Eigen zaak eerst, nu ook in Japan

Lang offerde in Japan een werknemer zijn privé-leven op ten bate van de baas. In een opmerkelijke rechtszaak stelde een uitvinder echter zijn eigen gewin boven de belangen van zijn werkgever, en hield er gisteren in een schikking uiteindelijk ruim 6 miljoen euro aan over. De zaak lijkt grote consequenties te gaan hebben.

Shuji Nakamura, tegenwoordig hoogleraar aan de Universiteit van Californië, ontwikkelde eind jaren negentig als werknemer van het Japanse bedrijf Nichia een blauwe led (light-emitting diode – een zeer zuinige lichtbron). Een led van deze kleur bestond nog niet en was dus welkom. Nichia deponeerde de patenten en gaf Nakamura een fooi van 150 euro. In Japan werd Nakamura verder genegeerd, maar vanuit Amerika stroomden werkaanbiedingen binnen. Nakamura verhuisde naar Californië, waar men ervan uit ging dat hij een fortuin aan zijn uitvinding had verdiend.

Nakamura heeft in woord en geschrift felle kritiek geuit op de Japanse nadruk op groepsprestaties, ten nadele van waardering voor het individu. In 2001 eiste Nakamura via de rechter een deel van Nichia's winsten op de blauwe led. Vorig jaar bepaalde de rechter dat Nakamura's uitvinding voor het bedrijf een waarde van 60 miljard yen (440 miljoen euro) heeft en wees hem een vergoeding van eenderde toe: 146 miljoen euro. Nichia ging in beroep. Gisteren kwam het uiteindelijk tot een vergelijk op het bedrag van 6 miljoen euro. Slechts een fractie van de waarde van de uitvinding.

De uitkomst lijkt grote gevolgen te gaan hebben voor Japanse bedrijven die in patenten grossieren. Elektronicagigant Hitachi stelt een speciale commissie in die moet gaan toezien op correcte vergoedingen voor uitvinders, zo bericht de Nihon Keizai Shinbun vandaag. Ook wil het bedrijf meer openheid gaan betrachten in grootte en motivering van deze vergoedingen.

Hitachi is een technologische grootmacht en was in de VS in 2003 nummer twee qua aantal ingediende patenten. IBM was aanvoerder van de lijst, terwijl de Japanse bedrijven Canon en Matsushita volgden op nummer drie en vier.