Eigentijds onderwijs en grote organisaties

Met ontsteltenis las ik dat Marianne Beelaerts in feite van ieder die bij het onderwijs betrokkenen is, vraagt om medewerkers van de bestaande schoolorganisaties te helpen bij het zelfstandig verder experimenteren met eigentijdser onderwijs (NRC Handelsblad, 21 december).

Deze ontsteltenis is extra groot, omdat zij nergens stelt dat `eigentijdser onderwijs' iets anders moet zijn als de al jaren gepraktiseerde rampzalige `onderwijsvernieuwing'. Verder ,,kan onderwijs niet terug naar vroeger'', aldus Belaerts. Als mijn persoonlijke ervaring met de Venlose onderwijsreus en monopolist voor secundair onderwijs OGV&O met het adagium `alle leerlingen zijn gelijkwaardig' representatief is, zit mevrouw Beelaerts volkomen fout. Ik heb tien jaar lang geen serieus en inhoudelijk gesprek met de vertegenwoordigers ervan mogen voeren over bijvoorbeeld de noodzaak om in de vwo-onderbouw aanvullend `echte' wiskunde en grammatica te onderwijzen.

Verder werd ILS, een leervorm met werken in groepjes, de leerlingen opgelegd zonder geloofwaardige theoretische onderbouwing. Ik als ouder die niet onder de indruk was van de propagandataal van deze organisatie welke trots zegt te zijn op haar `professionals', ontdekte zo op de Venlose scholen ontoegankelijke monomane managers en bange of incompetente leraren die niet voor hun leervak opkomen respectievelijk op onverantwoordelijke wijze met kinderen experimenteren.

Onderwijsmanagers weigeren bijvoorbeeld te accepteren dat kennis en inzicht samengaan, dat je vwo'ers weinig vaardigheden hoeft te leren en dat veel leerlingen ook op de ouderwetse wijze efficiënt en met plezier kunnen leren zonder daarna slecht te functioneren in de maatschappij.

Het onderwijs kan niet gered worden met stapjes in de verkeerde richting. De regering moet daarom het onderwijsestablishment links laten liggen en samen met de dissidenten nieuwe wegen inslaan.