Dromen 1

Het stuk van Douwe Draaisma, `Waarom we dromen vergeten' (W&O, 23 dec), van afgelopen vrijdag geeft een aardig overzicht van de rol van dromen. Een belangrijke en plausibele reden waarom we dromen niet onthouden wordt echter niet genoemd. Er wordt sinds twee decennia naarstig onderzoek gedaan naar de rol van slaap en dromen bij de consolidatie van het geheugen. De hypothese hierbij is dat nieuwe herinneringen eerst via het geheugencentrum (`hippocampus') worden opgeslagen. Dit centrum is echter vrij klein en er bestaat een groot gevaar dat een herinneringen in de loop der tijd door nieuwe overschreven zullen worden. Daarom wordt aangenomen dat tijdens de slaap in het geheugencentrum herinneringen geactiveerd worden die vervolgens in de hersenschors extra worden vastgelegd. Uiteindelijk worden de herinneringen in de hersenschors zo sterk dat het geheugencentrum zelf niet meer nodig is voor het ophalen; ze kunnen dan zonder problemen overschreven worden. Deze consolidatietheorie (Meeter & Murre, Psychological Bulletin november 2004) verklaart ook waarom we hersenbeschadigingen (bijv. bij dementie) recente herinneringen verliezen maar oudere niet: de oude zijn inmiddels goed geconsolideerd, de nieuwe waren nog afhankelijk van het beschadigde geheugencentrum.

Wij hebben zelf uitgebreide computersimulaties gedaan van het reactiveren tijdens dromen en daarbij kwam aan het licht dat dit alleen kan werken als tijdens het dromen het geheugencentrum absoluut niet leert. Wanneer dit namelijk wel geval zou zijn dan zou een herinnering niet alleen in de hersenschors extra vastgelegd worden maar ook weer in het geheugencentrum zelf. Daardoor wordt de kans verhoogd op hernieuwde reactivatie en dus verdere consolidatie en er onstaat een zichzelf versterkend proces waarbij slechts een paar herinneringen (obsessies) overblijven die alle andere hebben overschreven. Neurobiologische evidentie sluit hierbij aan: de stoffen die nodig zijn om te kunnen leren vertonen met name in het geheugencentrum tijdens de slaap zeer lage concentraties.

Kortom, als het geheugen tijdens dromen versterkt wordt op het niveau van de hersenschors dan is het welhaast zeker dat het geheugencentrum hiervan geen sporen kan overhouden. Dus is het dan onmogelijk om dromen te herinneren.

    • Prof.Dr. Jaap Murre
    • Geheugenpsycholoog Amsterdam