`Economische migrant is geen gevaar'

De Europese Commissie gaat opnieuw proberen wat in 2000 nog mislukte: de grenzen openstellen voor economische migranten. Maar dit keer gaat Brussel omzichtiger te werk.

Immigratie. Het is de afgelopen jaren in veel landen in Europa één van de meest beladen woorden geworden. Toch heeft de Europese Commissie het woord weer van stal gehaald. Hoe moet Europa omgaan met economische migratie, is de vraag die het dagelijks bestuur van de Europese Unie de komende tijd stelt aan diverse betrokkenen in de 25 lidstaten.

De Europese commissarissen Franco Frattini (Justitie) en Vladimir Spidla (Sociale Zaken) presenteerden hierover gisteren in Straatsburg een zogeheten 'groenboek'. De antwoorden op de ruim geformuleerde vraag zullen uiteindelijk eind dit jaar moeten leiden tot voorstellen voor een Europees beleid.

Er is leergeld betaald met ervaringen uit het verleden. Een eerder voornemen uit 2000 van de vorige Europese Commissie om te komen tot een gemeenschappelijk beleid ten aanzien van economische migratie faalde jammerlijk. De meeste lidstaten van de toen nog uit vijftien landen bestaande Unie wilden er niet aan. Het toch al zo politiek gevoelige debat over migratie dat zij in eigen land voerden, kon niet ook nog eens belast worden met Europese directieven.

Nu gaat de Europese Commissie omzichtiger te werk. Zoals de Italiaanse commissaris Frattini het gisteren tijdens een toelichting in Straatsburg uitdrukte: geen top-down aanpak meer, maar een bottom-up benadering. Waarbij Brussel er steeds voor zal waken dat het besluit om in een land economische migranten toe te laten door de betrokken landen zelf genomen zal worden.

Voor de commissie is het overigens geen vraag meer of Europa economische migranten zal moeten aantrekken. De demografische ontwikkelingen wijzen er op dat tussen 2010 en 2030 de beroepsbevolking in de landen van de Europese Unie met in totaal 20 miljoen mensen zal afnemen. Wil Europa tegelijkertijd voldoen aan de eigen doelstelling om vanaf 2010 de meest concurrerende economie ter wereld te worden, dan is er sprake van een probleem.

Europa zal hoe dan ook werknemers van buiten moeten halen. Dat gebeurt overigens ook nu al op beperkte schaal. In diverse landen is sprake van specifieke groepen werknemers die gaten opvullen op de nationale arbeidsmarkt. In Nederland worden hoogopgeleide kenniswerkers bijvoorbeeld toegelaten.

De Europese Commissie wil nu meer in kaart brengen hoe de vraag naar economische migranten zich in de toekomst zal ontwikkelen. En de vervolgvraag is dan welke eisen aan die migranten moeten worden gesteld. Daarvoor worden de nationale regeringen geconsulteerd, maar ook de organisaties van werkgevers en werknemers in de diverse EU-landen. Tevens zullen organisaties van migranten worden gehoord.

Als het de bedoeling is dat de landen van de Europese Unie uiteindelijk zelf kunnen besluiten of migranten al dan niet moeten worden toegelaten en ook zelf quota mogen vaststellen, is de vraag wat de meerwaarde van Europees beleid op dit vlak is.

Volgens commissaris Frattini moeten migranten van buiten de Europese Unie ervan uit kunnen gaan dat de landen van de Unie dezelfde toelatingsprocedures toepassen. Het is in wezen de keerzijde van het gemeenschappelijk asielbeleid dat de Europese Unie verder wil ontwikkelen.

Volgens commissaris Spidla kan dit ook leiden tot een meer positieve benadering van het fenomeen migrant. ,,We moeten hen niet zien als bedreigende factor. We moeten economische migranten beschouwen als kans niet als gevaar.''

Of de rest van Europa dat ook zo ziet, zal eind dit jaar blijken als de voornemens tot concrete aanbevelingen moeten worden omgezet.

    • Mark Kranenburg