Liever slaaf dan bijna dood

Het duurt even, maar op een van de laatste bladzijden van Willem Melchiors nieuwste roman 24/7 komt het hoge woord eruit. De naamloze 37-jarige ikfiguur die op het punt staat zich via het internet als slaaf uit te leveren, concludeert dat hij behoorlijk gestoord gedrag vertoont. `Ik dacht: Ik ben evengoed een geval. Met mijn seksuele verlangens die zo niet als een afwijking, dan tenminste als afwijkend aangemerkt mogen worden.'

Voor de lezer wordt een open deur ingetrapt, die wist namelijk allang dat de masochistische narcist die hier ten tonele wordt gevoerd een zwaar geval is, zogoed als alle masochistische hoofdpersonen van zijn voorgaande boeken dat waren. Al die gekwelde en naar kwelling smachtende stakkers – van de verhalenbundel De roeping van het vlees waarmee Melchior in 1992 debuteerde, tot Kasper Valentijn (1996), De onhuwbaren (2000) en Het hoofd op de buik (2002) – ontlenen genot aan seksuele onderwerping en (het verlangen naar) lichamelijke pijn. Allemaal worstelen zij met hun doodsdrift waaraan ze lust ontlenen zonder dat zij zich daar geheel en al aan durven uit te leveren.

Vorig jaar leek Melchior (1965) een nieuwe weg te zijn ingeslagen toen hij verraste met De dokters Andrian, een onversneden, zij het enigszins vlakke naturalistische roman over een artsengeslacht. Maar met 24/7 is de zelfbenoemde erfgenaam van Gerard Reve en James Purdy weer helemaal terug bij de zwarte romantiek die al sinds twaalf jaar zijn handelsmerk is. Zijn hoofdpersoon is evenals zijn voorgangers gefixeerd op zijn eigen bovenlijf, in het bijzonder op zijn tepels, die hij het liefst met knijpers en puntige klemmen pijnigt en hij is jaloers op iedereen aan wie hij zijn prachtige torso uitlevert.

Melchior voegt met 24/7 wel iets toe aan zijn eerdere verhalen en romans en dat is het effect van internet op seksueel geobsedeerde figuren als zijn personages. Juist op het moment dat de ikfiguur bereid is zich volledig te onderwerpen, al zijn bezit af te staan aan een louche `meester' en gedurende de rest van zijn leven zeven dagen per week 24 uur lang slaaf te worden, ziet hij in het journaal een item over de rechtszaak tegen een Duitse kannibaal.

Zoals bekend stond vorig jaar december in Kassel een computerexpert terecht omdat hij een andere computerexpert op diens verzoek gedood had, nadat ze samen zijn geslachtsdeel hadden opgepeuzeld. Ze hadden elkaar leren kennen op een speciale site voor kannibalen. De zaak baarde opzien en zette veel mensen aan het denken over uitlatingen van de advocaat van de dader die de hele affaire terugbracht tot dood op verzoek, omdat de vermoorde man er al zijn hele leven van had gedroomd door een kannibaal te worden genuttigd en daar schriftelijk toestemming voor had gegeven.

Melchior laat zijn hoofdpersoon partij kiezen voor de zienswijze van de advocaat en knoopt er een overpeinzing aan vast over de grenzen van vrijwilligheid en de rol van internet daarbij. `Het internet wekt geen seksuele verlangens die er eerst niet waren. Die bestaan namelijk niet. Wel brengt het mensen samen die anders op zijn minst heel veel meer moeite hadden moeten doen om elkaar te vinden, en maakt het alleen al daardoor, en doordat die mensen elkaar vervolgens aanvullen, bestaande seksuele verlangens gaande, en wakkert ze aan.'

In dergelijk moeizaam proza – souplesse was nooit het sterkste punt in Melchiors stijl – wordt in 24/7 het gevecht van de ikfiguur met zijn seksuele verlangens ontrafeld. Een vergelijking dringt zich op tussen het masochistische onderwerpings- en het traditionele huwelijkscontract. In het ene geval levert de ondertekenaar zich met zijn hele hebben en houden uit aan een meester, in het Victoriaanse huwelijk gaven vrouwen in veel gevallen niet alleen hun handelingsbekwaamheid en het recht op een eigen keuze van woonplaats maar zelfs hun identiteit en naam op. Dit alles op vrijwillige basis.

Ook verwijst Melchior impliciet naar andere situaties waarin mensen, louter door hun irrationele verlangens of vermeende belangen te volgen, op zelfdestructie aansturen. Daarmee tilt hij zijn verhaal uit boven de pornoteksten waarin zijn hoofdpersoon zich uit om zijn lustbeleving weer te geven. Komisch en tegelijk deerniswekkend zijn de scènes waarin de held masturbeert en klaarkomt op gortdroge passages uit het slavernijcontract dat hij rillend van angst, schaamte en genot van plan is te ondertekenen. En knap is de manier waarop hij tot het einde toe de spanning erin weet te houden: doet-ie het of doet-ie het niet? En zo ja, wat maakt het eigenlijk voor verschil: 24 uur per dag zeven dagen per week geleefd worden door een meester of alle dagen de gevangene zijn van het zich maar voortslepende ellendige leven waarin iedereen de slaaf is van zichzelf?

Willem Melchior: 24/7.

Atlas, 174 blz. €17,50

    • Elsbeth Etty