Parlementje spelen over losse stoeptegels

Vorig jaar moesten 145 wethouders opstappen een absoluut record. Sinds de invoering van het dualisme is de gemeenteraad kritischer geworden. Maar meestal zijn het relletjes om details, vinden de wethouders zelf.

Wat zijn val veroorzaakte? Ernst Cramer, tot oktober vorig jaar namens de ChristenUnie wethouder van Zeewolde hoeft er niet lang over na te denken: ,,Pubergedrag van de gemeenteraad''. Een maand voordat Cramer aftrad, kwam aan het licht dat er een rekenfout in de najaarsnota was gemaakt. Het tekort van Zeewolde bleek bijna een miljoen euro groter dan gepland een lokale rel was geboren.

Cramer, die Financiën in zijn portefeuille had, moest zich voor de raad verantwoorden en zag de steun voor zijn beleid ,,verdampen''. ,,Juist de coalitiepartijen VVD en CDA waren uitermate kritisch.'' Het kostte het CDA veel moeite het vertrouwen op te zeggen, zegt fractievoorzitter Piet Verschure van het CDA. ,,Maar ik ben controleur van het college. Er is een fout gemaakt, waarvan ik vind dat die eerder ontdekt had moeten worden.'' Cramer: ,,Die rekenfout was het probleem niet, het leek er sterk op dat de raadsleden geen enkel basisvertrouwen in de coalitie hadden.''

Cramer is een van de 145 wethouders die het afgelopen jaar om politieke redenen het veld moesten ruimen, een absoluut record. Volgens een telling van het blad Binnenlands Bestuur van vorige week is het percentage wethouders dat in een jaar moest aftreden tussen 1995 en 2004 gestegen van 3,5 naar 8,7. In 87 gemeenten, van Bergen op Zoom tot Groningen, van Berkel en Rodenrijs tot Heeze-Leende, leidden conflicten tussen raad en college tot een bestuurscrisis waarbij een of meer wethouders moesten vertrekken.

Waar komt die stijging vandaan? Voormalig wethouder Cramer uit Zeewolde ziet een directe link tussen zijn aftreden en de invoering van het dualisme in de gemeentepolitiek, in maart 2002. ,,Ik zit sinds 1987 in de lokale politiek, maar de laatste tijd is de raad zich echt anders gaan gedragen.''

Sinds de gemeenteraadsverkiezingen van 6 maart 2002 zijn de gemeenteraad en de wethouders `ontvlochten'. Wethouders zitten niet meer in de gemeenteraad, maar zijn alleen bezig met besturen. Raadsleden controleren het college van burgemeester en wethouders. Op die manier, was het idee, zou de lokale politiek meer op de landelijke lijken, waar het parlement het kabinet controleert.

,,Officieel stond de raad al aan het hoofd van een gemeente, maar in werkelijkheid hobbelde die vaak achter het college aan'', zegt de Leidse bijzonder hoogleraar gemeenterecht Hans Engels, tevens lid van de Eerste-Kamerfractie voor D66. Het recordaantal wethouders dat het veld moet ruimen, zegt Engels, wijst erop dat de raad die nieuwe taak serieus neemt. ,,Wethouders hadden de coalitiefracties vaak helemaal in hun greep. Ze kookten alles onderling voor. Aan die praktijk moest een einde komen.''

Maar leidt het dualisme, naast meer weggestuurde wethouders, ook tot een betere gemeentepolitiek? Ex-wethouder Cramer vindt van niet. De gemeentepolitiek, zegt hij, is opgezadeld met een `misproduct'. ,,Het was steeds meer de sfeer van: met u heben we niks te maken. Ze moeten ons beleid beoordelen en controleren, maar in plaats daarvan doen ze ons werk over.''

Cramer vertolkt de sfeer onder de meeste wethouders in Nederland. Uit een vorig jaar gepresenteerd onderzoek van een commissie onder leiding van burgemeester De Vet van Leusden blijkt dat de meeste wethouders niet tevreden zijn met de uitwerking van het dualisme.

Inderdaad stelt de raad zich volgens driekwart van de wethouders onafhankelijker op. Maar, vinden zij, die onafhankelijkheid slaat vaak door in een wel érg kritische houding. Van detailkwesties wordt een halszaak gemaakt. En coalitiefracties doen zo hun best onafhankelijk over te komen, dat ze steeds vaker het college in de wielen rijden. Daardoor is het gemeentebestuur volgens 46 procent van de wethouders minder daadkrachtig geworden en is het aantal conflicten volgens 43 procent van de ondervraagden toegenomen. Al met al, concludeerde de commissie, is de afstand tussen raad en wethouder toegenomen en gaan beide partijen steeds meer ,,met een zekere krampachtigheid'' met elkaar om.

De details waar de gemeenteraad zich mee bezig hield – ex-wethouder Titus van der Torren uit Waddinxveen maakt zich er nog druk over. In 2002 werd hij namens de nieuwe partij Weerbaar Waddinxveen wethouder in diezelfde plaats. Vorig jaar moest hij opstappen naar eigen zeggen ten onrechte na een serie botsingen met de raad over het functioneren van zijn ambtenaren. Nadat een begrotingsstuk niet op tijd klaar was, forceerde de raad een crisis.

Van der Torren: ,,Het klinkt misschien gek dat een afgetreden wethouder dat zegt, maar ik vind dat de raad op écht belangrijke zaken helemaal niet zo kritisch is. Als ze mee willen doen, gaat het altijd over kleine dingen. Losse stoeptegels, of een subsidie van vijftig euro. Je zou toch verwachten dat de gemeenteraad de grote lijnen van het debat bepaalt en scherp controleert. Dát gebeurt niet.''

Ook professor Engels is er niet gerust op dat de kwaliteit van de gemeentepolitiek sinds maart 2002 is toegenomen. ,,Het is goed dat er wat aan de sterke positie van de wethouder is gedaan, maar de gemeenteraad is nog wel erg met pseudodualisme bezig.'' Probleem is volgens Engels dat bijna niemand echt weet wat dualisme ís. ,,Raadsleden denken dat ze het weten en steken hun energie vervolgens in de verkeerde dingen. Ze doen het werk van het college over, bijvoorbeeld door hoorzittingen te organiseren. Het is nog erg vaak parlementje spelen.''

Maar ook de wethouders zelf gaan niet vrijuit, staat in het vorig jaar verschenen rapport van de commissie-De Vet. Te vaak, schrijft de commissie, zien wethouders de raad als ,,een bedreiging van hun positie'' en vinden het moeilijk op afstand van de raad te gaan staan. Vaak gedragen ze zich, net als voorheen, als lokaal leider van hun partij. Engels: ,,Wethouders moeten ook weer niet zo piepen. Het was echt nodig om de raad te verlossen van de wethouder. Alleen dan kan de raad het beleid echt controleren.''

    • Guus Valk