In zicht Turijn zijn bobbers wakker

Het gaat steeds beter met de Nederlandse bobsleeërs. Er is goed materiaal en van bondswege professionele steun. ,,Wie het hardst riep kreeg steun, nu zijn prestaties de toetssteen.''

De zucht komt vanuit zijn tenen. Het valt Ronald Buys niet mee voorzitter van de Bob en Slee Bond Nederland (BSBN) te zijn. Niet gelet op de aard van zijn werkzaamheden die kan hij aan makkelijk aan maar de tijd die Buys ermee kwijt is, valt hem zwaar tegen. Zijn compensatie: de Nederlandse bobsleeërs presteren goed. Mede dankzij de bond.

Bij zijn verkiezing in november 2003 voelde oud-bobber Buys zich vereerd en veronderstelde hij als general manager van de American-footballclub Amsterdam Admirals over voldoende leidinggevende kwaliteiten te beschikken om in zijn vrije tijd ook een kleine bond als de BSBN te runnen.

,,Maar dat ik er anderhalve dag per week mee kwijt ben, had ik niet verwacht'', verzucht de voorzitter, die de enigszins bedaarde bobsleebond wel flink heeft opgeschud ,,met een programma vam DDR-signatuur.''

Buys is duidelijk niet de man van de uitgebreide overlegstructuren, maar iemand van korte lijnen en snelle besluiten. Hij functioneert als een moderne manager, die zijn nevenfunctie wil uitzitten tot en met de Olympische Winterspelen van 2010 in Vancouver, maar die pas accepteerde na de toezegging dat hij een eigen bestuursteam mocht samenstellen.

Bij zijn keus leunde hij zwaar op de staf van de Amsterdam Admirals. Zijn belangrijkste benoeming was die van Admirals' finance controller, de Brit Paul Wagstaff, tot penningmeester. Volgens Buys dankt de BSBN zijn huidige solide financiële basis vooral aan die man. Bovendien hechtte hij er aan dat zijn voorganger Wilfried Ydema aan de bond verbonden zou blijven. ,,Voor de internationale contacten, want daar heb ik geen tijd voor. Het zou bovendien zonde zijn geen gebruik te maken van Ydema's netwerk.''

Uit praktische overwegingen liet de nieuwe preses het bondsbureau verplaatsen naar het kantoor van de Admirals in de Amsterdam Arena. Een `bilaterale kruisbestuiving' waarvan Buys louter voordelen ziet. ,,De bond profiteert van de beschikbare faciliteiten en heeft geen overheadkosten, terwijl de Admirals via het bobsleeën op het netvlies verschijnt bij de georganiseerde sport. Nu de successen nog; die zijn nodig voor een top of mind, zo simpel is dat.''

Intern heeft Buys de organisatie professioneel aangescherpt met de samenstelling van een technische staf de Duitser Harald Czudaj werd bondscoach en oud-bobpiloot Rob Geurts zijn assistent en gelden er nieuwe objectieve richtlijnen bij de verdeling van bondsgelden. Buys: ,,Wie het hardst riep kreeg voorheen het meest, nu zijn prestaties de toetssteen.''

Routinier Arend Glas rekent zich tot het grootste slachtoffer van de gewijzigde criteria. Van de beschikbare 70.000 euro voor de topsport bleef de stuurman uit Groningen dit jaar aanvankelijk buiten de verdeling, terwijl tot zijn woede de relatieve nieuwkomers als Edwin en Arnold van Calker 10.000 euro toucheerden, en Ilse Broeders de nieuw bob kreeg toegewezen die mede door sportkoepel NOC*NSF is gefinancierd.

Buys trekt zich de kritiek niet aan, hoewel hij niet gelukkig was met gekruide uitspraken van de 36-jarige Groninger in een interview met het weekblad Sportweek. ,,Arend vergat dat hij in 2004 niet goed heeft gepresteerd en om die reden geen rechten aan een vergoeding kan ontlenen. Daarnaast is hij boos over de afspraak dat het startgeld voor bobbers de bond toekomt, en de teams het prijzengeld mogen houden. Glas vindt dat hij op grond van zijn lange staat van dienst meer startgeld dan de anderen heeft binnengebracht. Hij verwijt ons gebrek aan waardering, ik hem gebrek aan realiteitszin. Nu hij dit seizoen wel goede resultaten boekt, kan hij alsnog een substantieel bedrag tegemoet zien. Nee, ik zeg niet hoeveel, omdat Glas daarover zelf nog niet is ingelicht.''

Glas haalde sportief zijn gram bij de Europese kampioenschappen, vorige maand in Altenberg. Hij werd met remmer Sybren Jansma zesde in de tweemansbob en verdiende daarmee een nominatie voor de Olympische Spelen. Met de viermansbob is de ancien onder de bobbers nog niet zover; bij de wereldkampioenschappen, volgende maand in Calgary, wil hij de olympische nominatie veiligstellen. Daarvoor is een plaats op de toptwaalf toereikend. De prestaties van Glas zijn opzienbarend, omdat hij uit eigen middelen een nieuwe tweemansbob heeft gekocht en met de viermans een nieuw team moest samenstellen.

Naast Glas hebben ook de twee bobteams bij de vrouwen een olympische nominatie op zak. Ilse Broeders werd met Jeannette Pennings derde bij de EK in Altenberg, één plaats voor hun landgenoten Eline Jurg en Urta Rozenstruik. Broeders en Pennings danken hun progressie aan een nieuwe bob van NOC*NSF. Voorbij zijn de tijden dat het duo met tweederangs materiaal moest racen of door geldgebrek de bob niet kon meenemen op transatlantische vluchten en zich bij wedstrijden overzee moest redden met een gehuurde bob. Dan had Jurg dankzij financiële steun van de vakopleidingenorganisatie voor metaalbewerking en elektrotechniek minder reden tot klagen.

Nu de grootste zorgen over het materiaal voorbij zijn, moet het werk van bondscoach Czudaj zijn vruchten gaan afwerpen. De bobsleebond heeft hoge verwachtingen van de Duitser, die in 1992 in Lillehammer olympisch kampioen in de viermansbob werd. Czudaj, die voor kundig en professioneel doorgaat, heeft de verantwoording over de programma's en begeleidt de teams bij wedstrijden.

Blijft de vraag wat een man uit een land met een lange bobsleetraditie bezielde af te zakken naar de polder. Naar het schijnt, omdat hij ook als bobber weinig op heeft met de Duitse bond, maar zich thuisvoelt tussen die eigenzinnige Hollanders.