Voetbal op tv, van 500 gulden tot 35 miljoen euro

Wie zich druk maakt over de commerciële instelling van het voetbal rond de televisierechten moet zich in het verleden verdiepen. Het is nooit anders geweest, stelt voormalig NOS-baas Van Westerloo in zijn recent verschenen boek.

Vanaf het allereerste begin in de jaren vijftig zijn televisie en voetbal een eenheid geweest. Toen van nationale televisie nog geen sprake was, werden in 1950 in het bijzijn van Anton Philips de eerste beelden gemaakt van een voetbalwedstrijd. PSV speelde tegen Eindhoven en de strijd was rechtstreeks in de bestuurskamer van de thuisclub te zien.

De twee-eenheid televisie en voetbal was geboren. Of eigenlijk hoorde er vanaf het allereerste begin nog een derde factor bij: geld. Tussen november 1951, toen Nederland op zijn hoogst vijfhonderd televietoestellen telde, en oktober 1953 moest de voetbalfan maar liefst vier interlands missen. Pas na 1953 is de NTS, de voorloper van de NOS, bereid om vijfhonderd gulden per wedstrijd neer te leggen. De eerste betaling voor de voetbalrechten is een feit.

Met deze duik in het verleden laat voormalig NOS-baas Ed van Westerloo in We hoeven er niet aan te verdienen zien dat de strijd om voetbalrechten inmiddels een halve eeuw oud is. De titel betreft een uitspraak van KNVB-voorzitter Karel Lotsy uit 1952, waarmee hij wilde aangeven dat de bond financieel niet beter, maar ook niet slechter wilde worden worden van de televisie. Zo moest de NTS betalen voor de stoelen die door de camera's werden ingenomen.

Van Westerloos boek is niet alleen interessant, het is ook goed getimed: van de vijfhonderd gulden van pater Kors (KRO en NTS) loopt het verhaal over de opkomst van voetbal op televisie rechtstreeks naar John de Mol die de rechten vorige maand voor 35 miljoen euro wist te vergaren. ,,Tientallen profeten hebben vanaf 1965 voorspeld dat het verzadigingspunt bereikt was: er zou véél te veel voetbal op de televisie worden uitgezonden en er zou véél te veel voor betaald worden. Tot nu toe hebben ze ongelijk gekregen.''

Aan parallellen met het verleden geen gebrek. De Eredivisie CV (de verenigde clubs uit de hoogste afdeling van het betaalde voetbal) stelde het afgelopen najaar als onderdeel van de biedingstrijd een reeks eisen op die in politiek Den Haag voor nogal wat beroering zorgde. Tien jaar geleden was het rond Sport 7 niet anders. ,,Ieder programma moet vanuit een eigen decor en met eigen leaders worden uitgezonden. Gedurende de hele week moeten promo's worden uitgezonden om het stadionbezoek en de merchandising van voetbalproducten te stimuleren.'' Door de ondergang van de sportzender is het in 1996 bij woorden gebleven.

Van Westerloo, die zelf tussen 1984 en 1995 de onderhandelingen voerde met de voetbalbond, ziet de nauwe relatie tussen voetbal, televisie en geld als vaststaand feit en onthoudt zich verder van een oordeel. Hij laat het bij de constatering dat voetbal in vijftig jaar veel duurder is geworden: zo betaalt John de Mol voor de kwalificatiewedstrijden van het Nederlands elftal 4.400 maal het bedrag dat in 1953 voor Nederland-België werd uitgezonden. Tegelijkertijd constateert hij dat voetbal tegenwoordig een miljoenenpubliek trekt en citeert met instemming H. Bruins Slot van de publieke omroep dat sport ondanks alle rechten ,,nog steeds tot de goedkoopste programmacategorieën behoort.'' Veel kijkers betekent immers ook dure reclame.

Terwijl hij over de miljoenendans geen oordeel uitspreekt is Van Westerloo – op zijn zachtst gezegd – kritisch over zijn tegenspelers bij de KNVB in zijn tijd als NOS-onderhandelaar. Voetbalbestuurders als Ton Harmsen en Jacques Hogewoning worden neergezet als onbetrouwbare zatlappen. ,,Wordt de voetbalwereld door de jaren heen nogal eens geleid door mensen met een hoog patjepeeër-gehalte, in de tweede helft van de jaren tachtig worden op dit terrein enkele records gebroken.''

Al of niet een terecht oordeel, maar hier wreekt de dubbelrol van de auteur. Van Westerloo typeert immers zijn toenmalige tegenspelers die hem als onderhandelaar bij de NOS telkens weer miljoenen guldens uit de zak wisten te kloppen. En met de typeringen van de auteur moet de lezer het doen, want hoe de toenmalige bestuurders over Van Westerloo en de NOS dachten, blijft onbesproken.

Ed van Westerloo, We hoeven er niet aan te verdienen, Arko Sports Media, ISBN 9077072829. €14,95.

    • Erik van der Walle