Geen daling bijstand door nieuwe wet

De nieuwe bijstandswet, die de verantwoordelijkheid voor de bijstand verschuift van het rijk naar de gemeenten, heeft na een jaar nog niet geleid tot een duidelijke daling van het aantal bijstandsgerechtigden.

Dat blijkt uit een steekproef van deze krant onder tien gemeenten, waaronder Rotterdam, Enschede, Tilburg en Gouda. De bedoeling van de Wet Werk en Bijstand (WWB), ingevoerd op 1 januari 2004, is dat zoveel mogelijk mensen met een bijstandsuitkering – zo'n 360.000 in 2004 – aan het werk komen. Staatssecretaris Van Hoof (SZW) ging vorig jaar nog uit van een daling van 5 procent van het aantal mensen in de bijstand.

In vijf van de tien gemeenten steeg het aantal bijstandsgerechtigden. Stijgingen deden zich onder meer voor in Enschede (plus 100, ofwel 1,8 procent) en Nijmegen (plus 300, een kleine 5 procent). In Gouda kwamen er 65 bijstandsgerechtigden bij, een stijging van 3,2 procent. Tilburg daarentegen sloot het jaar af met driehonderd bijstandsgerechtigden minder (circa 5 procent).

De bevindingen van de steekproef komen overeen met die van een vorig jaar zomer gehouden enquête onder 102 gemeenten naar de ervaringen met de Wet werk en Bijstand. In die enquête van de Divosa, de vereniging van directeuren van overheidsorganen voor sociale arbeid, spreekt het merendeel van de ondervraagde gemeenten de verwachting uit dat het aantal mensen in de bijstand als gevolg van de nieuwe bijstandswet niet of nauwelijks zal dalen.

De gedachte achter de nieuwe wet is dat gemeenten strenger zullen worden als ze zelf de bijstandsuitkeringen moeten financieren, waardoor het aantal bijstandsgerechtigden zal dalen. Werden financiële tekorten in het verleden aangevuld door het rijk, vanaf 1 januari 2006 moeten zij onverwachte tegenvallers zelf vergoeden tot een maximum van 10 procent van de overschrijding van het budget. De hoogte van dat budget wordt per gemeente vastgesteld en bestaat uit twee delen: het vrij besteedbare `werkbudget' voor reïntegratieprojecten en het `inkomensbudget', waaruit de bijstandsuitkeringen moeten worden betaald.

Met de door de rijksoverheid beschikbaar gestelde middelen voor reïntegratie en betaling van de uitkeringen kwamen de meeste gemeenten uit. Roosendaal bijvoorbeeld hield 400.000 euro over, Rotterdam 50 miljoen en Den Bosch 1,7 miljoen. Van de ondervraagde gemeenten kwamen alleen Gouda (min 1,8 miljoen euro) en Enschede (min 4,5 miljoen euro) geld tekort. In totaal hielden gemeenten vorig jaar 200 miljoen euro over uit het bijstandsbudget, blijkt uit gegevens van het ministerie.

BIJSTANDSWET pagina 16

    • Danielle Pinedo
    • Friederike de Raat