`Shoah overstijgt alles'

Het leven van filmer Claude Lanzmann staat volledig in het teken van zijn meesterwerk `Shoah' uit 1985. Hij ontvangt er nog steeds lof voor.

Gisteren ontving de Franse cineast Claude Lanzmann een eredoctoraat aan de Universiteit van Amsterdam voor Shoah, zijn twintig jaar oude film over de jodenvervolging.

In het laudatio onderstreepte Frank van Vree, hoogleraar Journalistiek en cultuur, de monumentale betekenis van dit werk. Shoah is een monument voor de slachtoffers van de Endlösung en een monument dat dwingt om de verschrikkingen die in de vernietigingskampen hebben plaatsgevonden, te herdenken. Daarnaast is het een werk van ,,uitzonderlijke kwaliteit'' temidden van de duizenden films die over de vernietigingsmachine van de nazi's zijn gemaakt. Met Shoah, aldus Van Vree, heeft Lanzmann een standaard gezet.

Elf jaar, vanaf 1974, werkte Lanzmann aan zijn levensproject. Hij liet slachtoffers, beulen en omstanders uitvoerig aan het woord. Met grote vasthoudendheid ondervroeg hij daders, slachtoffers en getuigen over de manier waarop de jodenvervolging in zijn werk ging. De Fransman, nazaat van naar Frankrijk geëmigreerde Oost-Europese joden, moraliseerde niet, maar reconstrueerde nauwgezet de details.

Het resultaat was schokkend. Polen, die hun joodse buren hadden zien verdwijnen en er nog steeds antisemitische opvattingen op na hielden, de precieze antwoorden van SS-commandant Franz Suchomel of de getuigenis van de kapper van Treblinka, Abraham Bomba. In zijn benadering was geen plaats voor archiefbeelden en dramatiserende muziek. Met fictie op historische grondslag, zoals Schindler's List van Steven Spielberg, heeft Lanzmann niets op.

De bijna tachtigjarige cineast, filosoof en schrijver teert al twintig jaar op Shoah. Aan de hand van restmateriaal uit de periode dat hij aan Shoah werkte, realiseerde Lanzmann na 1985 nog twee films. In 1997 verscheen Un vivant qui passe, dat grotendeels bestaat uit een interview met Maurice Rossel. Als vertegenwoordiger van het Internationale Comite van het Rode Kruis bracht deze Zwitser in de zomer van 1944 een inspectiebezoek aan concentratiekamp Theresienstad. In 2001 kwam hij met Sobibor, 14 octobre 1943, 16 heures, waarin de opstand van gevangenen in dit vernietingskamp centraal staat.

Het Amsterdamse eredoctoraat doet Lanzmann bijzonder veel plezier. Gisteren, in zijn dankwoord, herdacht hij Amsterdam als stad van intellectuele vrijheid, de voormalige filosofische hoofdstad van de wereld, van Spinoza, Descartes en Pierre Bayle. Lanzmann komt graag in Nederland, het eerste land dat Shoah in 1985 op televisie uitzond.

Hij vindt het onbegrijpelijk dat de film niet opnieuw wordt uitgezonden rond de aanstaande zestigjarige herdenking van de bevrijding van Auschwitz: ,,Twee keer in twintig jaar, dat is toch niet teveel gevraagd?!'' De film wordt momenteel wel in het Filmmuseum te Amsterdam vertoond.

Lanzmann geeft hoog op van zijn aanpak. Eigenlijk is het de enige manier waarop de jodenvervolging verbeeld kan worden. ,,Shoah is geen documentaire! Het is geen registratie van een al bestaande werkelijkheid. Het is een fictie van de realiteit. Het is een oeuvre, meneer, een universeel oeuvre!''

Voor kritische kanttekeningen is geen plaats. Zonder een spoor van ironie: ,,Als film de zevende kunst is, dan is Shoah de achtste kunstvorm. Het is een film die zijn eigenlijk onmogelijkheid heeft overwonnen. Het overstijgt al het andere.''