De krant antwoordt

1, 2Kamagurka gaf in de afgelopen weken een aantal keren een getekend commentaar op de natuurramp in Azië. Mij bereikten via lezerschrijft@nrc.nl acht e-mails van boze lezers. Lezersservice (0800 0323) kreeg zo'n honderd telefoontjes. De opinieredactie ontving zo'n vijftig e-mails en brieven. Ongeveer 20 lezers zegden hun abonnement op.

Graag neem ik alle klachten serieus, hoewel weer niet zo serieus dat ik er Kamagurka om ontsla. Ik kan me de gekwetste gevoelens zeker voorstellen, maar ik blijf van mening verschillen met lezers die vinden dat de krant hier uit spotlust handelt dan wel zich vrolijk wil maken ten koste van slachtoffers. Uiteraard laat ik ieder vrij in z'n oordeel over de kwaliteit van de tekeningen. Natuurlijk is de een beter dan de ander. Maar het oogmerk van de tekenaar en de krant is oprecht.

Voor mij staat Kamagurka in de traditie van de Vlaamse surrealisten die de absurde kant van de werkelijkheid laten zien. Hij doet dat op een lichte manier, in de stijl van een cartoon, met doorgaans droog taalgebruik. Lezers die hem een zeker nihilisme verwijten, een macaber gevoel voor zwarte humor zitten er niet ver naast. Daar moet je inderdaad wel tegen kunnen. Kamagurka stelt in zijn tekeningen de normatieve reactie op het nieuws ter discussie, de gewenste manier van kijken: in dit geval het universele medeleven dat geen tegenspraak duldt, omdat er immers niets ergers kan zijn dan dit. Maar dat is er juist wel, in Congo bijvoorbeeld, de Soedan, de aids-crisis in Afrika. Alleen is daar het zicht nu volledig op weggenomen. Geen wonder dat Kamagurka weerstand oproept.

Een lezer vatte dit aldus samen, naar aanleiding van de cartoon van 27 december, waarin een getekend poppetje wordt overvallen door een quasi-vloedgolf: ,,Het is een misvatting dat een cartoon altijd bedoeld is om over te lachen of om ergens de spot mee te drijven. Vaak is het ook een middel om de grimmigheid der dingen bloot te leggen. Juist deze cartoon maakt in één beeld de argeloosheid duidelijk van de mensen die onbeschermd - door een hun onbekend (tsunami??) natuurverschijnsel worden overvallen. Ik vond deze cartoon juist om die reden heel sterk.''

(Lezer R. Baumgarten, Naarden)

Beter kan ik het niet uitdrukken, hoewel ik het al tweemaal eerder heb geprobeerd, toen Kamagurka commentaar gaf op de bomaanslag in Madrid (13-3-04) en op de verbranding van het Columbia-ruimteveer in de dampkring (10-2-03). Beide antwoorden zijn na te lezen op www.nrc.nl/lezerschrijft.

Kamagurka's commentaar leert mij anders kijken, naar de eigen wereld, naar het nieuws van de dag. Zijn blik is ook een manier om het nieuws te incasseren. Daarmee is niet gezegd dat voor de hoofdredactie dan ook alles gezegd kan worden. Zijn tekening van een dikke drijvende man op wiens bolle buik twee kleine jongetjes staan onder de kop: `Thailand: twee kinderen gered door Duitse pedofiel' vonden we begin vorige week (nog) niet kunnen. Maar deze week wel, omdat er weer tijd is verstreken en er weer meer is gebeurd.

Dergelijke beelden zagen we deze week `in het echt' en hebben we ook in de krant afgedrukt. Maandag stond er een kleurenfoto op pagina 5 van twee keuvelende dikke mannen in zwembroek met bierfles in de hand, genietend van de Thaise zon tegen een decor van verwoesting. De tekening van Kamagurka is van een fantasie veranderd in een parafrase op de werkelijkheid, een satirische overdrijving. Daarom staat zijn tekening vandaag in de krant, op pagina 2 van de bijlage Leven &cetera.

