Mohammed B. was de rust zelve

Tientallen ooggetuigen hebben verklaringen afgelegd over de moord op Theo van Gogh. Een reconstructie op basis van het politiedossier.

`Die ken ik', dacht een Britse getuige toen hij op de ochtend van 2 november uit het raam van zijn woning aan de Amsterdamse Linnaeusstraat keek. Hij had deze man, die zojuist Theo van Gogh heeft neergeschoten, eerder gezien, zo zegt de Brit kort na de moord tegen de politie. Drie weken eerder, toen hij zijn hond ging uitlaten in het Oosterpark. Op de hoek bij De Sleutelkoning had hij een Marokkaanse jongeman zien staan. Een week later zag de Brit de man opnieuw, op dezelfde plek. De man droeg dezelfde kleren als bij de moord: een jas over een traditioneel islamitisch gewaad, een wollen mutsje op het hoofd. ,,Hij viel echt op door zijn verschijning'', verklaart de getuige. ,,Toen ik dus uit het raam keek nadat ik schoten had gehoord, herkende ik hem direct. ''

Het was druk op de Linnaeusstraat om kwart voor negen, toen verdachte Mohammed B. Theo van Gogh op de fiets inhaalde en van dichtbij het vuur op hem opende. In het politiedossier zitten verslagen van tientallen ooggetuigen over wat ze hebben gezien. Ze vertellen hoe B. de gewonde Van Gogh te voet achtervolgde tot aan de overkant van de straat, hoe hij nog eens op de liggende filmmaker schoot, hoe hij met een groot kapmes probeerde de regisseur te onthoofden, hoe hij het kapmes en een ander mes met een briefje eraan in het lichaam van Van Gogh spieste, hoe hij daarna rustig wegliep, het Oosterpark in. Op de Linnaeusstraat was toen al paniek uitgebroken. Sommige omstanders vluchtten in angst. Anderen bleven verstijfd kijken hoe de dader zijn handen afveegde aan een doekje en zijn wapen laadde met een nieuwe patroonhouder. Een dertigjarige man die uit de tram is gestapt, is dan al in zijn been geraakt. Een voetgangster heeft een kogel in haar hiel gekregen.

In de verklaringen zitten tegenstrijdigheden. Hoewel Mohammed B. zijn hoofd had kaalgeschoren, beschrijft één getuige de man die wegliep van zijn slachtoffer als iemand met ,,vrij lang donker haar''. Het aantal schoten dat de dader gelost zou hebben, verschilt sterk. Sommige getuigen beschrijven hoe de dader in de zij van de liggende Van Gogh schopte, waarna hij opnieuw op hem schoot. Anderen draaien die volgorde om: eerst schieten, dan schoppen.

Toch leveren de verklaringen een redelijk consistent beeld van de moord, van het moment waarop Mohammed B. de fietsende Van Gogh op de Linnaeusstraat ter hoogte van het stadsdeelkantoor inhaalde tot aan zijn overmeestering op de Mauritskade, aan de andere kant van het Oosterpark. Daarbij is er één rode draad: vrijwel alle getuigen verbazen zich over de buitengewone tegenwoordigheid van geest die Mohammed B. tentoonspreidde. ,,Wat mij opviel, was de rust en de kalmte van de dader. Het was om het koud van te krijgen'', zegt de Britse getuige tegen de politie. Een andere getuige beschrijft hoe Mohammed B. een enorm mes op de keel van Van Gogh zet, en op een ,,ijzig rustige manier (...) snijbewegingen'' maakte. ,,Het leek wel of hij een plak rosbief afsneed.''

Verschillende getuigen verklaren hoe Mohammed B. na de moord een passant aanspreekt die ,,gebiologeerd'' staat te kijken als de schutter het kruispunt oversteekt in zijn richting, vlakbij de ingang van het Oosterpark. ,,Wat kijk je'', zegt B. tegen de man, terwijl hij kalm een lege patroonhouder met patronen bijvult, zijn pistool onder de arm.

,,Dat kan je toch niet maken'', zegt de omstander. ,,Waarom niet?'', antwoordt B.: ,,Hij heeft het ernaar gemaakt.''

[vervolg MOHAMMED B.: pagina 3]

MOHAMMED B.

Buurtbewoners zagen mogelijke handlangers

[vervolg van pagina 1]

De verbouwereerde passant herhaalt zijn opmerking: ,,Dat kun je toch niet maken?'' ,,Dat kan ik wel'', zegt B.: ,,En dan weten jullie ook wat jullie te wachten staat.''

Even later ziet een agent hoe B. ,,rustig, met zijn handen in zijn zakken'' door het Oosterpark loopt, ,,alsof hij zijn hond aan het uitlaten was.'' Vanwege ,,de aanwezigheid van vrouwen en kinderen in het park'' besluiten de agenten B. niet aan te houden, maar te volgen. Pas dan gaat Mohammed B. rennen, richting de Mauritskade, waar een aantal politiemensen hem de pas afsnijdt. Een burgerauto van de politie komt zigzaggend aanrijden, met vlak daarachter een politiebusje dat eigenlijk van de hondenbrigade is. Intussen keert een toevallig passerende vrachtwagenchauffeur zijn truck en rijdt op B. in om hem naar eigen zeggen ,,een tikkie'' te geven, tevergeefs. Verschillende agenten beschrijven hoe B. nu, twee handen aan het wapen, blijft staan en op hen richt. ,,Heel rustig, heel zeker'', zegt een agente. De politie krijgt de volle laag: een agent krijgt een schot in zijn kogelvrije vest. Een ander kogel raakt met een knal het politiebusje. ,,Duiken'', roept de chauffeur van het busje, die onder het dashbord wegkruipt, maar zich dan realiseert dat hij zo een nog grotere schietschijf is geworden. Net als zijn bijrijder springt de agent uit de bus, trekt zijn pistool en schiet op Mohammed B., die op een afstand van zeven meter van het busje staat. Hij richt op de benen van de verdachte. ,,Ik wilde snel schieten en gunde mijzelf geen tijd om van de richtmiddelen gebruik te maken''. De agent ziet hoe B. probeert weg te lopen, daarna neervalt. De agent schopt het leeggeschoten wapen weg en gaat daarna op de voeten van B. staan. Een motoragent komt uit zijn dekking achter de inmiddels stilstaande vrachtwagen en doet B. handboeien om. ,,In mijn been'', hoort een agent B. zeggen. Hij ziet een straaltje bloed.

