Droeve toon in `Garden State'

In Amerika hebben alle staten bijnamen en die van New Jersey is `the garden state'. Garden State is ook de titel van het regie- en scenariodebuut van acteur Zach Braff, dat zich in zijn geboorteplaats New Jersey afspeelt. Maar het is ook een titel die ironisch en romantisch verwijst naar de voor- en postparadijselijke staat waarin de hoofdpersonen zich bevinden en dan met name de ongetwijfeld semi-autobiografische protagonist Andrew Largeman, gespeeld door de filmmaker zelf. Braff is in Amerika populair als een van de gezichten van de televisieserie Crubs en in Nederland te zien geweest als Woody Allens zoon in Manhattan Murder Mystery uit 1993.

Garden State is van het genre dat de Amerikanen aanduiden als `homecoming movie'. In dit geval komt de verloren zoon thuis voor de begrafenis van zijn moeder en wordt hij gedwongen te ontwaken uit de lithium-roes die zijn vader-de-psychiater (Ian Holm) hem als kind voorschreef . Het is ook een `coming-of-age' film, waarin de hoofdpersoon (halverwege de twintig: beter laat dan nooit) besluit zijn lot in eigen hand te nemen.

Wat Garden State onderscheidt van talloze andere films, van The Graduate tot American Pie, onderscheidt is de door en door droeve toon. De grimlachen komen uit de diepste, melancholiek-komische spelonken. Letterlijk zelfs, als Andrew en zijn vrienden een soort ark van Noach op de rand van een kloof ontdekken, die in dit geval de hoop van de ondergang moet behoeden. De hoop wordt in Garden State vertaald als de hoop op een eigen, authentiek, misschien wel zinvol leven. Prachtig hoe Natalie Portman als Andrews vriendinnetje hem leert even iets totaal origineels te doen, iets wat daar op die plek en dat tijdstip nog niet gedaan is. Raar gillen, of maf dansen. En langzamerhand beseffen ze dat ook zichzelf-zijn al bijzonder genoeg is. Dat doet bijna niemand.

Garden State. Regie: Zach Braff. Met: Zach Braff, Ian Holm, Peter Saarsgaard, Natalie Portman. In: 25 bioscopen.

    • Dana Linssen