`Flying Daggers' is verbluffend spektakel

Daf. Poef. Paf. Rafdafdafdaf, tak, boem! Ratatata, tak, tak, baf, boem, daf.

Er zijn vele kwaliteiten die een meisje van plezier in het oude China begerenswaardig maken. Haar stem, de manier waarop ze thee inschenkt of gracieus danst. Maar een meisje dat het `echo spel' beheerst, beroert de zinnen bovenmatig. Dat gaat zo: in een halve cirkel van staande trommels gooit een man boontjes die als kogels tegen de vellen ketsen, eerst een voor een, dan drie tegelijk, tot de hele schaal leeg is. En zij moet op zijn ritme ingaan door met haar mouwen de slagen op de trommels te beantwoorden. Daf. Poef. Paf.

Het is een tapdansnummer zonder voeten, een paringsdans zonder lichamen, een gevecht zonder wapens, een weddenschap met je ogen en je oren als inzet, de belangrijkste instrumenten van de filmkijker. God zegene de regisseur die die opwinding in beeld en geluid weet te vangen. Tijd sneller dan tijd, ruimte groter dan je armen kunnen omvatten, concentratie trefzeker als een boon.

Na de blinde zwaardvechter waar de Japanse acteur/regisseur Takeshi Kitano Nederland vorig jaar mee kennis liet maken in zijn martial arts musical Zatoichi, is er nu een blinde messenwerpster uit China. Zhang Yimou heeft de sociaal geëngageerde films uit zijn beginperiode zoals Het rode korenveld en Raise the Red Lantern definitief achter zich gelaten en specialiseert zich nu in de metafysisch-esthetische eredienst van de `wuxia', de vechtfilms waar hij mee opgroeide.

Het verhaal van zijn film is niet zo gelaagd als dat van Crouching Tiger, Hidden Dragon van Ang Lee, die de martial arts-film voor een Westers publiek emancipeerde. Liefde en verraad aan het einde van de Tang-dynastie, rond 859 na Chr., daar draait het hier om. Twee mannen en een vrouw. Maar voor Zhang Yimou's meesterlijke camera die streelt en snijdt, die van bloedspatten dauwdruppels maakt en van korenaren dodelijke wapens, is dat genoeg.

Behalve het `echo spel' waarin twee politiemannen het blinde hoertje als een medeplichtige van de Robin Hood-achtige bende van de vliegende dolken proberen te ontmaskeren, zit er nog zo'n scène in House of Fying Daggers, een traditioneel gevecht in een bamboebos, waarin de toppen van de bomen zich voegen naar de voeten van de vechtenden. Met een combinatie van klassieke wire-gevechten en state of the art-computertechnieken doet Zhang ons vergeten dat film maar een bedrieglijk medium is. Wat hij laat zien is waar.

De Chinese titel Shi mian mai fu betekent `van 10 kanten ingesloten', en dat geldt niet alleen voor de hoofdpersonen, in hun web van politieke en amoureuze leugens. Ook de toeschouwer wordt in tientallen hinderlagen gelokt, om zich te laten ontroeren, betoveren, meeslepen, overtuigen, verbazen, overdonderen, hypnotiseren, verleiden en plezieren.

House of Flying Daggers (Shi mian mai fu). Regie: Zhang Yimou. Met: Kaneshiro takeshi, Andy Lau, Zhang Ziyi, Sony Dandan. In: 15 bioscopen.

    • Dana Linssen