Ik veegde Goethe uit mijn haar

Op 2 september verwoestte een vuurzee een van de belangrijkste boekenverzamelingen ter wereld. Uitgever Andreas Landshoff was er toevallig bij. ,,De spirit is verdwenen.''

Ik stond in een roetregen. De cultuur van een paar eeuwen dwarrelde als zwarte sneeuw op mijn hoofd. Misschien heb ik die avond Goethe uit mijn haren geveegd.''

De in 1930 in Berlijn geboren uitgever Andreas Landshoff was op 2 september getuige van de grootste culturele catastrofe van het afgelopen jaar. Die avond vloog in Weimar de door de UNESCO tot werelderfgoed uitgeroepen Hertogin Anna Amalia Bibliotheek in brand.

Landshoff is niet bijgelovig, maar hier speelde het noodlot weer eens een waanzinnig spel. Weimar, bibliotheek, brand. Drie woorden die nooit meer weggaan uit het levensverhaal van Landshoff, een groot bibliofiel.

Drie keer bezocht hij de plaats die wel de cultuurhoofdstad van zijn geboorteland wordt genoemd: het Weimar van Goethe en Schiller. De eerste keer, als veertienjarige gymnasiast op de vlucht voor het oorlogsgeweld, vloog Weimar in brand als gevolg van een bombardement, net gedurende de halve dag dat hij er was. De tweede keer, het was al 1987, vergezelde hij zijn vader Fritz H. Landshoff, de in de jaren dertig vermaarde uitgever van Duitse `exil'-literatuur, bij een speciaal door de DDR-autoriteiten als eerbewijs georganiseerde rondleiding in de Anna Amalia Bibliotheek. In september van het afgelopen jaar kwam Landshoff er voor de derde keer. De unieke boekenverzameling was net gesloten met het oog op een grootscheepse reorganisatie, maar voor hem was nog op de valreep een bezichtiging geregeld.

De avond ervoor voltrok zich de ramp. Een vuurzee raasde door het `Grüne Schloss', waar zich sinds 1761 een van de belangrijkste boekenverzamelingen ter wereld bevindt. Een deel van het dak stortte in en verwoestte het bovenste gedeelte van de ovale Rococozaal, die zich uitstrekt over drie verdiepingen en de kern van de bibliotheek uitmaakt. Om en nabij honderdduizend boeken, manuscripten en noten verbrandden of raakten zwaar beschadigd. ,,Hier gebeurt iets onherstelbaars'', wist Landshoff, die erbij stond.

Hij arriveerde een paar uur voor de brand in Weimar om het door zijn goede kennis Nike Wagner (achterkleindochter van Richard Wagner en achter-achterkleindochter van Franz Liszt) georganiseerde kunstfestival in die stad bij te wonen. ,,Mijn schoondochter kwam mij ophalen van het station en het eerste wat ze zei was: ,,Ik ben zo ontzettend trots, want ik heb een afspraak voor je geregeld voor een bezoek aan de Anna Amalia Bibliotheek.''

Normaal gesproken kon dat niet, want de bibliotheek, waarover Goethe drie jaar lang de leiding had, was gesloten wegens een verbouwing. Voor 24 miljoen euro waren de kelders van de twee andere paleizen op het `Platz der Demokratie' verbouwd en men stond op het punt te beginnen een deel van de collectie naar de nieuwe opslagruimte over te brengen. ,,Niettemin was geregeld dat ik de volgende dag een bezoek mocht brengen aan de Rococozaal. De afspraak voor de bezichtiging was gemaakt voor vrijdagochtend 3 september om 10 uur. De directeur Michael Knoche verwachtte mij.''

Het had wel iets van een bedevaart. Een jaar voor diens overlijden had zijn vader Fritz Landshoff de Gutenbergprijs gekregen. Er waren in de DDR allerlei officiële plichtplegingen, maar het hoogtepunt was dat hij door de bibliothecaris van de Anna Amalia Bibliotheek werd ontvangen en rondgeleid. Andreas Landshoff vergezelde hem. ,,Een ongelooflijke ervaring. Niet louter vanwege de boeken die er ondergebracht waren, maar die Rococozaal zelf met al die schilderijen, die beroemde plafondschilderingen: fantastisch! Ook omdat Goethe daar bibliothecaris is geweest en zijn hele omgeving er in- en uitliep. Mijn vader had de bibliotheek ook nog nooit gezien en was net zo onder de indruk als ik.''

