Bostridge zingt `bedrieglijk licht'

Al leefden ze in dezelfde tijd, het engagement van Kurt Weill, Cole Porter en Noël Coward beweegt zich in verschillende richtingen. Het socialisme van Weills Dreigroschenoper staat ver af van de high-society-sferen van Coward en Porter, vorig jaar nog onderwerp van de musical/biopic De-lovely.

De Britse tenor Ian Bostridge deelt dit jaar de Carte Blanche-serie van het Amsterdamse Concertgebouw met de Duitse bariton Thomas Quasthoff, maar het opmerkelijkste en verrassendste aandeel in de serie is zonder meer van Bostridge. Met sopraan Sophie Daneman en pianist Julius Drake laat hij zich deze week tweemaal van een onverwachte kant horen in een licht liedprogramma met de songs van toneelschrijver/componist Coward als hoofdmoot.

Bostridge noemt Coward `bedrieglijk licht'. Aanstekelijke melodieën blijken onverwacht lastig door capricieuze wendingen, en hoewel ongekunsteld, zijn de songs wel degelijk `kunst'.

Met zijn starre houding en academische achtergrond lijkt de tenor op papier een ongeloofwaardige kandidaat voor Cowards tekstuele en muzikale frivolités, maar op het podium van de Kleine Zaal blijken alle schalkse twists zeer aan hem besteed. Bovendien weet Bostridge als `native speaker' de ironische wendingen op zijn eigen, onderkoelde wijze te benadrukken. Zo klinken glitterige glissandi in A Room with a View en zijn klassieke kaders snel vergeten door zijn veelal soepele, showgevoelige timing en de lage, dus minder `klassiek' klinkende ligging van de liedjes.

Zoals ook op zijn even integer samengestelde als smakelijk salonfähige cd The Noël Coward Songbook (2002), laat Bostridge zich in zijn hommage aan Coward bijstaan door de heldere sopraan Sophie Daneman. Haar naam suggereert ten onrechte een Duitse afkomst, want ook Daneman is op en top Brits. Daardoor overtuigt zij net als Bostridge in de excerpten uit Weills Die Dreigroschenoper wel met haar gevoel voor melodie en theater, maar wordt snijdende puntigheid in de messcherpe teksten niet bereikt.

Ondanks de onmiskenbaar Amerikaanse afkomst, sluiten de songs van Cole Porter goed aan op die van Coward. Bijgestaan door de soms onwennig maar veelal virtuoos swingende pianist Drake wijden Daneman en Bostridge zich samen en afwisselend aan bekende maar in hun originele vorm en binnen de context van een concertzaal verrassende klassiekers als Night and Day en Every Time We Say Goodbye.

Een hoogtepunt vormt Danemans interpretatie van The Tale of the Oyster, waarin een keukenmeidenkrijs het moment markeert waarop een oester de rijkeluismaag toch weer voor het ruime sop verruilt. Sterk is ook haar zwoele zang in In the Still of the Night, dat bij de intimiteit van haar klassieke stem slechts is gebaat.

Die scholing komt haar ook goed van pas in Cowards I'll See You Again, waarin Daneman in duet met Bostridge wordt aangespoord tot het zingen van toonladders. Hoge kunst biedt zulke verleidelijke maar platte tweestemmigheid niet. Maar zoals Coward zou zeggen: `Life is sweet, but time is fleet'. En in de meantime brengt `An Evening with Noël Coward' vergetelheid en wufte sentimentaliteit op hoog muzikaal niveau.

Concert: Ian Bostridge cs. Gehoord: 9/1 Concertgebouw Amsterdam. Herh.: 10/1.