Twee levens leven

Guus Middag luistert naar nieuwe Nederlandstalige liedjes. Vandaag naar `Vanaf vandaag', een uitvaarthit in spe gezongen door Rob de Nijs.

Eigenlijk ben ik helemaal geen bandoneonman. En ook geen Rob de Nijs-man. Ook nooit geweest. Maar er kwam ineens mooie muziek uit de radio, en ik kon er niet bij weglopen. Wat ik hoorde kon niets anders dan een bandoneon zijn, heel ijl en subtiel, in het gezelschap van een kalme piano en een paar strijkers. En de stem die zich daar bij voegde kon niet anders dan die van Rob de Nijs zijn.

In een reflex wilde ik nog een kaars pakken en die voor mijn raam zetten – oud automatisme uit de tijd van Jan van Veen, het romantische radioprogramma `Candlelight' en de door Rob gezongen herkenningsmelodie waarin hij ons opriep een kaars voor ons raam te zetten vannacht (`zodat ik weet dat je op me wacht').

In dezelfde reflex meende ik dat ook dit nieuwe lied wel weer over de liefde zou gaan. Met een half oor luisterend werd ik daar ook al meteen in bevestigd. Het ging over jou en mij, bomen en mist, met je praten en antwoord geven en iets vaags als `dan blijf jij leven in mijn leven'. Dus: `We gaan naar huis nu, wij allebei./ Vanaf vandaag leef jij in mij.'

Dat klonk als een vertrouwd liefdesliedstramien, maar de gedragen melodie (van Maarten Peters), de droevige bandoneonlijnen (van Carel Kraayenhof) en de dramatiek in de stem van Rob de Nijs dwongen mij beter te luisteren naar de tekst (van Belinda Meuldijk). Dit was helemaal geen doorsnee liefdeslied. Wat dan wel? Het had iets weg van `Zeg me dat het niet zo is' van Frank Boeijen, uit 1989. Even eenvoudig van opzet, even dramatisch. Daarin heeft iemand een doodsaanzegging gekregen en daarin wordt voor de duur van het lied geprobeerd die mededeling te negeren. `We doen net alsof ze gewoon verder leeft', zong Boeijen.

Zo gaat het hier ook. Ook dit is een ontkenningslied. Langzaam drong tot mij door dat hier iemand zingt bij het graf van een geliefde. Hij wil en kan daar nog niet aan. Hij probeert toch nog een draai, een duw, een wending aan het noodlot te geven. Ook hij neemt zijn toevlucht tot een kunstgreep: hij gaat haar niet begraven. Hij last als het ware de begrafenis af en neemt de overledene weer mee. `Vandaag begraaf ik jou in mij.'

Het ziet er zo misschien mal uit, maar het klinkt overtuigend, als een laatste wanhopige daad van de verbeelding. Hij neemt haar mee, hij neemt haar in zich op, hij biedt haar zijn eigen lichaam nu het hare het begeven heeft. `We zullen lachen en weer plannen maken./ Ik zal met je slapen en met jou ontwaken./ Wat je nog doen wou, doe ik erbij./ Vanaf vandaag leef jij in mij.'

Het is op het randje. Belachelijk? Waanzinnig? Of daarom juist hartverscheurend? Een brutale ingeving om de dood te slim af te zijn? Bij nader inzien niet eens zo onrealistisch. Het is wat iedereen doet die zich niet bij de dood van een geliefde kan neerleggen: de ander in gedachten proberen mee te nemen in je eigen leven. De Nijs klinkt bijna enthousiast als hij zich, in de losse slotregel, voorstelt hoe zijn leven er nu uit zal gaan zien: `Ik zal twee levens leven, met jou in mij.'

Gaandeweg raakte ik door dit lied overtuigd. Oprecht gezongen, mooi in bedwang gehouden, zonder gemakkelijk sentiment en zonder namaakverdriet, met een ontroerend iel bandoneonnetje tot besluit. Dit zou wel eens een nieuwe uitvaarthit kunnen worden. Binnen een jaar in de aula-top-drie.

Een fragment van `Vanaf vandaag' is te beluisteren via www.nrc.nl

    • Guus Middag