Bombardementen

Andreas' vader was in 1933 als jood en uitgever van plotseling verboden boeken – vlak voor Hitlers machtsovername publiceerde hij onder meer goedkope edities van Das Kapital van Karl Marx en teksten van Sigmund Freud – uitgeweken naar Amsterdam. Daar werd hij bij Querido uitgever van onder anderen Heinrich en Klaus Mann, Joseph Roth, Lion Feuchtwanger, Arnold Zweig, Alfred Döblin, Ernst Toller en Anna Seghers. Zijn driejarige zoontje bleef met zijn moeder, een Duitse actrice, in de Heimat achter. Andreas Landshoff woonde bijna de hele oorlog in Berlijn – tot zijn gymnasium naar het platteland werd geëvacueerd wegens de bombardementen – maar was voor de slag om Berlijn weer thuis.

,,De bombardementen op Berlijn heb ik voor het grootste deel meegemaakt. Ik was zelfs ingeschakeld bij de brandweer. Omdat de echte brandweermannen vochten in het leger, moesten de jongeren hun taak overnemen. Toen de Russen kwamen, hebben ze mijn school overgebracht naar Thüringen, in de buurt van Weimar.'' De directeur van die school heeft op een avond, terwijl in de verte de Amerikaanse artillerie al hoorbaar was, getelefoneerd met een Wehrmachtcommando en zijn leerlingen aangeboden als kanonnenvoer. ,,Toen we dat hoorden ben ik met een paar vrienden gevlucht. We zijn naar het treinstation gelopen, waar we op de treeplank van de laatste vluchtelingentrein naar Weimar vertrokken. Het was maart 1945 en ijskoud, er lag nog sneeuw. In de ochtenduren kwamen we Weimar binnen. We stonden daar op het perron en ik zei: `O wat heerlijk, een stad die niet gebombardeerd is, een stad die niet in brand staat!' Ik had het nauwelijks gezegd toen ik opeens in de stralend blauwe lucht glimmende condensstrepen zag. Dat waren de Amerikanen. Vervolgens zag ik kleine puntjes naar beneden komen. We doken naar de grond, kropen onder de trein. De stad werd gebombardeerd. Weimar begon te branden toen ik er voor het eerst kwam.''

Toen hij er ruim veertig jaar later met zijn vader terugkeerde, waren de brandsporen uitgewist en pronkte de DDR met het `Pantheon der Deutschen Klassik' in Weimar. Andreas woonde inmiddels allang in Nederland. In 1955 had zijn vader hem gevraagd naar Amsterdam te komen om hem te helpen een Europees kantoor op te zetten voor Harry N. Abrams, een Amerikaanse uitgeverij van kunstboeken. Later richtte hij zijn eigen Uitgeverij Landshoff op, die hij uiteindelijk bij Meulenhoff onderbracht. Andreas Landshoff is doordrenkt van literatuur, kunst en cultuur. Als jong uitgever bij Fischer Verlag onderhield hij contact met Thomas Mann (,,we hadden een zakelijke briefwisseling'') en eerder al met diens zoon Klaus. ,,Ik heb Klaus vrij goed gekend en vooral Thomas Manns jongste dochter Elizabeth Mann-Borgese, omdat mijn vader haar grote liefde was. Met haar had ik een hechte band. Mijn vader was op zijn beurt verliefd op Manns oudste dochter Erika, maar Erika was lesbisch en interesseerde zich niet voor mijn vader. Dus de jongste hield van mijn vader en mijn vader hield van de oudste. Een merkwaardige constellatie.''

Zelf is Andreas Landshoff getrouwd met de Amsterdamse actrice Yoka Berretty. De wereld van het theater heeft hem altijd zeer na gestaan, vandaar ook zijn bezoek aan het cultuurfestival in Weimar afgelopen september, dat zo dramatisch begon.

,,Die donderdagavond 2 september zat ik nietsvermoedend bij een concert in de Herderkirche met het beroemde vleugelaltaar van de Kruisiging van Jezus van vader en zoon Cranach voor mijn neus. We luisterden naar Bach en buiten hoorde ik opeens de sirene van een brandweerauto. Ik dacht: waarom houden ze geen rekening met het concert, hadden ze geen andere route kunnen nemen? Maar toen kwam er nog één en nog één en nog één.

Tranen

,,Na het concert troffen we op straat grote consternatie aan. Brand! Brand! We konden nog niets zien, maar na enkele minuten lopen zag ik om de hoek van mijn hotel Zum Elephant (Hitlers lievelingshotel en beroemd uit Thomas Manns roman Lotte in Weimar) de vlammen oplaaien. Onbeschrijflijk. Het vuur leek wel groter dan wat ik me van het brandende Berlijn herinnerde. De vlammen gingen wel vijftien meter hoog – uitsluitend droog hout en papier! Er was veel brandweer, maar voor mij als geschoolde brandweerman, was direct duidelijk: ze kunnen nu alleen nog de andere gebouwen beschermen, dit moet uitbranden. Het enige wat je op het plein hoorde was het vuur, het gekraak en vallende brokstukken. De mensen stonden ernaar te kijken met open mond en bij velen liepen de tranen over de wangen.''

