De Nanny Express

Sinds 1965 rijdt een bus vol huishoudsters en butlers naar Beverly Hills en terug. Maartje Duin reed mee.

In de ochtendschemering van Vernon, het industriegebied ten oosten van Downtown, is het een en al bedrijvigheid. Forensen haasten zich naar het perron van de metro. Ze hebben hun capuchons over het hoofd getrokken, zelfs voor december is het fris. Anderen warmen hun handen aan een kop champurrada, een maïsdrank die vanuit een soeppan in een winkelwagentje wordt geserveerd.

Even later arriveert bus 576, beter bekend als de Nanny Express. Na 36 jaar heft het gemeentevervoerbedrijf de route op: bezuinigingen. Ronald Reagan, toenmalig gouverneur van Californië, riep de buslijn in het leven na de rassenrellen in 1965. Doel was het woon-werkverkeer tussen de sterk gesegregeerde buurten van Los Angeles te verbeteren. En wie wonen in het zuidoosten van de stad, werken in het westen en kunnen zich geen eigen auto veroorloven? De nannies, butlers en huishoudsters van de stad.

Door het eerste zonlicht rijdt de Nanny Express over Vernon Avenue, langs Salvadoreense bakkerijen, Mexicaanse tortillerías en kapsalons die zich specialiseren in afro-haar. Van sommige huizen zijn de ramen dichtgetimmerd. Op een bord bij een middelbare school staat de slogan `Be respectful/Be responsible/Be safe'.

Voor in de bus zit Beatrice Rowland, 60 jaar, geboren in Belize. Met rollende tong vertelt ze over `haar' kinderen, drie tieners uit een welgesteld joods gezin. ,,De jongste is mijn lieveling'', zegt ze, ,,die noemt mij mama.'' Nu de kinderen groot zijn, is er voor haar minder te doen, ze werkt nog maar drie dagen in de week. Dat vindt ze wel rustig.

Naast Beatrice zit Frozene Jones, een goedlachse zwarte vrouw met grijze krullen, passagier van de Nanny Express sinds 1969. Al die tijd heeft ze bij dezelfde familie gewerkt, ,,goede mensen'', zegt ze. Frozene is 70, volgende maand gaat ze met pensioen. Ze zal haar dagelijkse rit missen. Door de jaren heen zijn er in de bus hechte vriendschappen ontstaan. ,,Als iemand ziek was, zamelden we geld voor haar in, bij verjaardagen trakteerden we op taart.''

Naarmate we meer naar het westen rijden, zijn de huizen steeds beter onderhouden. Langs Koreatown komen we, en langs de eerste Ralphs op deze route; in de armste wijken heeft deze supermarkt geen filialen. Tegen de heuvels in de verte zijn vaag de letters `Hollywood' te zien.

Er loopt een denkbeeldige lijn door de bus, zegt Luvia Manzano: voorin wordt Engels gesproken, achterin Spaans. De Guatemalteekse maakt deze rit al tien jaar. De eerste vijf jaar van haar loopbaan als huishoudster woonde ze bij haar werkgevers in huis. Maar Beverly Hills was niets voor haar. ,,Er is daar niets te beleven.'' Voor nannies is het anders, zegt ze, die komen elkaar tegen als ze met de kinderwagen door de buurt wandelen. Maar zij was blij toen een huisschilder uit El Salvador haar ten huwelijk vroeg en ze terug kon naar haar eigen buurt. Waar ze haar man ontmoette? ,,In deze bus!''

Als we onder de snelweg door zijn, is het landschap definitief veranderd. Billboards voor Mexicaans bier hebben plaatsgemaakt voor afbeeldingen van Jaguars. Palmbomen op eilandjes van gras in het midden van de weg geven aan dat we in Beverly Hills zijn. Tuinmannen staan bladeren van de gazons te blazen, verder is het doodstil op straat. De huizen zwaarbewaakt, met hoge hekken en bordjes van Bel Air Patrol.

Frozene stapt uit bij het Beverly Hills Hotel op Sunset Boulevard, Luvia een halte verder. Beatrice blijft tot het eindpunt zitten. Door de heuvels slingert de Nanny Express omhoog. Als hij aankomt in Pacific Palisades, een enclave van mediterrane villa's met uitzicht op de oceaan, is het iets voor tienen. Beatrice's werkdag begint.

    • Maartje Duin