De slag in de lucht

Geen vrede, maar een wapenstilstand. Zo kan de gisteren gesloten overeenkomst tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie over subsidies aan de luchtvaartindustrie het best worden genoemd. In plaats van de klachten die beide in oktober vorig jaar tegen elkaar indienden bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO) onverminderd door te zetten, is besloten drie maanden de tijd te nemen om via onderhandelingen tot een vergelijk te komen in dit langlopende dispuut. Kort gezegd protesteren de Amerikanen tegen de directe en impliciete subsidies die Europese overheden volgens hen geven aan de pan-Europese vliegtuigbouwer Airbus. De Europese Unie riposteert met de klacht dat Boeing behalve van belastingmaatregelen ook profiteert van onderzoek en orders van Amerika's defensie en ruimtevaart, voorheen het `militair-industriële complex' genoemd.

Na een subsidieakkoord uit 1992 te hebben opgezegd, waarbij de strijdbijl was begraven, bracht de regering-Bush de kwestie in oktober naar de WTO. Dat vertoon van daadkracht kan moeilijk los worden gezien van de verkiezingsstrijd in de VS op dat moment. Ook de overeenkomst van gisteren heeft vooral met Amerika te maken. De regering-Bush is er op gebrand de beschadigde transatlantische politieke relaties te repareren. Een uit de hand lopende wederzijdse procedure bij de WTO is daar niet behulpzaam bij. Bovendien kan het oplossen van het bilaterale conflict helpen bij het vlottrekken van de vastgelopen multilaterale Doha-ronde voor verdere liberalisering van de wereldhandel.

Voor de vliegtuigproducenten zelf komt een bevredigende oplossing van het conflict goed uit. Een voortgaande procedure bij de WTO geeft het risico dat de subsidies aan beide ondernemingen illegaal worden verklaard, waardoor zij allebei verliezen. Airbus kan dat juist nu niet gebruiken: volgende week wordt het nieuwste vliegtuig, de A380 met een capaciteit van 555 passagiers voor het eerst in het openbaar getoond. Tegen de zomer volgt de eerste proefvlucht en de eerste leveranties van het toestel staan voor de lente van 2006 gepland. Boeing is druk bezig aan de hypermoderne 7E7, die een jaar later op de markt komt. De innovaties dragen bij aan brandstofvriendelijkere en geluidsarmere luchtvaart.

Moeten we blij zijn met de wapenstilstand tussen Boeing en Airbus? Om politieke redenen wel. Maar de kans is klein dat een vergelijk tussen de VS en de EU op dit punt zal resulteren in een volledige afbouw van subsidies. Dat betekent dat het wereldwijde oligopolie van Airbus en Boeing in de grote passagiersvliegtuigen zal blijven steunen op publiek geld aan weerszijden van de oceaan. Dat is niet ideaal, al was het maar omdat zo de werkelijke kosten van het luchttransport nog steeds niet worden weerspiegeld in de prijzen. Toch is een akkoord beter dan geen akkoord, en is het te hopen dat Amerika en Europa tot een vergelijk komen, waarbij subsidies zo veel mogelijk worden opgeheven. Meer dan dat lijkt te veel gevraagd. Luchtvaart is nu eenmaal synoniem met politiek, en dat zal voorlopig wel zo blijven.