Zetbaas

Een jaar of tien geleden verbleef Hubert Smeets als correspondent van deze krant in Moskou. Bij een bezoek aan een ziekenhuis leerde hij zijn vrouw Olga kennen. Zij werkte daar als arts en was gespecialiseerd in allergische aandoeningen. Toen zijn correspondentschap in Moskou erop zat, kwam Olga met Smeets mee naar Nederland, met de bedoeling om hier zo snel mogelijk als arts aan de slag te gaan. Dat bleek al spoedig veel te simpel gedacht. Ze raakte verzeild in een doolhof van regels en commissies. Kafka had er een boek over kunnen schrijven. In dit geval deed Smeets dat. Uit woede en ergernis over de manier waarop zijn vrouw jaren lang van het kastje naar de muur werd gestuurd. Waarbij niemand verantwoordelijkheid durfde te nemen, of dat gewoon niet kon omdat iedereen en niemand het voor het zeggen had. Dat gold ook voor de minister. Dat ze Kamerleden met een kluit het riet in stuurde was dan ook niet het gevolg van kwaadwillendheid, maar van machteloosheid. En natuurlijk ook van haar onvermogen om orde op zaken te stellen.

Die minister heette Els Borst. Voor zij tot haar hoge ambt werd geroepen maakte zij in verschillende functies deel uit van dat ondoordringbare medische bolwerk waar ze als minister niets over te zeggen had. De samenstellende delen van dat bolwerk hebben namelijk als belangrijkste streven ervoor te zorgen dat aan gevestigde belangen niet wordt getornd, en buitenlandse artsen die hier emplooi zoeken vormen uiteraard een bedreiging voor het gevestigde gilde. Als je die toelaat wordt de spoeling wel erg dun. Al die commissies hebben dan ook tenminste als nevenoogmerk die spoeling op peil te houden.

Over hun gang door de kafkaiaanse doolhof schreef Smeets dus een boek met de ironische titel Welkom in het Koninkrijk. Van dat boek, dat overigens alweer een paar jaar geleden is verschenen, zal niemand wakker hebben gelegen. Wat Smeets beschreef is namelijk iets wat heel gewoon is. Het beperkt zich niet tot de gezondheidszorg; we zien de ellendige gevolgen ervan overal om ons heen.

De overheid heeft in het kader van privatisering en besturen op afstand de macht op veel terreinen uit handen gegeven. Ook voor wat betreft het onderwijs heeft men dat gedaan zonder dat sprake was van duidelijke spelregels, waar instellingen zich aan dienden te houden. De belangrijkste gevolgen van dit besturen op afstand zijn daardoor de steeds voortwoekerende schaalvergroting, de explosieve groei van de salarissen en andere emolumenten van de bestuurders en megalomane bouwplannen. De belanghebbenden – bestuurders en besturenorganisaties, vakbonden, directeurenorganisaties – maken de dienst uit. Zij vormen samen een gesloten circuit dat er op toeziet dat hun belangen geen moment in gevaar komen. De voorzitter van de algemene onderwijsbond wordt Kamerlid, zijn voorganger in de Kamer verhuist naar de Christelijke Onderwijsbond, zijn opvolger als vakbondsbaas is tevens lid van de Raad van Toezicht van OMO, de organisatie die zowat het hele katholieke voortgezet onderwijs in Brabant bestiert. Vakbonden laten zich door schoolbesturen betalen voor het sluiten van een CAO. De werkgever betaalt de bonden. Leve de onafhankelijkheid. Het is alles één pot nat. En, evenals Borst, is ook Van der Hoeven het product van die wereld van nauw verweven belangen. Zij heeft dan ook niet de minste behoefte daaraan te tornen. Uiteindelijk moet ze daar straks ook weer naar terug. Dus blijft ze zitten waar ze zit en verroert zich niet. U begrijpt, het onderwijs is zeer tevreden over deze zetbaas van gevestigde belangen.

lgm.prick@worldonline.nl