De arrestatie was een tegenvaller voor B. Uit het op rijm gezette `testament' dat hij bij zich droeg, blijkt dat hij verwachtte als martelaar te zullen sneuvelen in het vuurgevecht met de politie. Mohammed B. lijkt dat plan rustig en beslist uit te hebben uitgevoerd. Als de Britse getuige inderdaad de 26-jarige Marokkaan eerder heeft gezien, dan is aan de moord een wekenlange voorbereiding voorafgegaan. Mogelijk is hij daarbij ook geholpen door anderen. Diverse getuigen verklaren mannen te hebben gezien die mogelijk als handlangers hebben gefungeerd. Een Turkse vrouw ziet kort voor de aanslag, om half negen 's ochtends, twee verdachte Marokkaanse jongemannen met fietsen in de hand staan wachten voor het stadskantoor. ,,Voor de borst'' van één van de twee ziet de vrouw ,,een handvat uitsteken'', alsof de man ,,een groot mes half onder de jas verborgen'' houdt. De mannen kijken ,,enigszins spiedend om zich heen'' en hoorden ,,duidelijk bij elkaar'', aldus de Turkse vrouw. Een andere getuige ziet na de moord twee traditioneel islamitisch geklede jongemannen met ,,opvallende vlasbaardjes'' vanaf de parkeerplaats van het stadsdeelkantoor naar het lichaam van Van Gogh kijken. Ze spreken met elkaar, bellen met een mobieltje en lopen dan ,,vlot en kwiek'' weg. Ook getuigen die zich hebben gemeld na de uitzending van Opsporing Verzocht van 29 november waarbij een foto van Mohammed B. is getoond, spreken over verdachte mannen die zich ophielden in de buurt van het misdrijf, zo zeggen ingewijden in het justitiële onderzoek.

Mohammed B. wordt na zijn arrestatie overgebracht naar het VU-ziekenhuis, waar zijn beenwond wordt verzorgd. Daar wordt hij even voor elf uur voorgeleid aan de officier van justitie. Later die dag zal hij zich beroepen op zijn zwijgrecht, een zwijgen dat hij sindsdien niet meer heeft doorbroken. In het VU-ziekenhuis maakt hij echter een paar opmerkingen waarmee hij zichzelf belast. ,,Ik had één vuurwapen bij me en een mes'', zegt B. volgens het proces verbaal. ,,Het mes heb ik op de eerste plaats achtergelaten. Het vuurwapen heb ik achtergelaten op de plek waar ik ben neergeschoten. Ik ben uit het Oosterpark gekomen en linksaf de Mauritskade opgegaan. Ik ben bij een reclamebord terecht gekomen.''

De volgende ochtend volgt het eerste en tot nu toe enige verhoor in Scheveningse gevangenis, in aanwezigheid van advocaat Peter Plasman. B. ligt in een bed met een infuus aan zijn arm. ,,Nou,'' zegt hij tegen de rechercheurs, ,,Ik beroep me op mijn zwijgrecht.'' Zelfs de personalia die hij de vorige dag heeft opgegeven wil hij nu niet bevestigen. ,,Je bent niet gewond aan je mond'', probeert een rechercheur. Hij vraagt naar B.'s adres, het motief voor zijn daad. ,,Wist u wie u stak? Wat denkt u nu? Mag ik Mohammed zeggen?'' Advocaat Plasman komt tussenbeide. ,,Ik heb met mijn cliënt besproken dat wanneer het moment zou komen dat hij wil verklaren, dat ik u dat meteen zal laten weten.'' ,,Kan die dat misschien zelf ook effe verwoorden?'', vraagt de rechercheur nog. Dat blijkt niet het geval. De rechercheurs houden nog even vol. ,,Maakt u gebruik van ramadan?'' Stilte. ,,Hoever was u bereid voor uzelf te gaan?'' B. zwijgt. En de ramadan? ,,Het is een sociale vraag. Voor het intermenselijke contact, zoals wij dat noemen.'' Rechercheur: ,,Of ben jij niet zo goed in communicatie?'' Plasman: ,,Op dit moment is mijn cliënt niet zo goed in communicatie.''

Plasman wil desgevraagd geen commentaar geven op de getuigenverkaringen. Justitie is evenmin bereid toelichting te geven.

Tijdens de lijkschouwing is gebleken dat Theo van Gogh door zeven kogels is doorboord. In zijn romp had hij twee steekwonden, in zijn keel ,,tenminste twee klievingen tot aan de voorzijde halswervelkolom''. Behalve ,,uitgebreid letsel'' aan ingewanden, nier, lever en milt werd ,,perforatie van beide longen'' vastgesteld. Zowel de schotwonden als de snijwonden kunnen de dood van Van Gogh veroorzaakt hebben, zo constateert het autopsierapport.