De paling is geen panda

Het is pech voor de paling dat deze er minder aantrekkelijk uitziet dan de pandabeer. Hij is wel lekkerder. Er zijn dan ook geen mondiale acties om dit kwetsbare dier voor uitsterven te behoeden. Ondanks de snelle teruggang van het aantal palingen gaat de visserij onverminderd door, op volwassen exemplaren in het IJsselmeer en op glasaaltjes in Zuid-Europa. De Europese Commissie probeert nog enige grenzen te stellen aan de visserij op kabeljauw en andere bedreigde vissoorten, ondanks grote politieke weerstand van vissers en nationale regeringen. Maar de paling mist bescherming.

Nu is de paling een mysterieuze vis. Nog steeds is niet duidelijk waarom deze soort zo snel achteruitgaat. Geen wetenschapper is erin geslaagd om sluitend te bewijzen waar de paling zich voortplant. Omdat de larfjes ten zuiden van Bermuda worden gevonden – in de Sargassozee – nemen de wetenschappers aan dat het paaien daar gebeurt. Maar geen mens heeft de voortplanting ooit waargenomen. Zeker is dat het glasaaltje en de paling duizenden kilometers kunnen zwemmen en dat zelfs de Hollandse dijken geen hindernis zijn.

Er zijn veel factoren die aan de achteruitgang van de paling kunnen bijdragen. De oceaan wordt warmer en vuiler, maar de Nederlandse wateren worden daarentegen schoner en dus minder voedselrijk voor palingen die graag afval eten of algen. De verzwakkende Atlantische palingsoort wordt bovendien geplaagd door ziektes en parasieten en ook daar is het moeilijk om onderscheid te maken tussen oorzaak en gevolg. De magere palingstand wordt verder uitgedund door betere vangstmethoden. Het IJsselmeer raakt door overbevissing steeds leger en in Zuid-Europa worden massaal de kleine glasaaltjes gevangen. Die worden daar direct gegeten maar ze worden ook gekocht door kwekerijen. Niemand wil vrijwillig de vangsten beperken.

Hoewel de oorzaken van de achteruitgang van paling onduidelijk zijn, is vangstbeperking verstandig als voorzorgsmaatregel. De belangen van enkelevissers staan niet in verhouding tot de risico's van de verdwijning van een soort. De Nederlandse overheid hoeft met niemand te overleggen om de palingvisserij in het IJsselmeer te beperken dan wel te verbieden. Voor een bedreigde soort is elk hersteloord winst.

Voor beperking van de vangsten van glasaal is Europees overleg nodig. Maar verdeeldheid vermindert de daadkracht van de Europese Commissie, die het visserijbeleid van de EU uitvoert. Afspraken kunnen bovendien nog steeds te gemakkelijk worden ontdoken. De vissers vormen een machtige lobby, die niet in verhouding staat tot hun beperkte economische betekenis. Dit is kortzichtig, want uiteindelijk is het op peil houden van de visstand ook in het belang van de vissers zelf.