Wet bedreigde dieren in VS nu zelf bedreigd

Dertig jaar na zijn invoering wordt de Amerikaanse wet op de bescherming van bedreigde plant- en diersoorten nu ook zelf bedreigd. Tegenstanders van de wet gaan er van uit dat de huidige samenstelling van het Congres ,,goede kansen voor modernisering en verbetering'' biedt, zoals Jim Sims, van Partnership for the West, het zegt.

Vooral Republikeinse gouverneurs in het westen van de VS is de strenge wet al tijden een doorn in het oog. Toen hij werd aangenomen was de wet vooral bedoeld om tot de verbeelding sprekende dieren als de grote adelaar en de grizzly beer te beschermen. Maar inmiddels staan er 518 soorten op de lijst. Volgens sommige gouverneurs vormt de wet daarmee een belemmering voor de ontwikkeling van natuurgebieden.

De beschermde status van dieren en planten maken het vrijwel onmogelijk om in hun leefgebieden naar gas of olie te boren, ook houtwinning is er uit den boze. Verder kunnen wegenbouwers in de betrokken gebieden niet onbelemmerd hun gang gaan en kunnen er alleen op beperkte schaal toeristische activiteiten worden ontplooid.

Tegenstanders van de wet hebben een rapport laten maken dat vol staat met voorbeelden van financiële schade door de wet. De vertraging van de bouw van een school in Californië kostte één miljoen dollar. Boeren in Oregon schatten de schade aan de landbouw in het district Klamath op 54 miljoen euro.

Milieuorganisaties vrezen een ernstige afzwakking van de huidige wet. Vooral de vervanging van het begrip `best mogelijke wetenschap' om te bepalen of een soort bedreigd wordt door `beste wetenschap' wordt beschouwd als een groot risico. Daardoor kan er ernstige vertraging optreden voordat een soort op de lijst wordt geplaatst. Of, zoals een advocaat van landeigenaren in het westen het zegt: ,,Als er niet voldoende bewijzen zijn [dat een soort wordt bedreigd], moet de ontbrekende kennis via extra onderzoek worden verkregen.''