Weer minder `moeilijk-traceerbaren'

Volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken zijn er minder dan honderd ,,moeilijk-traceerbare Nederlanders'' die zich in het rampgebied bevonden ten tijde van de vloedgolven en van wie sindsdien niets meer is vernomen. Ruim dertig Nederlanders worden nog vermist. Van hen vermoedt het ministerie niets meer te vernemen.

Het officiële aantal Nederlandse overledenen stond gisteren op zeven, zes uit Thailand en één op Sri Lanka.

Vorige week waren er nog ruim vijfhonderd Nederlanders niet getraceerd. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft minister Bot (Buitenlandse Zaken, CDA) over de huidige groep `moeilijk-traceerbaren': ,,Gevreesd moet worden dat een deel van deze groep tot de categorie vermisten zal gaan behoren. Daarnaast vrees ik dat serieus rekening gehouden moet worden met de mogelijkheid dat van een aantal Nederlanders van wie niets meer is vernomen, uiteindelijk geen spoor meer zal worden gevonden.''

Volgens Bot heeft zijn ministerie sinds de ramp op tweede kerstdag ruim 6.000 telefoongesprekken gevoerd met familieleden en vrienden van Nederlanders in het rampgebied. ,,De Nederlandse gewonden die thans nog in de getroffen regio in het ziekenhuis verblijven, zullen zo snel mogelijk worden gerepatrieerd'', schrijft Bot. Hij gaat ervan uit dat daarvoor ,,individuele regelingen kunnen worden getroffen''. Bot gaf eerder deze week aan nog niet te weten of het kabinet het gestorte bedrag op giro 555 zal verdubbelen, zoals in het verleden wel is gebeurd. ,,We zijn altijd buitengewoon vrijgevig geweest. We moeten ons nu richten op de wederopbouw.''