Vrijgevigheid is mooi, structurele hulp is beter

Cynisme over de westerse reactie op de ramp in Azië is dezer dagen misschien niet geheel op zijn plaats, maar het zal toch even moeten. Dat geldt niet de bevolking van de landen, waaronder Nederland, die zich ongemeen vrijgevig toont om de nood in Azië te lenigen. Alleen al de 112 miljoen euro, oftewel een kwart miljard oude guldens, die in dit land op giro 555 binnenstroomt, is zonder precedent. De scepsis geldt de achterliggende agenda bij de reactie van de westerse politici. Als was het een wedstrijd om de meest vrijgevige te zijn, bieden staten en organisaties tegen elkaar op om de grootste donor te zijn, dan wel niet achter te blijven en te kijk te staan als gierig. En dus geeft de Europese Commissie 450 miljoen euro, de Verenigde Staten 265 miljoen euro, Japan 380 miljoen euro, Australië 575 miljoen euro en Duitsland 500 miljoen euro. Het totaal aan `officieel' geld staat nu op 3,5 miljard euro.

VN-secretaris Kofi Annan zei het eerder al: er is doorgaans een groot gat tussen wat wordt toegezegd en wat echt wordt overgemaakt. Het verschil tussen de 1,1 miljard dollar die vorig jaar werd beloofd voor de wederopbouw van de door een aardbeving getroffen stad Bam in Iran en de nog geen 18 miljoen die werd gestort, is schrijnend. De officiële hulp kan dan ook niet los worden gezien van politieke overwegingen. De Verenigde Staten zijn uitgerukt met groot materieel in Atjeh en doen daar uitstekend en noodzakelijk werk. Maar dat de hulp zich vooral op het islamitische Indonesië concentreert, dient tegelijk het doel het imago van de VS onder moslims op te vijzelen. Hetgeen door minister Powell van Buitenlands Zaken ook openlijk is gezegd.

Veel van de toegezegde megabedragen aan Sri Lanka en Indonesië zullen worden gekoppeld aan het staken van de vijandelijkheden in Atjeh en het duurzaam oplossen van de gewapende vrede tussen Tamils en Singalezen in Sri Lanka. Een mooi doel, maar tegelijk een effectieve ontsnappingsclausule om niet het gehele bedrag over te hoeven maken als het er op aan komt.

De G-7 landen hebben gisteren besloten tot een bevriezing van de schulden van de getroffen landen. Kwijtschelding komt later aan de orde, als volgende week de Club van Parijs bij elkaar komt en de G-7 volgende maand officieel vergadert in Londen. Maar de kans is groot dat de tsunami wordt ingezet als pion in een langduriger discussie over dit onderwerp, waarbij de vraag is of kwijtschelding ten koste moet gaan van een goudherwaardering van het Internationaal Monetair Fonds en/of een uitholling van de financiële positie van de Wereldbank. En dan nog: kwijtschelding klinkt mooi, maar kan voor de betrokken landen de toegang tot nieuwe leningen op de kapitaalmarkt daarna juist bemoeilijken. De Britse minister van Financiën, Brown, dit jaar voorzitter van de G8, heeft het schuldenplan naar zich toegetrokken en pleit nu voor het zoveelste `Marshall-plan' in dit opzicht. De rivaliteit tussen Brown en premier Blair om politiek aan de haal te gaan met de tsunami ging donderdag zó ver, dat beiden een persconferentie gaven over hetzelfde onderwerp op hetzelfde tijdstip: de een in Jakarta, de ander in Londen.

Dan zijn er de bedragen zelf. Waar haalt de Duitse bondskanselier Schröder die 500 miljoen euro vandaan, als Duitsland dit jaar opnieuw een begrotingstekort van meer dan 3 procent heeft en dus de Europese begrotingsregels aan zijn laars lapt? Het rondstrooien met geld en het tegen elkaar opbieden zou potsierlijk zijn, als de oorzaak niet zo tragisch was. Intussen komen alle grote westerse landen nog niet tot de helft en vaak niet eens op een kwart van de in VN-verband afgesproken norm om 0,7 procent van het bruto binnenlands product aan internationale ontwikkelingshulp uit te geven. Maar dat is lang niet zo sexy als het voor het oog van de wereld weggeven van een paar honderd miljoen.