Uitgestorven reuzenadelaar blijkt verwant aan arendje

De grootste roofvogel die ooit heeft geleefd blijkt het nauwst verwant aan een van de kleinste moderne arendsoorten. De tot de verbeelding sprekende reuzenadelaar van Nieuw-Zeeland (Haasts arend, Harpagornis moorei) die inmiddels is uitgestorven bereikte als volwassen vogel een vleugelspanwijdte van 2 tot 3 meter. Op basis van botvergelijking gingen wetenschappers er tot voor kort van uit dat de Australische wigstaartarend het meest nabije familielid was, maar die eer valt nu de veel kleinere Australische dwergarend te beurt. Dat concluderen biologen onder leiding van Alan Cooper van de University of Oxford, nadat zij met behulp van mitochondriaal DNA een stamboom van de adelaars hadden gemaakt (PLoS Biology, jan).

De onderzoekers isoleerden mitochondriaal DNA van de reuzenadelaar uit fossiele botresten van meer dan 2000 jaar oud. Dat vergeleken zij met het mitochondriaal DNA van nu levende arendsoorten. De DNA-volgorde van Haasts arend kwam het meest overeen met die van de Australische dwergarend (Hieraaetus morphnoides). Uit berekeningen van de biologen volgt dat de laatste gemeenschappelijke voorouder van beide arendsoorten tussen de 0,7 en 1,8 miljoen jaar geleden moet hebben geleefd. Dat betekent dat de evolutie tot het reuzenformaat in relatief zeer korte tijd heeft plaatsgevonden. Het verschil in proporties tussen Haasts arend en de dwergarend is bijna tienvoudig.

De arend kon op Nieuw-Zeeland tot zo'n reuzenformaat evolueren omdat er geen concurrerende roofdieren waren. Tot in de dertiende eeuw de mens arriveerde waren er op de eilanden geen zoogdieren, op drie soorten vleermuizen na. Het ecosysteem werd er toen gedomineerd door vogels, met Haasts arend aan de top van de voedselketen.

Haasts arend was met een lichaamsgewicht van 10 tot 14 kilo dertig tot veertig procent zwaarder dan de grootste nu levende roofvogel, de harpij van Zuid- en Midden Amerika. Haasts arend naderde daarmee de fysieke grens voor een vogel die zich met vleugelslag in de lucht moet zien te houden. De reuzenadelaar jaagde op de ook al fors uit de kluiten gewassen moa, een loopvogel van 200 kilogram. Uit sporen op beenfragmenten blijkt dat Haasts arenden de moa's van opzij aanvielen, waarbij zij één klauw in de borst sloegen terwijl zij met de andere de nek of de kop grepen. De vlijmscherpe nagels van de arend drongen diep door tot in de beenderen van de moa, en kraakten die met gemak. Toen de eerste mensen zich 700 jaar geleden op Nieuw-Zeeland vestigden, verdwenen zowel de reuzenadelaar als de moa spoedig, vermoedelijk door bejaging.