Sven Hannawald, een unieke skispringer in een diep dal

Omdat de Finse skispringer Janne Ahonen gisteren niet won in Bischofshofen blijft Sven Hannawald met vier zeges recordhouder in de Vierschansentoernee. Maar gelukkig werd de Duitser niet; hij verkeert in een zware mentale crisis.

Hoe onmenselijk kan sport zijn? Als het geruïneerde leven van de Duitse schansspringer Sven Hannawald (30) maatgevend is, zou de actuele topsport beter verboden kunnen worden. De behandeling als volksidool heeft zijn geestesgesteldheid dermate ontwricht, dat hij is verworden tot een mentaal wrak.

Hannawald wordt in een geheim gehouden psychiatrische kliniek in Duitsland al bijna een jaar behandeld aan het burn-outsyndroom. De genezing gaat zo langzaam, dat zijn terugkeer op de schans moet worden uitgesloten.

Wie Hannawalds levensloop nader beschouwt, kan niet anders dan geroerd worden door de vernietigende uitwerking van onmetelijke populariteit op een kwetsbare sporter. Ga er maar aan staan: voldoen aan de hoge verwachtingen van veeleisende trainers, opportunische pers en hunkerend publiek én weerstand bieden aan de vele aasgieren van de commercie. Het werd de skivlieger allemaal te veel.

Hannawald bezweek onder de grote mentale druk en verloor vorig jaar alle grip op zijn leven; hij voelde zich een centrifuge die niet tot stilstand kwam. Vooral omdat hij steeds frequenter werd geconfronteerd met paniekaanvallen; de skispringer verkeerde op zeker moment in een toestand van angst die ondraaglijk was geworden. Of zoals Hannawald recentelijk, in een van zijn spaarzame interviews, tegen het blad Stern, zei: ,,Weg wilde ik, alleen maar weg, ongeacht waar ik was.''

Natuurlijk staat Hannawald niet model voor de gemiddelde topsporter; die is in meerderheid bestand tegen de neveneffecten van de status als celebrity. Maar de schansspringer is wel exponent van een toenemend aantal vertwijfelde sporters. Tegen die achtergrond is het evenmin toeval dat sportpsychologen een sterk groeiende beroepsgroep vormen.

Sinds bij de televisie is ontdekt dat sport kijkcijfers opkrikt, lijken alle limieten in de aandacht en benadering van topsport te zijn verdwenen. En voor de beeldvorming moet alles maar positief zijn. Een succesvolle sporter móet blijven presteren, móet blijven lachen, móet vriendelijk blijven, móet in tv-shows verschijnen en móet gelukkig zijn. Dat wil het (televisie)publiek zien. Hij mag niets meer; in de nieuwe zakelijkheid is geen ruimte voor buitenbeentjes.

Die keerzijde van populariteit kende Hannawald niet toen hij als kind van de DDR als zesjarige naar de Kinder- und Jugendsportschule Klingenthal in zijn geboorteplaats Erlabrunn werd gestuurd. Net als alle sporters in de DDR was hij een radertje van het systeem in een communistisch land, dat sportsuccessen als zegeningen van de heilstaat presenteerde.

Ook na de eenwording van Duitsland in 1990 zou Hannawald, die destijds met zijn ouders naar het Zwarte Woud verhuisde, onderdeel van een systeem blijven, al was communisme vervangen door kapitalisme. En ondanks zijn successen ging het mentaal niet goed met Hannawald. Het individu bestond op een goed moment alleen uit naam; qua gevoel was zijn existentie kosmisch. Een gevolg van zijn langdurig verblijf in internaten, waardoor het hem ontbrak aan geborgenheid. Hij kende noch de warmte van een gezin, noch de intimiteit van een relatie.

Deskundigen schrijven Hannawalds labiliteit aan die vorm van ontheemding toe. In zoverre een juiste diagnose, dat het een deel van de verklaring is. De andere oorzaak is zijn zwakke psyche. ,,Ik heb voor mijn gevoel altijd in afzondering geleefd'', vertelde hij tegenover Stern. ,,Voor invloeden van buitenaf sloot ik me af om te voorkomen dat ik er mee belast zou worden. Ik heb me altijd rigoureus om mijn sport gericht. Maar steeds vaker wenste ik mezelf een dubbelganger toe, zodat ik me zou kunnen verstoppen. Nu worstel ik met de vraag wie ik ben. Ik moet mezelf opnieuw leren kennen, niet als sporter, maar als mens.''

De onevenwichtigheid van Hannawald kan de aandacht afleiden van de unieke prestatie waarmee de skispringer de sportgeschiedenis heeft verrijkt. De Duitser won in 2002 alle vier wedstrijden in de Vierschansentoernee, een prestatie die in rijke geschiedenis van het prestigieuze evenement nooit werd geleverd. Hannawald was de eerste en de enige.

De magere jongen met zijn spitse gezicht en zwart sluikhaar leverde die winter in de Vierschansentoernee een serie sprongen af met een enorme impact, want zijn overwinning in de beslissende wedstrijd in Bischofshofen werd voor de Duitse televisie door dertig miljoen Duitsers meebeleefd. Ook de kranten reageerden lyrisch. De verslaggever van de ietwat zakelijke Süddeutsche Zeitung schreef beeldend: `Hannawald is de schepper van een meesterwerk dat lang onbereikbaar leek te zijn en zwaarder weegt dan elke wereldtitel of olympisch goud. Dit is eenmalig.' Hij werd gekozen tot sportman van het jaar, vóór wereldkampioen Formule 1 Michael Schumacher. Bij de vrouwen won zwemster Franziska van Alsmsick.

De knappe jongen werd vervolgens begeerd door vrouwen, geadoreerd door mannen en gefêteerd voor televisie, maar wist zich geen raad met die overstelpende aandacht. Hannawald had genoeg aan zichzelf; op een goed moment werd die publieke idioterie hem te veel en zocht hij zijn toevlucht tot behandeling in een kliniek.

En dan te weten dat de weg naar de top voor Hannawald al zo zwaar was geweest. Een vermageringskuur om vederlicht te kunnen vliegen had eind jaren negentig tot anorexia nervosa geleid. Bij herhaling wordt verklaard dat hij is genezen, maar de realiteit roept een ander beeld op. Zoals in 1999 toen foto's van een broodmagere Hannawald in de pers verschenen. Een schokkende confrontatie met de werkelijkheid; alsof hij in een concentratiekamp verbleef. Vooral confronterend was de foto waarop de Duitse zwemster Kerstin Kielglass zijn ribben telt. Onthutsender had de deplorabele gesteldheid van een sportkampioen niet weergegeven kunnen worden.