Hulp is politiek in Sri Lanka

Door de gevolgen van de zeebeving laait in Sri Lanka ook de oude strijd tussen Tamils en Sinhalezen weer op. De regering zou te weinig doen voor de Tamils.

Ruim honderd jongemannen en vrouwen staan keurig opgesteld in vier rijen op de binnenplaats van het districtskantoor in Sammanthurai, niet ver van de oostkust van Sri Lanka. Ze dragen hesjes met de tekst `Relief Services Force', en ze hebben zojuist handschoenen en mondkapjes in ontvangst genomen. Sommigen houden een spade vast.

Dit is het plaatselijke hulpverleningsleger van de Janatha Vimukthi Peramuna, het `Volksbevrijdingsfront', JVP. De partij staat niet alleen bekend om haar marxistische idealen, maar ook om haar sterk Sinhalese nationalisme. Ze is fel tegen autonomie voor Tamils in het noorden en het oosten van het land.

Zo dadelijk zullen de vrijwilligers op de laadbak van een vrachtwagen klimmen die hen naar scholen in de omgeving van de getroffen kustplaats Kalmunai zal brengen waar dakloze slachtoffers van de tsunami zijn ondergebracht. Ze gaan deze ochtend vroeg helpen bij het schoonmaken van de terreinen en de gebouwen. Ook gaan ze puinruimen in woonwijken waar de vloedgolven van veertien dagen geleden overheen zijn geslagen. De 35-jarige Shantha Priyadarshana coördineert de hulpactie. ,,Wij zijn een partij van arme mensen'', zegt hij. ,,We zetten ons nu in voor de slachtoffers van de tsunami.''

Priyadarshana is een van de weinige Sri-Lankese hulpverleners aan de kust van het district Ampara, met tussen de 10.000 en 11.000 doden het zwaarst getroffen gebied van Sri Lanka, die ronduit positief zijn over de rol van de overheid. ,,De regering doet genoeg. Ze heeft voedsel gestuurd, medische hulp en tenten'', zegt hij.

Zo'n positief oordeel uit de mond van een kaderlid van een `partij van de armen' is minder opmerkelijk dan het lijkt. Eind jaren tachtig nog voerde het Volksbevrijdingsfront een gewelddadige guerrilla op het Sinhalese platteland in het zuiden en midden van Sri Lanka. Ze wilde de regering omverwerpen omdat die het Sinhalese moederland zou verkwanselen aan de Tamils en aan India. Talrijke politici werden vermoord, onder wie de echtgenoot van de huidige president, Chandrika Kumaratunga. Bij het tegenoffensief van het Sri-Lankese leger, onder andere met de inzet van paramilitaire doodseskaders, werden vervolgens duizenden JVP-leden en sympathisanten gedood.

Maar de afgelopen jaren is de JVP als parlementaire partij salonfähig geworden in Colombo. Om sterker te staan tegenover de autonomieclaim van de Tamils, sloot president Kumaratunga een jaar geleden zelfs een strategische alliantie met de partij die ervan wordt beschuldigd haar echtgenoot te hebben vermoord. Nu maakt de JVP deel uit van de in april aangetreden regeringscoalitie.

In de ogen van Priyadarshana toont de aanwezigheid van zijn vrijwilligers daarom ook de betrokkenheid van de regering. Hij geeft toe dat juist aan de oostkust, waar veel Tamils wonen, niet iedereen ervan is gediend om hulp te krijgen van Sinhalese nationalisten.

In opvangkampen van Tamils kregen vrijwilligers van JVP te horen dat er al genoeg hulp werd geboden door een Tamil-organisatie en dat ze beter weg konden gaan.

De tsunami mag dan zonder onderscheid des persoons hebben toegeslagen, zoals de president Kumaratunga zei, de hulpverlening aan de oostkust plooit zich het gemakkelijkst langs etnische en religieuze lijn.

