Bedrijven saneren vervuilde terreinen

Het bedrijfsleven gaat voortaan vijfhonderd vervuilde bedrijventerreinen per jaar saneren. Daartoe hebben een aantal organisaties, waaronder de werkgeverscentrales VNO-NCW, MKB Nederland en FME-CWM (de branchevereniging van metaalwerkgevers) de Stichting Bodemcentrum opgericht.

De actie vloeit voort uit een convenant van vier jaar geleden waarin het bedrijfsleven zich verplichtte om vervuiling van de bodem ongedaan te maken. Die overeenkomst wordt dit jaar omgezet in een wettelijke maatregel, waardoor de bedrijven genoodzaakt worden ernst te maken met de schoonmaak.

In het verleden werd bodemsaneringen vaak uitgesteld wegens de hoge kosten. Bovendien bleek de financiering meestal niet eenvoudig. Tegelijkertijd stelt de vervuiling ondernemers voor grote problemen, bijvoorbeeld omdat een bedrijf op verontreinigde grond minder waard is.

Zes overkoepelende organisaties uit het bedrijfsleven hebben het Bodemcentrum opgericht samen met de Rabobank als financier. De nieuwe organisatie is vanmiddag gepresenteerd op een bijeenkomst in het Haagse perscentrum Nieuwspoort. De bedoeling is om vaart te zetten achter de sanering. In 2030 moeten tussen de 12.000 en 15.000 vervuilde terreinen schoon opgeleverd zijn. De kosten van deze operatie worden geraamd op 2 miljard euro.

In de afgelopen jaren is een uitgebreide inventarisatie uitgevoerd naar de vervuiling, waarbij 200.000 locaties zijn bestudeerd. Het blijkt vaak te gaan om kleine bedrijven die door de hoge kosten van de schoonmaakoperatie in moeilijkheden kunnen komen.

De rol van de Rabobank is volgens betrokkenen van cruciaal belang. Veel bedrijven zijn al klant van deze bank die in het verleden ook de nodige ervaring heeft opgedaan met bodemsaneringen.

Staatssecretaris Van Geel, die de presentatie vanmiddag bijwoonde, vindt de aanpak ,,een prachtig voorbeeld van samenwerking en maatschappelijk verantwoord ondernemen''. Volgens de staatssecretaris kan een professionele uitvoeringsorganisatie ,,bestaande drempels wegnemen''. VNO en MKB verwachten een actieve houding van de aangesloten bedrijven.