Geluk in Oost-Europees beton gegoten

Architectuur die gelukkig kan maken, het was een van de dromen van de bouwers in Oost-Europa. Cor Wagenaar schreef een boek over socialistisch wonen. ,,In de Plattenbau vloeien ideologie en industrie naadloos samen, en juist dát was de droom van het Modernisme dat zo bepalend is voor hoe Nederland eruit ziet. ''

Grauw en intimiderend zien ze eruit, de Oost-Europese straten, pleinen en flats op de foto's in het boek Idealen in beton. Verkenningen in Midden- en Oost-Europa. En de goedbedoelde vrolijkheid van een randje bontbeschilderde autobanden, of een frivool blauw dakje op een blikken kiosk, maakt het alleen maar erger. Deze loodzware, industriële bouw, die in Oost-Duitsland de prozaïsche naam Plattenbau kreeg, lijkt idealen vooral de grond in te drukken. Idealen in beton, is dat niet een contradictio in terminis? Nee, zegt samensteller Cor Wagenaar. ,,Aan de socialistische architectuur en stedenbouw lagen behalve ideologieën, wel degelijk ook idealen ten grondslag. Er werd een nieuwe, socialistische maatschappij opgebouwd, de tegenpool van de even nieuwe welvaartssteden in West-Europa.'' Daarover gaat ook een tweede, recent verschenen boek dat Wagenaar bedacht en samenstelde, Happy. Cities and Public happiness in Post-War Europe, eveneens verschenen bij NAi Uitgevers.

Wagenaar (44), als historicus gepromoveerd op de wederopbouw van Rotterdam en docent stedenbouwgeschiedenis en -beleid aan de TU Delft, komt al sinds 1982 regelmatig in het voormalige Oostblok. Toen het Fonds voor de Beeldende Kunst Bouwkunst en Vormgeving afgelopen voorjaar een reis naar het oosten organiseerde voor een groep architecten, fotografen, sociologen en journalisten, adviseerde hij bij het kiezen van de bestemmingen en stelde na afloop Idealen samen (zie ook Anna Tilroe, CS 18 dec. jl.). Al sinds 1998 was hij daarnaast bezig met Happy, dat hij een `reisgids' noemt. Die reis voert langs een groot aantal plaatsen, vooral in het Oostblok maar ook in Nederland, waar architectuur en stedenbouw zijn ingezet om burgers het idee te geven dat het geluk onder handbereik lag.

De Nederlandse reizigers raakten tijdens de reis van het Fonds gecharmeerd van de betonkolossen die ze in vele varianten hebben gezien van Boekarest tot Bratislava en van Hoyerswerda tot achter Wroclaw. (De ironie wil dat de Oost-Europeanen bij een wederbezoek zeer gecharmeerd waren van de Vinex-wijken die bij Nederlandse critici juist weinig geliefd zijn). Is het niet wel heel gemakkelijk om lyrisch te doen over die bedrukkende Plattenbau als je er zelf niet in hoeft te wonen? ,,Misschien wel'', zegt Wagenaar, ,,maar vanuit de Nederlandse architectuurtraditie is het begrijpelijk dat wij deze industriële bouw zonder opsmuk indrukwekkend vinden. In de Plattenbau vloeien ideologie en industrie naadloos samen, en juist dát was de droom van het Modernisme dat zo bepalend is voor hoe Nederland eruit ziet. Nergens in Europa is dat gedachtegoed zo rücksichtlos en consequent uitgevoerd als in de socialistische landen.''

Wagenaar heeft wel een verborgen missie met deze publicaties: de rehabilitatie van de betonnen stad, althans in de Nederlandse perceptie. ,,Als je bereid bent over je eigen vooroordelen heen te kijken, blijkt dat de plattegronden van de woningen veel gevarieerder zijn dan bij ons in bijvoorbeeld de Bijlmer of in Spangen. Bovendien staan de gebouwen ruimer in het groen omdat de grond van de staat was, en dus goedkoop. Daardoor kunnen zij nu makkelijker met winkels en bedrijfjes levendigheid in die wijken injecteren dan wij, met onze onmogelijke combinatie van regelgeving en gebrek aan ruimte.'' Waar de Plattenbau wel rampzalig uitpakte, was in de stadscentra. ,,Daar was het slopen en nieuwbouwen vooral ideologisch gemotiveerd. Het wegplamuren van de historische stad met grote grove nieuwbouw symboliseerde voor de marxisten een overwinning op het verleden. Voortaan was er alleen maar toekomst.''

Idealen en geluk: ze liggen dicht bij elkaar. ,,Happy laat zich lezen als een reisgids langs de vreugdevolle stad'', zegt Wagenaar, ,,waar de politiek en commercie gebouwen als symbolen van een zorgeloze toekomst gebruikten om de medewerking van de burgers te kopen.'' Bouwen is immers gelijk aan vooruitgang, vooral wanneer het gaat om wegen, fabrieken, en consumptiepaleizen, en vooruitgang stond per definitie gelijk aan geluk. Toch wil hij niet van proaganda spreken. ,,Dat woord veronderstelt dat wij, het publiek, middels deze symbolen belazerd worden. Je kunt er ook een positief betekenis aan toekennen, namelijk dat ze proberen een publiek domein te vormen en daarmee een collectief te scheppen.''

Hoewel de socialistische landen zich in hun politieke bestel tegen het westen afzetten, werden veel stadsbeelden wel gemodelleerd naar westers voorbeeld. Wagenaar noemt als voorbeeld de Pragerstrasse in Dresden, in 1963 aangelegd in navolging van de Rotterdamse Lijnbaan, toen toonbeeld van moderniteit. In het boek wijst hij een affiche aan uit de jaren '50 van een blij Russische gezin in een frisse winkelstraat: ,,Toch net een schilderij van de Amerikaan Norman Rockwell! Kennelijk werden overal dezelfde sentimenten bespeeld.''

Wagenaars belangstelling voor het Oostblok wordt aangewakkerd door zijn irritatie over wat hij ,,onze westerse arrogantie'' noemt. ,,Je vindt meer problemen in Rotterdam-Zuid en Amsterdam-West dan in Kiev-Oost.'' In de jaren vijftig en zestig smeedde Nederland ook plannen voor grootschalige betonnen woonwijken zoals de Bijlmer, en voor verkeersdoorbraken dwars door de historische stadscentra heen. Happy laat ook een aantal Nederlandse voorbeelden van projecten die geluk beloofden. Zo was de Bijlmer de stad van de toekomst, en ook Hoog Catharijne moest een geïdealiseerde versie van de stad worden. ,,De opening in 1973'', schrijft Aaron Betsky in zijn bijdrage, ,,deed mij geloven dat hier een betere wereld werd gebouwd Hoog Catharijne was, en is nog steeds, het grootste en meest complete experiment in Nederland met het scheppen van een geïntegreerde nieuwe wereld.'' Ook het nieuwe kasteel in het 25-jaar oude Almere, een replica van een kasteel uit België, is bedoeld om de bewoners zich met hun woonplaats te laten identificeren en daarmee een collectief te scheppen. Maar anders dan in Hoog Catharijne wordt deze belofte maar niet ingelost: het bouw van het neo-kasteel is halverwege stilgelegd. Wording gaat naadloos over in verval.