Op reis langs het werelderfgoed

Bijna 800 vreemde gebouwen, stukken stad of landschappen staan op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. Hoe komen zij daarop en wat is eigenlijk de status van de lijst?

Er staan merkwaardige bestemmingen op de lijst met werelderfgoed van de UNESCO, de organisatie van de Verenigde Naties voor cultuur, onderwijs en wetenschap. Natuurlijk, de lijst met bestemmingen, waaruit de reisdoelen voor deze reisbijlage zijn geput, staat vol beroemde gebouwen, steden en landschappen, zoals de kathedraal van Chartres, het centrum van Siena in Italië of het tuinenrijk van Dessau-Wörlitz in Duitsland. Maar er komen ook minder voordehandliggende dingen voor op de UNESCO-lijst van werelderfgoed. Vooral Nederland is rijk vertegenwoordigd met curiosa. Niet het centrum van Amsterdam staat op de lijst, maar wel de polder De Beemster, nu niet direct een bestemming waar toeristen zich in drommen naar begeven. En niet een mooi vestingstadje als Naarden of Heusden staat erop, maar wel de stelling van Amsterdam, de wijde ring verdedigingswerken rondom Amsterdam. En wat te denken van Schokland, het voormalige afkalvende eiland in de Zuiderzee waarvan de meeste Nederlanders het bestaan niet eens kennen?

Ook andere landen kennen wel bestemmingen die in de Michelin-gids niet worden aangemerkt met `mérite le détour' of `vaut le voyage'. De oude staalfabrieken in het Duitse Völkingen zijn er een voorbeeld van, en de zoutfabriek in het Franse Arc et Senans. Ook niet wereldberoemd zijn de witte gebouwen van Tel Aviv die in de jaren dertig door Israëlische Bauhaus-architecten werden ontworpen en de vier scheepsliften in de Borinage. Ze komen allebei in deze reisbijlage voor.

Dat er zulke vreemde gebouwen, stukken stad en landschappen op de Werelderfgoedlijst voorkomen, heeft vermoedelijk te maken met de status van de lijst. Locaties op de Werelderfgoedlijst kunnen in aanmerking komen voor geld van de UNESCO. Plaatsing van een gebouw of stad op de lijst kan dan een kwestie van tactiek zijn. Veel landen zullen de neiging niet kunnen onderdrukken om niet hun beroemdste of kostbaarste gebouwen voor te dragen voor de lijst, maar erfstukken die toe zijn aan herstel en onderhoud maar waar geen geld voor is. Dit zou verklaren waarom niet het centrum, maar wel de stelling van Amsterdam op de lijst staat. Het Amsterdamse centrum, dat enkele jaren geleden door de toenmalige Nederlandse regering in zijn geheel tot monument werd verklaard, loopt geen gevaar en wordt toch wel goed onderhouden. De stelling van Amsterdam bevindt zich daarentegen wegens geldgebrek wel in de gevarenzone.

De Werelderfgoedlijst wordt samengesteld door de UNESCO op voordracht van de 178 landen die de Werelderfgoedconventie hebben ondertekend. Werelderfgoedcomités van deze landen, `state parties' genaamd, bepalen de voordracht. Alle `state parties' komen eens in de twee jaar samen in een algemene vergadering die tijdens de algemene conferentie van de UNESCO wordt gehouden. In deze vergadering worden de bijdragen van de verschillende landen aan het Werelderfgoedfonds vastgesteld en worden telkens zeven nieuwe leden van het Werelderfeniscomité gekozen. Dit Werelderfeniscomité komt eens per jaar samen om nieuwe stukken op de Werelderfgoedlijst te plaatsen. Het comité bepaalt dan ook welke stukken op de lijst gevaar lopen en geld of bijstand behoeven uit het Werelderfgoedfonds. Het Werelderfgoedcentrum in Parijs ondersteunt het Werelderfgoedcomité en doet de administratie.

De Werelderfgoedlijst bevat nu 788 stukken in 134 landen. Hiervan hebben 624 een cultureel karakter en zijn 154 natuurgebieden. Europese landen hebben een zwaar stempel gedrukt op de Werelderfgoedlijst. Het best vertegenwoordigd is Italië met 40 werelderfgoedstukken, Spanje is een goede tweede met 39 stuks. Duitsland heeft er 30 bestemmingen op staan, Frankrijk 29 en Engeland 26. Nederland heeft wel enige reden tot klagen, want het heeft maar 7 bestemmingen op de lijst (waaronder het Woudagemaal en de molens in Kinderdijk), terwijl het kleinere België er acht heeft.

Opvallend bescheiden zijn de Verenigde Staten vertegenwoordigd op de Werelderfgoedlijst: 20 stuks slechts, tien minder dan China en zes minder dan India. Maar verbazend is dit natuurlijk niet: supermacht nummer 1 houdt tenslotte niet van de VN en de UNESCO.

Op http://whc.unesco.org/nwhc/pages/sites/main.htm staan alle werelderfgoederen beschreven.