beetje trots. De hulpverlening verloopt goed'', constateert Nandy.

Unicef-medewerkster Liesbeth Burgers, die vanuit Delhi opereert, is het daarmee eens. Zij is onder de indruk van de snelle reactie van de overheid op de ramp. ,,India liep vooruit op de andere landen die geraakt zijn door de tsunami. De capaciteit is hier aanwezig, men heeft ervaring met rampen.''

De huidige regering, onder leiding van de Congrespartij, zet met haar crisismanagement voort wat al in gang was gezet door de vorige regering. Na de aardbeving in 2001 in Gujarat zei de toenmalige premier Atal Behari Vajpayee, van de hindoepartij BJP, ook verschillende keren `nee' tegen internationale steun.

Volgens de onderzoeker Nandy is dit beleid ook een gevolg van de economische ontwikkeling van het land. Sinds India haar markten begon te liberaliseren, vanaf begin jaren negentig, behoort het tot de snelst groeiende economieën ter wereld. Het economische succes heeft het zelfbewustzijn versterkt. Van een ontvanger van donaties en leningen, heeft India zich ontwikkelt tot een donateur, een gever van hulp aan andere landen. Nandy: ,,India vindt dat het een nieuwe status heeft verworven.''

In 2003/2004 was de Indiase overheid goed voor bijna 300 miljoen euro aan subsidies en leningen aan buitenlandse regeringen. Schulden van zeven Afrikaanse landen schold India kwijt. In de regio zijn bergstaten als Bhutan en Nepal al jarenlang ontvangers van financiële hulp van India. Nepal krijgt daarbij ook steun van India, in de vorm van wapens, in haar strijd tegen de Maoïstenrebellen.

Een ander voorbeeld is Afghanistan. Na de val van de Talibaan in 2001 heeft Delhi de afgelopen jaren enkele honderden miljoenen dollars overgemaakt naar de regering-Karzai, voor de opbouw van het kapotte land.

Toch blijft het afslaan door India van buitenlandse hulp opmerkelijk. Van een land waar naar schatting 30 procent van de meer dan 1 miljard inwoners moet leven van minder dan een dollar per dag, zou je verwachten dat iedere hulp welkom is. De schade door tsunami in India wordt al geschat op 1,5 miljard dollar, zo werd vandaag bekend. India zal dat bedrag nu grotendeels uit eigen zak moeten betalen, terwijl het buitenland inmiddels meer dan 4 miljard dollar bij elkaar heeft gelegd voor de getroffen gebieden.

,,Het zou natuurlijk logischer zijn om dat geld te accepteren. Er zijn genoeg armoedeprojecten in dit land waar men ook geld voor nodig heeft'', zegt onderzoeker Nandy. ,,Een echt ontwikkeld land zou er helemaal geen probleem mee hebben om financiële steun te ontvangen in geval van nood. Maar de Indiase politiek heeft jarenlang last gehad van een gevoel van inferioriteit, voelt zich onzeker ten opzichte van het buitenland. Dan krijg je dit soort beslissingen. Daar gaat nog generaties overheen, voordat die mentale staat verdwenen is.''

    • Philip de Wit