Op het plein was geen enkele opwinding, vertelt Landshoff. ,,Alleen maar een gevoel: dit kan niet waar zijn.'' Verbazingwekkend vindt hij achteraf dat het plafond van de bovenste verdieping het niet heeft begeven. Er is via het dak wat vuur doorheen gekomen, de bovengalerij van de Rococozaal is gedeeltelijk aangetast, maar niet echt uitgebrand. De benedenverdieping, waar de ingang was van de bibliotheek, is niet verwoest. Maar tienduizenden liters bluswater richten ook de nodige schade aan, water is voor boeken uiteraard bijna net zo erg als vuur.''

Een oud boek dat kletsnat is, kan worden gered als je het binnen 24 uur invriest. Zo'n diepvriesinstallatie heeft de Deutsche Bücherei in Leipzig, een van de grotere centrale Duitse bibliotheken. ,,Er is dus direct die avond begonnen boeken naar Leipzig te brengen, de hele nacht door. Boeken die half verbrand of verkoold waren – er vlogen losse bladzijden rond – hebben de mensen allemaal verzameld. Al onmiddellijk deed ook het verhaal de ronde dat de bibliothecaris Michael Knoche, de man die mij de volgende ochtend zou hebben ontvangen, het brandende gebouw is ingegaan om een onvervangbare Luther-bijbel uit 1534 te redden. Hij heeft hem volledig onbeschadigd het gebouw uit gekregen. Die man heeft dat niet uit macho-heldendom gedaan: die bijbel is zijn kind, het boek waar ze het meest trots op zijn in Weimar.''

Landshoff heeft uren gebiologeerd staan kijken. Steeds naar hetzelfde: mannen die wanhopig op ladders naar boven en beneden klauterden. ,,Uiteindelijk ben ik naar mijn hotel gegaan, maar slapen terwijl er zo iets vreselijks gebeurt, lukt niet. Dus je gaat weer naar buiten, en kijkt naar precies hetzelfde. Je voelt je volledig ontheemd. Ik kon vanuit mijn hotelbed de brand zien. De schade is verschrikkelijk. Tussen de ongeveer 100.000 verbrande of zwaar beschadigde geschriften zitten veel unica en incunabelen. Als een unicum of handschrift verbrandt, gaat er niet alleen een boek verloren, maar ook een stuk leven, een stuk geest. De spirit is verdwenen, en komt nooit meer terug.''

Dat geldt bijvoorbeeld voor de kostbare muziekcollectie van hertogin Anna-Amilia (1739-1807), die getrouwd was met de hertog van Saksen-Weimar-Eisenach. ,,Met die vrouw is het allemaal begonnen'', legt Landshoff uit. ,,Op haar achttiende is ze getrouwd, op haar negentiende kreeg ze een zoon en op haar twintigste is haar man overleden. Zij is toen als plaatsvervanger van de opvolger, die nog een klein kind was, opgetreden. Anna-Amilia haalde kunstenaars als Wieland, Goethe en Herder naar Weimar. Zij is degene die de bibliotheek heeft opgericht. Haar prachtige achttiende-eeuwse muziekcollectie: notenschriften en handgeschreven partituren is door de brand voorgoed verloren gegaan. De bibliotheek herbergt ook de grootste Faust-collectie ter wereld, door Goethe begonnen, een van de belangrijkste verzamelingen originele uitgaven van het werk van Shakespeare, en de Nietzsche-bibliotheek. Die hebben het gelukkig alledrie overleefd.''

Van nakaarten over de schuldvraag en over het niet tijdig kopiëren van unica houdt de zachtmoedige Landshoff niet. ,,De brand is ontstaan door kortsluiting en kwam wat de boeken aangaat helaas drie dagen te vroeg. Men vertrouwde het gebouw niet en daarom zou het vanaf de maandag na de brand ontruimd worden. Over het kopiëren van unica moet je trouwens niet lichtvaardig denken. Een goede techniek daarvoor bestaat nog niet zo lang. De nazi's beschikten er nog niet over en daarna kwam de DDR-tijd, waarin er wel belangstelling voor het preserveren van kunst en cultuur was, maar geen geld. Nu wordt er natuurlijk gezegd: `Hadden we niet eerder...' Maar het is altijd makkelijk praten achteraf. De rest van de wereld moet er lessen uit trekken.

