Harnassen voor pronk en strijd

Een op maat gemaakt metalen harnas in vijftiende-eeuwse stijl schijnt tegenwoordig een gewild hebbeding te zijn voor Amerikaanse rijkaards. Dat is niet eens heel verwonderlijk, want naast hun zuiver praktische functie in het krijgsbedrijf, hebben harnassen altijd al gediend om de status en de rijkdom, en zelfs de kunstzin en modebewustheid van hun eigenaren te tonen. Met een presentatie van zo'n twintig harnassen uit het laatmiddeleeuwse en vroegmoderne Europa geeft het Legermuseum een mooi beeld van die verschillende aspecten.

Vanaf de vijftiende eeuw legden Europese wapensmeden zich toe op het fabriceren van geheel uit plaatijzer of staal samengestelde harnassen. Ondanks hun gewicht van 25 à 40 kilo en de stijfheid van het materiaal, blijken ze de bewegingsvrijheid nauwelijks te hebben belemmerd. Met verbluffend vakmanschap zorgden de makers voor een perfecte pasvorm in alle onderdelen, die door een complex systeem van scharnieren aan elkaar bevestigd werden.

Overal in Europa werden ze gemaakt, maar vorsten en zeer vermogende ridders betrokken hun harnassen bij gespecialiseerde wapensmeden in Noord-Italië en Zuid-Duitsland. Daar werkten de vaklui die niet alleen streefden naar optimale persoonsbeveiliging, maar van een harnas ook een stukje werk maakten waarmee men knap voor de dag kon komen – zowel op als buiten het strijdtoneel. Een magnifiek voorbeeld daarvan is het paradeharnas dat tussen 1512 en 1514 is gemaakt voor de latere keizer Karel V, toen nog geen vijftien jaar oud. De vormen van het ijzer volgen de kledingmode van die tijd, in armstukken die als textiel zijn gedrapeerd en een wijduitstaande, diepgeplooide rok. De decoratieve biezen, ingelegd met verguld zilver, lijken wel kant of damast.

Maar ook in wapenrustingen voor echte vechtjassen en toernooiridders werd veel aandacht besteed aan de verschijningsvorm, al was het maar om de vijand te imponeren. Zo is een harnas dat in 1540-45 in Milaan tot stand kwam voorzien van prachtig gouden inlegwerk, terwijl helm en schouderstukken versierd zijn met in het metaal gedreven angstaanjagende leeuwenkoppen. En de helm van de Saksische keurvorst Johan Frederik de Grootmoedige (1500-50), wiens paard overigens ook geharnast was, is voorzien van een gezichtsmasker van beschilderd papier-maché. De vorst maakt er een heel wat vastberadener indruk mee dan in het beroemde portret dat Lucas Cranach van hem schilderde.

Of er nu werkelijk hard gevochten is in al die mooi opgepoetste en zo op het oog nauwelijks door geweld beschadigde bewaarde harnassen, wordt in deze tentoonstelling niet duidelijk. Slechts één van de geëxposeerde exemplaren vertoont een deukje, net links van het midden van de borstplaat. Het betreft het eenvoudige, praktische harnas uit 1590-95 dat is gedragen door de geduchte legeraanvoerder Maurits van Oranje. Maar uit de publicatie bij de tentoonstelling blijkt dat zo'n beschadiging niet zozeer een oorlogssouvenir was, als wel een soort keurmerk: de wapensmid liet ermee zien dat het harnas 'scheutvry' was, en dus bestand tegen musketvuur.

De opmaat voor de sobere opstelling wordt gevormd door een wat lawaaiige presentatie van hedendaagse bepantsering voor soldaten, astronauten en sporters. Daarmee wordt een geforceerde brug naar de tegenwoordige tijd geslagen. Want, hoewel de uitdossing van bijvoorbeeld een american-footballspeler zich net als een oud harnas kenmerkt door een soort brute esthetiek, is het bepaald geen kostbare haute-couture. Veel dichter in die buurt komen de getoonde harnassen, waarvan sommige topstukken zijn van vroegmoderne wapensmeedkunst.

Tentoonstelling: Heavy metal; Europese harnassen in het vizier. Legermuseum, Korte Geer 1, Delft. T/m 30/1. Ma-vr 10-17, za-zo 12-17. Publicatie (Uitg. Legermuseum): 80 blz., € 19,95. Inl.: 015-215 0500 of www.legermuseum.nl