opinie

    • Youp van ’t Hek

wijfwijfwijf

Wie is de god van de tsunami’s? Is dat die van Knevel of die van Mohammed B.? Ik vroeg me dat zachtjes af, terwijl ik in het kielzog van minister Remkes over het strand van Phuket sjouwde. Het was een nogal gênante bijeenkomst. De bulldozers gromden in de verstikkende lijkenlucht en de Nederlandse minister probeerde, omringd door een tiental Nederlandse fotografen, cameramensen en microfoonsjouwers zijn blazoen te ontsmetten.

,,Het zijn hun binnenlandse zaken en niet onze binnenlandse zaken”, hoorde ik de Groninger telkens weer uitkramen. Het zag er allemaal nogal potsierlijk uit.

Veel vragen brandden, maar ik stelde ze niet in het gezelschap van de concurrentie. Ik hoopte de minister voor mezelf te krijgen. In de hotellobby bijvoorbeeld. Dan wilde ik graag weten wat dat Thaise massagegrut al die jaren van zijn onsmakelijke gebit vond? En of ze blij zijn dat hij het nu een beetje heeft laten opfrissen? En of die kleine meisjes die westerse dikbuikzwijnen ook moeten zoenen? En wat de specialiteiten op zijn eilandje Koh Samui zijn? Ik hoop dat hij aan mijn mannen-onder-elkaar-knipoog ziet dat ik het niet over het eten heb.

En misschien mag ik een keer mee. Lijkt me gezellig: met een stuk of wat getrouwde Groningse mannen van in de vijftig naar een Thais knijpstrandje! Vroeger vond ik dat allemaal ranzig, maar sinds ik weet dat onze nationale verzetsheld prins Bernhard hem op zijn zesenvijftigste in een negentienjarig meisje propte, zie ik het als onschuldige deugnieterij. Goed voorbeeld doet goed volgen.

Terwijl mijn collega-journalisten braaf hun werk deden, maakte ik me los uit het Hollandse gezelschap. Een paar honderd meter verderop lag een vette veertiger op een stretcher. Henk heette deze Limburger en hij legde mij uit waarom hij geen mondkapje droeg.

,,Dan word je zo raar bruin en loop je al heel gauw met zo’n witte vlek om je mond. Voor je het weet zie je er uit als tweederangs cliniclown”, vertelde hij mij in onvervalst Limburgs. Hij was daar voor veertien dagen met zijn vriend Sjeng en ze hebben geen seconde overwogen om de vakantie af te blazen. De reis was betaald en overal in de wereld is wel wat. En in hun hotel was weinig schade! In Zeeland komen nu toch ook weer gewoon toeristen? En maakt het uit of je na een week of na een jaar weer op dat strand zit? En nu was het lekker rustig. Hoewel die teringherrie van die bulldozers hem behoorlijk begon te irriteren.

Henk had echt wel medelijden hoor. Gister liet hij zich masseren bij een Thais meisje thuis en moest hij echt wel even slikken toen ze samen de opgebaarde lijkjes van haar broertje en zusje van de massagetafel tilden. Zo klein woonden die mensen. De massage werd geen succes. Hij werd gek van haar gejank en vroeg dan ook op een gegeven moment: ,,Wat gaan we doen? Gaan we janken of doen we nog even something special?” Uiteindelijk was hij zonder betalen vertrokken.

Voorzichtig vroeg ik of hij wat aan giro 555 had gegeven?

,,Geven?” zei Henk, ,,krijgen zal je bedoelen!” Of ik wist wat er allemaal mis was gegaan deze vakantie? De lijkenlucht, de rotzooi, de herrie, het slechte eten, ondrinkbaar water, enzovoort. Hij schonk verdomme zijn vakantiedagen en dan wou hij daar wel wat voor terugzien. En om het verwijt dat hij had moeten helpen bij de ramp, moest hij lachen. Hij werkte zich het hele jaar het schompes en kwam hier om even lekker te liggen. Volgende week wapperden zijn handjes weer. En hij las allerlei dingen over die mensen hier, maar geen woord over de verpeste vakanties van de Nederlanders. Hij ging claimen bij 555. Toen opeens zag hij Remkes lopen.

,,Is dat niet die LPF’er?”, onderbrak hij zijn monoloog. ,,Zie je wel. Die snapt ons tenminste. Die komt hier naar het strand om ons een hart onder de riem te steken. Die weet wat de kleine man doormaakt. Zie je nou wel dat er een god bestaat. Wat tof van die gast! Weet je: het leven is wél leuk!”

    • Youp van ’t Hek