Zo zijn nu eenmaal de plaatselijke leefgemeenschappen ook ingericht: Tamils wonen bij Tamils, Sinhalezen bij Sinhalezen, moslims bij moslims, christenen bij christenen. [Vervolg SRI LANKA: pagina 4]

SRI LANKA

Concrete hulp uit Colombo is er nog niet

[Vervolg van pagina 1] De 30-jarige Bathius Samaan, accountant op het ministerie van Parlementaire Zaken in Colombo, was tweede kerstdag in zijn geboorteplaats Kalmunai Kudy, een moslimdorp aan de kustweg naar Batticaloa. Sindsdien is hij nog niet terug geweest in de hoofdstad. Hij coördineert de hulpverlening aan ontheemde geloofsgenoten die zijn ondergebracht in vijf scholen in de omgeving. Zo'n 25 kilometer zuidelijker, in de Tamilstad Akkaraipattu aan de Indische Oceaan, namen de 42-jarige ingenieur K. Sundaramahesan en enkele andere plaatselijke notabelen direct na de ramp het initiatief om de opvang voor Tamilslachtoffers op poten te zetten. Want er was niemand anders die het deed.

De moslim Samaan en de Tamil Sundaramahesan schetsen hetzelfde beeld. Lokale ambtenaren zijn begonnen met het registreren van de vluchtelingen, maar concrete hulp van de regering is nog niet gekomen. De zakken rijst uit India en suiker uit Thailand, de dekens en tenten, emmers, borden, kleren en andere hulpgoederen die liggen opgestapeld in de dorpshuizen, zijn afkomstig van particuliere giften en van Sri-Lankese en buitenlandse organisaties.

De vluchtelingen hebben over het algemeen genoeg te eten, maar de klaslokalen waarin ze zitten moeten ze zo snel mogelijk weer verlaten. Gisteren liep de eindejaarsvakantie af en begon het nieuwe schooljaar.

Enkele kilometers buiten de vissersplaats Pottuvil is een groep Sri-Lankezen en buitenlanders bezig met het egaliseren van een stuk terrein tussen de groene rijstvelden waar boeren druk in de weer zijn de nog jonge gewassen te bespuiten. Hier moeten tenten komen voor de 39 gezinnen die nu nog even verderop bivakkeren in een schooltje. Maar Samaan in Kalmunai en Sundaramahesan in Akkaraipattu hebben geen idee waar `hun' vluchtelingen naar toe moeten. De lokale regeringsfunctionarissen hebben nog geen geschikte plekken aangewezen.

Zowel Samaan als Sundaramahesan zegt dat de tijdelijke fysieke opvang van de vluchtelingen lang niet het grootste probleem vormt. Dat is, zeggen zij, de mentale schoktoestand waarin zij verkeren en waar ze niet uitkomen zolang ze geen uitzicht hebben op een nieuw bestaan. Sundaramahesan: ,,In de scholen zitten vooral de armste mensen, de vissers en de dagloners. De middenklassen en de rijken die zijn getroffen hebben onderdak gezocht bij familie en vrienden. Dat zijn de meesten. Maar voor allen geldt dat ze al hun bezit hebben verloren, naast het persoonlijke verlies van velen. Ooit moeten ze terug naar hun huizen. Maar waar moeten die worden gebouwd? De regering zegt nu dat er niet binnen driehonderd meter van de zee mag worden gebouwd. Maar kun je een visser op het land neerzetten? En bovendien: wie geeft hun het geld om een nieuwe boot te kopen of een nieuw huis te bouwen? Iedereen vestigt zijn hoop op de regering. Die moet investeren in nieuwe industrieën zodat de mensen aan het werk kunnen. Maar ik heb het gevoel dat het geld hier niet terecht zal komen.''

Samaan loopt door de totaal verwoeste moslimwijk Islamabath waar 320 gezinnen woonden, van wie de meesten werden weggesleurd. Ook hij is somber. ,,De mensen moeten zo snel mogelijk weer een normaal bestaan gaan leiden en aan het werk gaan. Maar hier is niets meer. Hoe kunnen de mensen dan aan het geld komen om inkopen te doen op de markt? Op al die vragen is geen nog antwoord'', zegt hij. ,,Misschien is het beste dat ze de kans krijgen om naar het buitenland te emigreren. Hier hebben ze geen toekomst meer. Denkt u dat uw land visa zou willen verstrekken?''

    • Wim Brummelman