De zeebeving heeft meer laten zien dan de nietigheid van de mens en de onpeilbaarheid van het verdriet. Onwillekeurig hebben we nu ook de omvang van westers massatoerisme in de Derde Wereld in beeld. De vraag naar het waarom van de aanwezigheid van sommige westerlingen daar mag ook gesteld worden. Zeker als het antwoord bekend is, maar nu gemakshalve maar even verdrongen. Toeristen zoeken daar vele pleziertjes, niet allemaal even verheven.

Het beeld van de ramp heeft vele facetten en Kamagurka pakt er één van in z'n kladden. Ook als dat pijnlijk is of kwetsend, blijf ik dat nuttig vinden. En nodig. Al was het maar omdat het leidt tot g(r)imlachen.

3De krant heeft behalve bij de terreuraanval op New York en Washington op 11 september 2001 ook de indeling omgegooid bij de Golfoorlog van 1991 en de inval in Irak van 2003. Evenementen waarvan in één oogopslag het belang duidelijk was. Ook bij de aanslag in Madrid van maart 2004 hebben we de krant veranderd, zij het met een dag vertraging omdat we er aanvankelijk van uitgingen dat het om een ETA-aanslag ging.

De zeebeving in Azië bleek een ramp in afleveringen, die bovendien met de dag erger werden. Op de dag erna berichtten we dat het dodental `boven de 20.000' kwam. Dat was veel, maar op de schaal van `natuurrampen in de Derde Wereld' was dit vaker voorgekomen. Ook nog onlangs, bij de aardbeving in het Iraanse Bam op 27 december 2003, liepen de schattingen vrijwel meteen van 30.000 tot 50.000 doden op. Dat bleef een kwestie voor de buitenlandpagina`s. Zo is er aanvankelijk op de redactie ook onderling over gesproken: als over een grote, maar toch regionale natuurramp. Daarom is in die week ook niet overgegaan op de `crisisindeling' van de krant. Hadden we dat achteraf wel moeten doen, zo niet meteen dan later die week? Er is fel ter redactie over gedebatteerd. Argument om het niet te doen was dat voor de `crisisindeling' ook een nieuw nieuwsfeit de aanleiding moet zijn. Daar was ik het, geredeneerd vanuit de continuïteit van de krant, wel mee eens.

Maar achteraf ben ik daar over gaan twijfelen. Zou de lezer het indelingsbeleid van de krant ook zo strikt logisch beleven als wij het vormgeven? Wellicht hadden we op een flexibel moment met een andere indeling de lezer eerder kunnen laten zien dat deze ramp veel internationaler, zelfs Europeser, is dan vorige. Dat was in de eerste rampweek ook best al voldoende duidelijk. Dan hadden we in ieder geval voorkomen dat deze lezer zich stoorde aan prominente binnenlandreportages over frivole kwesties tijdens de feestdagen. Ik moet toegeven dat ik zelf tot in deze krantenweek aan toe ook last had van het tempoverschil in de nieuwspresentatie. Woensdag werd binnenlandpagina 3 gedomineerd door een vrij lang stuk over een mislukte televisieserie, waarvan mij de wijdere betekenis niet helemaal duidelijk werd. Het echte gesprek van de dag de hulpacties, de kwestie-Remkes werden voor mijn gevoel `pas' op de crisispagina's 4 en 5 behandeld.

De krant moet geen hink-stap-sprong met nieuws bedrijven. Daarin heeft deze lezer wel gelijk. En nu we eenmaal zelf de ijzeren indeling van de krant bij grote crises loslaten, scheppen we ook verwachtingen bij de lezer. Mijn conclusie is dat we ook tussentijds bij lopend groot crisisnieuws moeten durven overschakelen op een andere indeling van de krant. In de veronderstelling dat de lezer nieuwshiërarchie belangrijker vindt dan een consequente, vaste indeling.

    • Folkert Jensma