ABN Amro: `mondiale bank, Europees karakter'

De topman van ABN Amro heeft gisteravond opnieuw zijn liefde voor Europa beleden. Maar een overname door Schotten past daar niet in.

,,Misschien hebben velen van u zich afgevraagd of deze bijeenkomst in Amsterdam of in Edinburgh zou plaats vinden. Ik zou niet weten waarom. The only Scotch we have is at the bar.''

Bestuursvoorzitter Rijkman Groenink van ABN Amro was er gisteravond op de nieuwjaarsreceptie alles aan gelegen om een eind te maken aan de speculaties dat de Nederlandse bank overnamedoelwit is van Royal Bank of Scotland. Niet dat Groenink per definitie een overname uitsluit, maar een krachtenbundeling met een bank uit het Verenigd Koninkrijk heeft volgens hem een belangrijk nadeel: omdat er in beide landen al een sterke competitie bestaat, zijn de groeivooruitzichten niet rooskleurig. ,,De Britse markt is een markt die alleen maar moeilijker kan worden om er zaken te doen'', aldus Groenink. De topman van ABN Amro ziet meer mogelijkheden om te groeien in bijvoorbeeld Duitsland of Italië.

Groenink weigerde toe te zeggen dat de bank zelfstandig zal blijven. Hij noemde het ,,onmogelijk'' om dat soort beloftes te doen. Maar het liefst blijft ABN Amro ,,Master of our own destiny'', waarbij de bank zelf overnames pleegt in plaats van overgenomen te worden. Maar dat moet wel in goede verhoudingen gebeuren. Zolang Groenink aan het roer staat, zal de bank geen vijandige overnames doen.

Groenink mocht gisteren uitleggen waarom ABN Amro niet de doelstelling heeft gehaald die de bank vier jaar geleden formuleerde. Het streven was om eind 2004 tot de topvijf van best presterende banken ter wereld te behoren, gemeten in rendement voor de aandeelhouder. In een zelfgekozen competitieladder van 21 internationale banken is ABN Amro echter geëindigd als middenmoter.

,,Hebben we gefaald? Ja en nee'', zei Groenink gisteren. ,,We zitten niet in de topvijf, maar we hebben wel een veel sterkere bank gecreëerd.'' Volgens de topman zijn er drie redenen waardoor de bank haar financiële doelstelling miste. Ten eerste waren de ambities te hoog doordat de bank zich op ontoereikende informatie baseerde. Ten tweede onderschatte de bank wat voor weerslag alle reorganisaties op de moraal van werknemers zouden hebben. En ten derde hebben de financiële markten volgens Groenink kennelijk een te negatief beeld van ABN Amro. De bank zal er daarom nog meer energie insteken om de strategie en de kracht van het bedrijf aan de buitenwereld over te brengen, zo kondigde hij aan.

De bank heeft nog even gekeken of de twintig geselecteerde banken waarmee ABN Amro haar prestaties vergelijkt moet worden aangepast. Maar Groenink was openhartig dat zulk gesleutel de positie van ABN Amro niet zou veranderen. ,,Bovendien doet het afbreuk aan de historische vergelijkbaarheid.'' Hij liet wel doorschemeren dat de bank volgende maand, bij de presentatie van de jaarcijfers, nieuwe financiële doelstellingen zal lanceren.

De bank staat er volgens Groenink aanmerkelijk beter voor om alsnog de topvijf te halen. Maar dan moet er natuurlijk nog wel wat gebeuren. ABN Amro ziet de mogelijkheden vooral in groei op eigen kracht, gewoon in Nederland, de Verenigde Staten en Brazilië, de regio's waarin het voornamelijk geld verdient. En in Azië.

Tegelijkertijd is bij ABN Amro de liefde voor het Amerikaanse zakendoen al een tijdje bekoeld. De bank heeft de laatste jaren diverse slechte ervaringen met de agressieve manier waarop Amerikaanse zakenbanken soms opereren. En ook het steeds sterker juridisch gedreven toezicht in Amerika heeft zich binnen de raad van bestuur van ABN Amro vertaald in een steeds opener beleden voorkeur voor Europa. Groenink herhaalde zijn boodschap dat ABN Amro een mondiale bank met een Europees karakter wil zijn.