,,Ook in Nederland zijn veel unica waarvan nog steeds geen kopieën bestaan. Laten we hopen dat alle bibliotheken en musea leren van deze brand en onmiddellijk op zoek gaan naar wat er in hun gebouwen niet deugt. Mensen die in zulke instellingen werken zijn zelf niet laks, het is meestal de overheid die zegt dat er geen geld is. Dat moet men dan maar eens afwegen tegen de kosten die gemaakt moeten worden om de schade van zo'n brand – voorzover überhaupt mogelijk – te herstellen. In Weimar is dat nu geraamd op zo'n vijftig miljoen euro en dát voor één smeulend draadje. Gebouwen kun je wel in oude glorie herstellen, maar het wordt natuurlijk nooit meer hetzelfde. De patina van de eeuwen is iets anders dan een nieuw opgetrokken gebouw.''

Direct na de brand werd gezegd: dit is een herseninfarct voor de Duitse cultuur, want het geheugen van Duitsland is weg. Grote woorden, die door Landshoff na enige aarzeling worden onderschreven. ,,Natuurlijk is de eerste reactie altijd een overreactie. Die avond, toen ik daar stond, dacht iedereen er zo over. We waren sprakeloos, er waren mensen die elkaar omhelsden, net of er een natuurcatastrofe gebeurde, en dat was ook zo. Het is een ramp, niet alleen voor de Duitse cultuur, maar voor het wereld-cultuurerfgoed. Ik denk, zeker als het kunst en cultuur betreft, niet in termen van nationaliteit. Het is echt niet omdat ik Duitser ben dat ik het vreselijk vond om die bibliotheek te zien branden.''

Alexandrië

In de verte kun je een parallel trekken met de beweende bibliotheek van Alexandrië, waar in 50 voor Christus een groot deel van de literaire erfenis van de klassieke oudheid verloren ging. Julius Caesar gaf opdracht de vloot in brand te steken, waarbij ook de beroemde bibliotheek met meer dan 400.000 geschriften in vlammen opging. ,,Alexandrië is ongetwijfeld de grootste ramp die ooit is gebeurd op dit gebied'', zegt Landshoff. ,,Maar vlak ook niet uit wat er tijdens de Tweede Wereldoorlog allemaal vernietigd is. En bij de boekverbrandingen in 1933 werden niet alleen een paar duizend boeken verbrand, die boeken stonden symbool voor de vernietiging van ideeën, van schrijvers, van mensen. `Ich übergebe der Flamme', en dan volgden de werken van Heinrich Mann, Karl Marx, Lion Feuchtwanger, Kurt Tucholsky, Erich Maria Remarque, enzovoorts.'' Wat aan de brand in de Anna Amalia Bibliotheek het moeilijkst is te verdragen, is de teloorgang van per definitie onvervangbare unica. Landshoff is bang dat er boeken of incunabelen verloren zijn die nog (her)ontdekt moesten worden, exemplaren waarover nog nooit iets is gepubliceerd. ,,De collectie in Weimar dateert voornamelijk uit de zestiende tot de negentiende eeuw. Als je één miljoen boeken hebt, is er niemand die ze allemaal in handen heeft gehad. Sommige dingen worden pas ontdekt door mensen die met een specifiek onderzoek bezig zijn. Je denkt altijd aan de hidden treasures, de dingen die je niet weet en nu ook nooit meer zúlt weten.''

Met het kopiëren van unica, als dat financieel al haalbaar zou zijn, los je het probleem ook niet helemaal op, omdat bij verlies van de originelen de historische sensatie verdwijnt, vindt Landshoff. ,,De bibliotheek van Weimar heeft die Faust-collectie, waarvan je dus zeker weet dat Goethe ieder exemplaar van deze geschriften in handen heeft gehad. We hebben allemaal wel een lievelingsschilderij dat we heel vaak als reproductie gezien hebben en misschien aan de muur hangen. Maar op een dag kom je een museum binnen en daar zie je het origineel. Dat is iets ongelooflijks. Niet alleen omdat je dan pas merkt dat het doek veel groter of juist kleiner is dan je altijd dacht. Belangrijker nog is dat je de penseelstreken kunt zien en ervaart dat een Rembrandt of een Vermeer die heeft aangebracht. Dat is toch iets anders...'' Toen Andreas Landshoff op zondagavond 5 september, drie dagen na de brand, Weimar verliet, smeulde de bibliotheek nog steeds. Bij het afscheid zei hij tegen zijn vrienden: ,,Ik geloof niet dat ik hier nóg een keer moet komen, ofschoon ik volgend jaar weer graag naar het festival ga. Maar ik houd mijn hart vast, omdat ik nu al voor de tweede keer het vuur naar Weimar heb gebracht. Een beetje unheimlich.''